zondag 7 juni 2020

Jan Cornelisz Monster, een trouwlustig man en (waarschijnlijk) een bigamist

Jan Cornelisz Monster mag met recht een trouwlustig man worden genoemd. Hij is weduwnaar van Johanna Goedendorp, met wie hij trouwde vóór 1772 en met wie hij 5 kinderen kreeg, als hij met Cornelia Pieters Vermaat trouwt. Bij de doop van hun dochter Jannetje in 1785 staat in de marge: "N.b. deeze persoonen zijn nog maar 2 maanden getrouwt geweest". Zijn huwelijk met Cornelia was dus duidelijk een “moetje”.

Na zijn huwelijk met Cornelia (onder)trouwt hij op 26-2/18-4-1790 te Oud-Vossemeer met Thona de Graaf.

Huwelijksinschrijving Jan Monster met Thona de Graaf 

Terzijde: de DTB-akten uit Zeeland die nog bestaan, zijn vaak afschriften of uittreksels van onderzoekers. De originelen zijn in 1939 verplaatst naar – meende men – (brand)veiliger locaties, maar als gevolg van het bombardement van 17 mei 1940 ging een groot deel van de archieven in vlammen op[i].

Er is hier iets vreemds aan de hand, aangezien Thona wordt vermeld als weduwe van Jacob Marinussse Lindhout, terwijl deze zelfde Thona de Graaf op 16-11-1811 te Oud-Vossemeer overlijdt, nog steeds als weduwe van Jacob Lindhout, aangegeven door haar zoon Mattheus Lindhout (die het zou moeten kunnen weten).

Fragment overlijdensakte Thona de Graaf

Wanneer Jan op 16-7-1794 te Zierikzee trouwt met Agneta Jobse, is hij dus een bigamist. Heeft hij Thona gewoon laten zitten? Of kwamen ze samen tot de slotsom dat ze beter zonder elkaar verder konden gaan, maar wilden ze zich de schande (en de moeite) van een scheiding besparen? Aangezien er Jan bij zijn vierde huwelijk blijkbaar geen strobreed in de weg gelegd wordt, vermoed ik het laatste.
Agneta is geboren in 1766, dus ze is ruim 15 jaar jonger dan hij. Samen krijgen ze in elk geval (in 1796) dochter Maartje, maar bij haar overlijden op 01-08-1806 wordt aangegeven dat er 4 kinderen in het gezin aanwezig zijn.

Huwelijksinschrijving Jan Monster x Barendina Hillemans

Op 25-1-1807 trouwt Jan voor de vijfde maal, nu met Barendina Hillemans uit Haamstede, weduwe van Barend de Vries. Dit is opnieuw een "moetje", aangezien hun dochter Janna al op 22-2-1807 gedoopt wordt. Janna overlijdt op 6-7-1807. Een tweede dochter Janna, gedoopt 6-11-1808, overlijdt 13-6-1809. Ook zoon Cornelis, gedoopt 11-3-1810 wordt niet oud: hij overlijdt op 7-5-1810. Jan overlijdt zelf op 18-4-1812 te Noordgouwe. Waarschijnlijk zonder het te weten is hij dan nog geen halfjaar “bigamist-af”.

Het feit dat er in zijn vijfde huwelijk tweemaal een dochter Janna genoemd wordt, doet vermoeden dat Jan's oudste dochter Jannetje dan niet meer in leven is.
Dochter Maartje uit zijn derde huwelijk bevalt (ongehuwd) in juni 1819 van een zoon Jan, die al op 30-9-1819 te Zonnemaire overlijdt. Kort daarna, op 8-10-1819 trouwt ze met Adrianus Schrijver. Ze overlijdt Noordgouwe 29-1-1878.
Agneta en Jan blijken ook nog een dochter Cornelia (van 1799) te hebben (wat doet vermoeden dat uit Jan's tweede huwelijk met Thona de Graaf geen kinderen geboren zijn, aangezien dochter Cornelia vernoemd moet zijn naar Jan's eerste vrouw Cornelia Vermaat), die op 20-11-1822 te Ouwerkerk trouwt met Adriaan van der Pijl.
Jan's vijfde echtgenote Barendina overlijdt op 81-jarige leeftijd te Noordgouwe op 21-11-1847.

De kinderen van Jan Cornelisz Monster[ii]
(*x) de vier kinderen die in 1806 nog in leven zijn

Uit het huwelijk met Johanna Goedendorp:
[1] Pleun
[2] Cornelis
[3] Maartje (~Oostvoorne, 5-9-1773 †Rockanje, 7-4-1834) (*1)
[4] Pleuntje (~Oostvoorne, 5-9-1773 †Nieuwenhoorn, 31-12-1821) (*2)
[5] Johanna (~Rockanje, 23-1-1780 †Rockanje, 3-1780)

Uit het huwelijk met Cornelia Vermaat:
[6] Jannetje (~Rockanje, 16-3-1785 †Rockanje vóór 1790)

Uit het huwelijk met Thona de Graaf:
[geen kinderen bekend]

Uit het huwelijk met Agneta Jobs:
[7] Job (~Zierikzee, 24-10-1794 []Zierikzee, 1795)
[8] Jan Cornelis (~Zierikzee, 12-12-1795 []Zierikzee, 22-2-1796)
[9] Maartje (*Noordgouwe, 16-12-1796 ~Ñoordgouwe, 25-12-1796 †Noordgouwe, 29-1-1878) (*3)
[10] Cornelia (~Zierikzee, 20-1-1799 †Ouwerkerk, 1-3-1851) (*4)

Uit het huwelijk met Barendina Hillemans:
[11] Janna (*Noordgouwe, 16-2-1807 †Noordgouwe, 6-7-1807)
[12] Janna (*Noordgouwe, 22-10-1808 †Noordgouwe, 13-6-1809) 
[13] Kornelis (*Noordgouwe, 26-2-1810 ~Noordgouwe, 11-3-1810 †Noordgouwe, 7-5-1807)


[i] Zie https://www.zeeuwsarchief.nl/blog/middelburg-verliest-haar-geheugen/
[ii] Met dank aan Genealogie Linse: https://www.genealogieonline.nl/
genealogie-linse-en-verwanten/I23513.php

vrijdag 5 juni 2020

Doorbijten met resultaat: het gezin van Huijgh Ariensz van Prooijen en Geertruij Ariensdr Vermaat compleet

Vaak is het een kwestie van doorbijten: zoeken, verder zoeken, in de breedte zoeken, weer terugkeren, desnoods een tijdje de zaken laten bezinken. Vooropgesteld dat wat je zoekt ook nog daadwerkelijk bestaat (ik blogde al eens over het doopboek van Berghem), zul je door vasthoudend te zijn uiteindelijk resultaat boeken. Labor improbus omnia vincit? Daarover een andere keer.

In het "Vermaat-boek" ben ik inmiddels aangekomen bij B-XII-3, oftewel de 3e vrouw in de 12e generatie, gerekend vanaf oerstamvader Eerst [van het Duitse Huis?]. Het gaat hierbij om Geertruij Ariens Vermaat, de vierde dochter (en de derde met die voornaam) van Arien Philipsz Vermaat (1619-1674) en diens tweede echtgenote Pleuntje Leenders [Biersen]. Geertruij is waarschijnlijk dubbel vernoemd, namelijk naar Arein's moeder Geertje Jansdr Bos, maar ook naar zijn eerste echtgenote Geertje Ariens Hellou.
Geertruij trouwde met Huijgh Ariensz van Prooijen, maar toen ik begon met het beschrijven van dit gezin, ontbraken er nog veel gegevens. Zo wist ik niet wanneer Geertruij overleden was, wanneer Huijgh gedoopt en overleden was en van slechts twee van hun (toen volgens mij zeven) kinderen had ik de overlijdensdatum gevonden.

Gelukkig heeft de Hervormde Gemeente van Oud Beijerland een groot aantal bewerkingen van hun DTB-registers online gezet (zie https://hervormdoudbeijerland.nl/historie/archief/), zodat ik niet alleen van Huijgh en Geertruij, maar ook van een aantal van hun (jong gestorven) kinderen de begraafvermelding kon vinden.
Huijgh werd op 19-1-1667 te Oud Beijerland gedoopt als zoon van Arien Huijghen [van Prooijen] en Soetje Joosten [Roos]. Doopgetuigen waren Arij Willemsz de Baen, en Annichje Joppe "sijn huysvrouw". Geertruij werd te Oud Beijerland begraven op 14-03-1707: "14-03 vrouw van Huijgh van Proeijen bk, gk, kerk 8-10-0". Huigh trouwde daarna nog tweemaal, eerst op 11-05-1708 met Ariaantje Willems Pervaas uit Poortugaal (met wie hij nog twee kinderen kreeg, die echter jong overleden) en op 7-5-1717 met Neeltje Pieters van der Weijde uit Nieuw Beijerland. Huijgh wordt begraven te Oud Beijerland op 30-7-1718. Precies twee maanden later wordt zoon Huijgh uit dit derde huwelijk gedoopt, wat aanleiding geeft tot deze op het eerste gezicht wat cryptische inschrijving: "Huijch overleden wiens naam was Huijch van Proijen en Neeltje Pieters van der Weijde, Arij Huijgen van Proijen en desselfs huysvrouw Neeltje Pieters van der Weijde".

Huijgh en Geertruij blijken namelijk nog een kind te hebben (en waarschijnlijk is het ook hun eerste), namelijk Arij. Deze Arij Huijghen van Prooijen (onder)trouwt te Oud Beijerland op 15-5/2-6-1715 met een Neeltje Pieters van der Weijde uit Nieuw Beijerland, maar dit is een andere Neeltje dan de derde echtgenote van zijn vader. Volgens de trouwinschrijving is Arij geboren in Oud Beijerland, maar zijn doop is niet te vinden in Oud Beijerland (en ook niet in Nieuw Beijerland, waar zijn moeder vandaan komt). Arij wordt 16-12-1779 te Oud Beijerland begraven. Hij is overigens het enige gezinslid van wie ik de gegevens nog niet compleet heb.

De jong gestorven kinderen Pleunie van 1693 en Philippus van 1697 blijken terug te vinden in het Begraafboek: Pleunie wordt begraven op 19-2-1695 ("kind van Huijgh van Proijen bk, gk, kerk 4-0-0") en Philippus op 6-11-1700 ("kind van Huijgh van Proijen gk, kerk 4-0-0") en deze vermeldingen passen ook prima bij de latere dopen van een zusje respectievelijk broertje met dezelfde naam op een latere datum.

Ook dochter Pleuntje (gedoopt 1695) is maar juist volwassen geworden: zij wordt op 18-jarige leeftijd begraven te Oud Beijerland op 4-11-1713 ("dochter van Huijgh van Prooijen bk, gk, hof 2-10-0"). De aanduiding dochter in plaats van kind wekte bij mij al de indruk dat het om een ouder kind moest gaan.

Van dochter Soetje (1702-1756) en zoon Philip (1704-1749) had ik alle gegevens al, maar toch zouden zij een rol spelen in het opsporen van de nog ontbrekende gegevens van hun broer Pieter en hun zus Cornelia.
Beiden treden namelijk een aantal keren op als doopgetuigen bij kinderen van Soetje of Philip in Rotterdam. Daar vond ik na enig speurwerk eerst het huwelijk en later ook het tweede huwelijk en de begraafinschrijving van Pieter. Hij bleek te zijn overleden te Rotterdam en op 1-11-1781 te zijn begraven te Kralingen.

Mijn zoektocht naar Cornelia duurde het langst. Een tijdlang kwam ik niet verder dan vermeldingen als doopgetuige in 1732 en 1736, maar daarna was ze niet te traceren. Uiteindelijk bleek haar naam daarna te worden gespeld als van Proyen in plaats van van Prooijen en daarmee had ik vrij snel beet: ze trouwde in 1739, haar overlijden werd 28-3-1769 te Kralingen aangegeven en daar is ze op 31-3-1769 ook in de kerk begraven.

Inschrijving overlijden Cornelia Huijghen van Prooijen


woensdag 3 juni 2020

De connecties van Arien Philipsz Vermaat (1619-1674)

Hoewel Arien het in 1666 schopt tot schout van Nieuw Beijerland, valt al eerder op welke getuigen hij voor de doop van zijn kinderen weet te mobiliseren. Bij Philip 1 zijn dat “de heer van Strevelshoek” (zie A), “jonker van Meerdervoort” (zie B) en Petrus Buijtendijck (zie C), bij Cornelis “de heer Cornelis van Bevere, Heer van Strevelshoek” (A), “de Heer Cornelis Pompe, Heer van Meerdervoort” (B) en Petrus Buijtendijck (C), bij Geertruij 1 “de Heer Repelaer” (zie D), bij Geertruij 2 “juffrouw Adriana van Bevere, vrouw van Meerdervoort” (zie E) en “juffrouw Maria Walbeeke” (zie F), bij Adriaantje 1 “Adriane van Beveren Vrouw van Meerdervoort” (E), bij Geertruij 3 “juffrouw Adriana de Bevere vrouw van Meerdervoort” (E) en bij Philip 2 “de heer Cornelis Pompe, Heer van Meerdervoort” (B).

Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek

(A) Cornelis van Beveren (ook de Bevere) (1591-1663) was ridder, heer van Strevelshoek, West-IJsselmonde en Kleine Lindt. Hij stamt uit het adellijke patriciërsgeslacht Van Beveren en bekleedde vele verschillende functies, zoals:
· burgemeester van Dordrecht (1628–1629, 1637–1638, 1642–1643, 1645–1646 en 1649–1650)
· raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland (1618–1642)
· baljuw en dijkgraaf van het Land van Strijen
· curator van de Academie te Leiden
· gecommitteerde in het College van de Staten-Generaal (1646–1647), van de Gecommitteerde Raden (1628–1630, 1643–1644 en 1654–1656)
· ordinaris gecommitteerde ter dagvaart van de Staten van Holland en West-Friesland
· buitengewoon gezant van de Staten der Verenigde Nederlanden bij de koning van Denemarken en Noorwegen en de stad Hamburg (1631) en bij Karel I, koning van Engeland, Schotland en Ierland (1636).
Op 1 december 1660 werd Van Beveren evenals Cornelis de Graeff en Johan de Witt door de Staten van Holland aangesteld als lid van de commissie ter educatie van prins Willem III van Oranje-Nassau, "het kind van staat".
Van Beveren trouwde met Christina Pijl, dochter van Johan Pijl en Mondena de Jonge.

De broers Michiel (l) en Cornelis (r) Pompe van Meerdervoort, omstreeks 1652 geschilderd door Aelbert Cuyp
 
(B) Heer Cornelis Pompe van Meerdervoort (1639-1680), zoon van Michiel Pompe van Meerdervoort, Ridder, Heer van Meerdervoort, Hendrik-Ido-Ambacht en Schildmans-Kinderen-Ambachten, enz. Hij werd op speciaal bevel van de Franse koning Lodewijk XIV door diens ambassadeur Jaques-Auguste du Tou tot ridder geslagen en begiftigd met de Orde van Sint Michiel op 23 September 1661. Hij was schout en Oud-Raad in Dordrecht in 1662, raad en Rentmeester-Generaal van Zuid-Holland in 1671. Verder was hij baljuw en dijkgraaf van het Lande van Strijen, evenals baljuw van Wieldrecht in 1661. Hij werd benoemd tot dijkgraaf van de Zwijndrechtse Waard op 22.april 1663. Cornelis trouwde op 7 Februari 1652 met Vrouwe Alida van Beveren, (de oudste dochter van Heer Jakob van Beveren, Heer van Zwijndrecht, schout, burgemeester, etc. in Dordrecht, en Vrouwe Johanna de Witt, dochter van Jacob de Witt uit Dordrecht en daarmee de zus van de bekende broers Johan en Cornelis de Witt).

(C) ds. Petrus Buijtendijck (1623-1692) was een zoon van ds. Gosewinus Hendriksz Buijtendijck uit Dordrecht en zonder twijfel een goede bekende van de families Van Beveren en Pompe, die belangrijke functies hadden in het Dordtse stadsbestuur en verschillende belangen in de Hoekse Waard.

Wapen van de familie Repelaer

(D) De heer Repelaer: waarschijnlijk Hugo Repelaer (1620-1669), raad, schepen en burgemeester van Dordrecht.

De Meerdervoortskapel in de Grote Kerk in Dordrecht [foto: André den Haan]

(E) Juffrouw Adriana de Bevere vrouw van Meerdervoort (1618-1678) was de moeder van (B). De Meerdervoortskapel in de Grote Kerk in Dordrecht is gesticht door Michiel Pompe van Meerdervoort, zijn vrouw Adriana van Beveren, Cornelis Pompe van Meerdervoort en zijn vrouw Alida van Beveren. Het hek is gebeeldhouwd door H. de Vos in 1677 in Louis XIV-stijl. Boven de deur staat een monogram C.P. v. M. en A. v. B. (Cornelis Pompe van Meerdervoort en Alida van Beveren. In de kapel liggen begraven:
Michiel Pompe van Meerdervoort Michielsz. (1613-1639)
Adriana van Beveren (1618-1678), zijn vrouw
Cornelis Pompe van Meerdervoort (1639-1680), hun zoon
Alida van Beveren (1640-1680), zijn vrouw

Bij de doop van Arij (1668) en daarna treden uitsluitend familieleden als doopgetuigen op. Misschien had Arien zijn illustere kennissen niet langer nodig om de aandacht op zich te vestigen, aangezien hij inmiddels tot schout van Nieuw Beijerland benoemd was. Heel lang heeft hij overigens niet van deze positie kunnen genieten: hij stierf in 1674.

maandag 1 juni 2020

Willem Hermanus Vermaat: vier vrouwen, nul kinderen

Van Willem Hermanus Vermaat (1881-1953), die zich in de VS William Harry noemt, is niet zoveel bekend. Hij verlaat Nederland al in april 1904, hoewel daarvan in de registers van Ellis Island vooralsnog niets te vinden is . Het eerste spoor is zijn huwelijk in 1909 met Christina Josephine Baxter (1883-vóór 1929), die sinds 13-07-1907 weduwe is van Roy Little en een zoontje John (geboren 28-05-1903) heeft. Op 16-05-1910 eindigt de zwangerschap van Christina na 7 maanden voortijdig. Het doodgeboren jongetje wordt 3 dagen later begraven.

Doodgeboren zoontje van Willem en Christina op 16 mei 1910

Willem is op 21-04-1915 genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger en hij laat zich (of moet zich laten) registreren in 1918 voor eventuele oproeping als soldaat in WO I. Zijn beroep is dan steam engineer en volgens het formulier heeft hij grijze ogen en zwart haar.

Registratie van Willem voor WO I in 1918

Het duurt tot na de Eerste Wereldoorlog voor Willem Nederland weerziet. In 1919 doet hij een aanvraag voor een paspoort met als doel zijn moeder in Nederland te bezoeken. Hij verklaart sinds 1904 het land niet verlaten te hebben. De reden dat we dit allemaal weten is overigens niet dat de paspoorten zijn aangevraagd, maar dat ze kort daarna, met een kostuum van Willem waarin ze zaten (waarschijnlijk in de binnenzak), uit de woning zijn gestolen.
Behalve hun foto’s kennen we nu ook hun handtekeningen. Ze wonen Daly Street 225 in Philadelphia.

Verklaring dat de originele paspoorten gestolen zijn

Wanneer het vertrek plaatsvond is niet terug te vinden. De bedoeling was om eind november 1919 scheep te gaan en mogelijk is dat één of twee weken later geworden. Het verzoek om duplicaten van de paspoorten dateert van 25-11-1919. In Nederland zal het echtpaar verbleven hebben bij familie en mogelijk inderdaa
d bij Willem’s moeder (hoewel Margaretha Krekelaar in januari 1920 al 68 jaar oud werd). Uit de registers blijkt vervolgens dat Willem en Christina aan boord van het s.s. Nieuw Amsterdam op 30-01-1920 vertrekken uit de haven van Rotterdam en op 11-02-1920 in New York arriveren.
Van de jaren tot 1929 heb ik geen gegevens kunnen vinden. Zeker is dat Christina overleden is vóór juli 1929, aangezien Willem op 06-07-1929 in ondertrouw gaat met zijn tweede echtgenote, Johanna Kapel. Helaas zijn de huwelijksbijlagen uit die periode verloren gegaan. Dit tweede huwelijk was overigens strak gepland: op dezelfde dag dat het gesloten werd in ’s-Gravenhage vertrok het echtpaar met het s.s. Rotterdam uit Rotterdam naar New York, waar men 07-08-1929 aankwam. Voor Johanna moet de schok groot geweest zijn. Ze kwam op 12 oktober 1929 weer terug in Nederland. "Ik heb haar regelmatig bij familie ontmoet, eind 50-, begin 60-er jaren. Zij is namelijk zo ongeveer per kerend schip teruggekomen naar Den Haag, "omdat ze niet kon wennen in Amerika". Zij woonde in de Elandstraat, hield de naam Vermaat in volle glorie aan, en is, voor zover ik me kan herinneren, ergens midden 60-er jaren overleden in het verzorgingstehuis in de Morsestraat," herinnert zich Frans Koster, een kleinzoon van Willem’s oudste broer Hendrik Cornelis. Wel is opvallend dat Johanna uiteindelijk, in januari 1950 toch een scheiding aanvroeg. Ze overleed overigens op 10-12-1970 te ’s-Gravenhage.
Willem zal intussen niet stil. Uit 1931 is er een marriage license voor Willem met Adeline Marion Wills en uit 1935 voor Willem met Helen M. Rupp. Let op dat een marriage license niets meer is dan een juridisch document dat iemand toestaat een huwelijk aan te gaan, terwijl het bewijs van een daadwerkelijk gesloten huwelijk een marriage certificate is. Het is dus niet zeker of Willem ook werkelijk bigamist was: hij was immers tot 1950 officieel nog altijd getrouwd met Johanna.
We komen in de census van 1940 in Salem C
ity een Adeline Wills tegen als verpleegster in een ziekenhuis, afkomstig uit Wisconsin, 33 jaar oud en met huwelijkse staat divorced. Adeline overlijdt in 1947. Opvallend is dat Willem in zijn registratie voor WO II bij de “person who will always know your address” een Madeline Wills opgeeft: hij woont op Greenwich Street 441 in Philadelphia, terwijl deze Madeline op nummer 434 woont.
Van de Helen M. Rupp, Willem’s vierde echtgenote, is nog het minst bekend. Mogelijk is ze dezelfde als de Helen M. Rupp die geboren werd op 11-11-1911 en overleed op 24-01-2000, hoewel die bij de census van 1940 de huwelijkese staat “single” heeft in plaats van het verwachte “married” of “divorced”. Dan is er nog een Helen Rupp, die als dochter van Chas H Rupp en Helen Zeckman geboren werd op 27-07-1911 te Philadelphia werd geboren .
Willem overleed in 1953 in Philadelphia en werd begraven in Roslyn, Montgomery, Pennsylvania (USA).

Grafsteen van Willem Hermanus "William Harry" Vermaat