vrijdag 30 augustus 2013

Vermaat - de Haagse tak [2]

TAK A - DE TWEEDE GENERATIE

Jacobus Philipsz Vermaat was de oudste zoon van zoon van Philippus Pietersz Vermaat (zie 1) en Josina Jacobusse van Brakel. Hij is gedoopt op vrijdag 24 juli 1682 in ’s-Gravenhage [bron: DTB ’s-Gravenhage dopen 1629-1716 [FamilySearch, p. 452/794]].
Getuigen: Jillis Eijgenraam, Annetje van Breuil en Geertruit van der Meulen

Jacobus trouwde met Maria Elisabeth Hendriksdr van Deventer, minstens 26 jaar oud, op zondag 9 juni 1715 in Voorburg [bron: DTB Voorburg trouwen 1675-1727 [Nationaal Archief, p. 51/70]], nadat zij op zondag 26 mei 1715 in Voorburg in ondertrouw zijn gegaan [bron: DTB Voorburg trouwen 1675-1727 [Nationaal Archief, p. 51/70]]
"26 dito Jacobus Vermate J:M: in den Hage met Maria Elisabeth van Deventer J.D. alhier
Den 9 Junij alhier getrouwt"

Dat Maria een aantrekkelijke partij was, wordt bewezen door de inschrijving in het impostboek, waar zij in de hoogste vermogensklasse wordt aangeslagen:
"dito 25 ad idem door Juff: Maria Elisabet van Deventer alhier sullende trouwen met Jacobus Vermato onder de Classis f 30: 0 : 0"
[DTB Voorburg trouwen gaarder 1703-1718 [Nationaal Archief, p. 40/47]

Maria is geboren vóór 1689 in Wieuwerd als dochter van de bekende geneeskundige Hendrik [Hendriksz] van Deventer (zie: http://wiki.toenleidschendam-voorburg.nl/wiki/Hendrik_van_Deventer_(BD))

Hendrik Hendriksz van Deventer, de schoonvader van Jacobus Philipsz Vermaat
Maria Elisabeth moet tussen 1675 en 1689 geboren zijn, aangezien haar vader in 1675 zich in Wieuwerd vestigde en in 1689 vanuit Wieuwerd vertrok naar Kopenhagen.

Hendrik van Deventer woonde een tijd lang bij de Labadisten, maar was daar niet echt practiserend. Pas later, nadat hij weer uit Wieuwerd was vertrokken, kreeg hij echt de bekendheid als geneesheer en verloskundige.
Hendrik werd gedoopt op 19-03-1651 te Leiden. Zijn vader, Henrick Henrick Janz van Deventer was huidenkoopman (’leerkoper’ en schoenmaker). Geboren in Deventer, getrouwd in Leiden op 30-03-1645 met Lijsbeth Jansdr., weduwe van Abraham de Steur (van Vlaanderen).

Hendrik van Deventer heeft in zijn jonge jaren het vak van goudsmid uitgeoefend.
Via de Labadisten van Altona kwam hij in Holstein. Hier leerde hij het vak van geneesheer van dokter Walta, medicine doctor. In 1675 vertrok men terug naar Holland. De drie zusters van Aerssen van Sommelsdijk -Anna, Maria en Lucie- vroegen aan hun sympathiserende broer Cornelis, eigenaar van Thetinga State ten noorden van Wieuwerd, of de Labadisten in dit huis mochten wonen en werken.
Er kwamen in 1675 168 mensen en op het hoogtepunt van hun bevolking (±1690), leefden er zo’n 500 mensen.
Uit alle provincies en vele landen: Frankrijk, Duistsland, Polen en Italië. In 1688 is de gemeentschap ontbonden, maar zolang er nog een van de dames van Sommelsdijk leefde, konden de Labadisten op Thetinga State blijven. In 1703 waren er nog 30 personen over.

Al in 1679 is er sprake van de geneeskunst van Hendrik van Deventer. Naast dat er op het Labadistenklooster "doktoeren" en kwakzalvers kwamen om de opvolger van de Labadie, Dulignon, van een kankergezwel aan de kin te genezen, mocht ook Van Deventer chirurgisch optreden. Er zijn berichten dat de schoolmeester van Itens in 1687 een beenkanker in zijn arm door hem liet behandelen; nadat de plaatselijke chirurgijn er al een jaar mee bezig was geweest. Gezien de funktie van de man, zal deze wel iets overwonnen moeten hebben om naar een andere chirurgijn, met een ander geloof, in een ander dorp te gaan.
In 1682 blijkt er een huis te zijn dat als een soort van ziekenhuis fungeert voor de patienten van Van Deventer.
Hij bekwaamt zich ook in de Theoretische en Praktische Chemie. Hij bereidde landelijk beroemde pillen en zalven. De verkoop hiervan leverde de gemeenschap grote inkomsten.
Omstreeks 1679 is onze man ook begonnen met het uitoefenen van de verloskunde. In 1689 vertrekt hij naar Kopenhagen.
[H. Luitman, Chirurgijnen en Doktoren in de gemeente Littenseradiel]

Maria is overleden vóór maandag 5 september 1729 in ’s-Gravenhage. Van het overlijden is aangifte gedaan op maandag 5 september 1729 [bron: DTB ’s-Gravenhage begraven 1699-1771 [Family Search, p. 314/628]]. Zij is begraven op maandag 5 september 1729 in ’s-Gravenhage (Nieuwe Kerk) [bron: http://www.genealogieonline.nl/stamboom-uijtterlinde/I266092.php].
"den 5 September Maria Elisabeth van Deventer 15:14:0"

Kinderen van Jacobus en Maria:
1 Anna Josina Jacobusse Vermaat [1.3.1]. Zij is gedoopt op woensdag 20 juli 1718 in ’s-Gravenhage [bron: DTB ’s-Gravenhage dopen 1703-1722 [Family Search, p. 430/565]]. Bij de doop van Anna waren de volgende getuigen aanwezig: Josina Jacobusse van Brakel (1659-vóór 1742) [zie 1] [grootmoeder vaderszijde] en Pieter Philipsz Vermaat (1690-vóór 1731) [zie 1.4] [oom vaderszijde].
Getuigen: Pieter Vermaat en Josina van Brakel
Gedoopt in de Grote Kerk

2 Hendrikus Philippus Vermaat [1.3.2]. Hij is gedoopt op dinsdag 5 november 1720 in ’s-Gravenhage [bron: DTB ’s-Gravenhage dopen 1656-1724 [FamilySearch, p. 971/1028]].
Getuigen: Hendrik Berlinkhoff en Barbara Anna Lankvelt, weduwe van Nicolaas Lakeman
Gedoopt door Ds. Hondius (predikant te Amsterdam) in de Nieuwe Kerk
Hendrikus is overleden vóór maandag 2 oktober 1724 in ’s-Gravenhage, ten hoogste 3 jaar oud. Van het overlijden is aangifte gedaan op maandag 2 oktober 1724 [bron: DTB ’s-Gravenhage begraven 1699-1771 [Family Search, p. 282/628]]. Hij is begraven op maandag 2 oktober 1724 in ’s-Gravenhage.
"den 2en October Hendrik Philippus Vermaat 15:14:0"

3 Philippina Jacobusse Vermaat, gedoopt op zondag 27 december 1722 in ’s-Gravenhage. Volgt 1.3.3.

4 Hendrick Vermaat [1.3.4]. Hij is gedoopt op woensdag 13 maart 1726 in ’s-Gravenhage [bron: DTB ’s-Gravenhage dopen 1724-1769 [Family Search, p. 30/642]].
Getuigen: Johan van Nispen en Elisabeth van den Hammen
Gedoopt in de Nieuwe Kerk
Hendrick is overleden, 2 jaar oud. Hij is begraven op zondag 6 februari 1729 in Voorburg [bron: DTB Voorburg gaarder 1718-1741 [Nat. Archief, p. 41/93]].
"den 6. idem van t lijk van Hendrick Vermaat uijtgedrage onder de classis van 15:0:-"

Jacobus wordt voor 1729 schepen van Voorburg, vandaar dat zijn jongste zoon Hendrik daar wordt begraven.

Jacobus is overleden op maandag 19 oktober 1750 in Zuidland, 68 jaar oud [bron: DTB ’s-Gravenhage begraven 1699-1771 [Family Search, p. 474/628]]. Hij is begraven op dinsdag 20 oktober 1750 in ’s-Gravenhage [bron: http://www.martherus.com/genealogy/getperson.php?personID=I811&tree=martherus].
"68 19 Jacob Vermaat, van t Zuidland alhier gebragt 1e impost 30:0:0 zegels 1:10:0"


Met de nalatenschap van Jacobus is iets vreemds aan de hand.
Jacobus Hendriksz Ockhuijsen bezit sinds 15 juni 1753 ook in Rotterdam een huis en wel aan het Steiger bij de Zeeuwsche Koornmarkt ten Oosten van No. 11 genaamd "Het Curasousche Jagt", waarde ong. f 6.000,-- uit de erfenis van Jacobus Vermaet (+ Den Haag 22-11-1750), tevens f 4.586,-- zijnde 1/5e deel bestemd voor Beatrix vd Geer.
[http://www.okhuijsen.org/persons/theo/theo0001.htm#id622]

Het is merkwaardig dat de erfenis blijkbaar niet bij de (toen nog in leven zijnde) dochter van Jacobus of bij haar kinderen terechtkwam en evenmin bij de nakomeling van Jacobus' broer Bartholomeus, maar bij iemand die (voorzover ik heb kunnen nagaan) in het geheel niet verwant was. 


Ook in het grafregister komen we vreemde vermeldingen tegen.
Op 7-8-1742 wordt het graf in de Grote Kerk overgenomen door Jacob Vermaat. 
Op 30 december 1751 wordt een kind Jirkje Reling in het graf bijgezet en op 13 juli 1759 een kind Dorothea Elisabeth Relink oud 6 weken.

Er is mij geen familieverband bekend tussen een Vermaat en een Reling/Relink. Mogelijk behoren deze kinderen tot de familie van Josina van Brakel?
Een andere mogelijkheid is dat dochter Anna Josina, van wie mij verder niets bekend is, met een Relink getrouwd is.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen