zaterdag 17 januari 2015

Uit dezelfde stam: de familie De With (20) - vernoeming in het gezin van Adriaen Ludolfsz de With en Catharina Daniels van Laeren

Van mr. Adriaen Ludolfsz de With zijn minstens 13 kinderen bekend:
  1. Ludolph (1652-1728) [vernoemd naar Adriaen's vader Ludolf]
  2. Johanna Maria (1653- na 1673) [vernoemd naar Catharina's moeder Janneken]
  3. Wilhelmina (1655-1715) [vernoemd naar Adriaen's moeder Willemtie]
  4. Daniel (1658-?) [vernoemd naar Catharina's vader Daniel]
  5. Henricus (1659-?) [vernoeming onbekend]
  6. Margaretha (1660-1743) [vernoeming onbekend]
  7. Sebastiaen (1662-1662) [vernoeming onbekend]
  8. Sebastiaen II (1663-?) [vernoeming onbekend]
  9. Geerarda (1664-1677) [vernoemd naar Adriaen's tante Gerarda]
  10. Adrianus (1666-?) [vernoemd naar Adriaen zelf of naar zijn grootvader]
  11. Petronella (1668-1678) [vernoeming onbekend]
  12. Petrus (1669-?) [mogelijk vernoemd naar de oudoom van Catharina]
  13. Maria Elisabeth (1671-1681) [vernoeming onbekend]
  14. kind (+ 1664)
  15. kind (+ 1667)
Daar zijn vrouw Catharina van Laeren in 1630 is gedoopt en het jongste kind in 1671 is geboren, is het niet aannemelijk dat er na 1671 nog andere kinderen geboren zijn.

Dochter Margaretha is mogelijk genoemd naar Maaijcken Knockaarts, echtgenote van Joost van Laren sr en dus de grootmoeder van Catharina.
Volgens Van der Aa hadden van Joost van Laren en Maaijke Knockaerts de volgende kinderen: Daniel (vader van Catharina), Joost, Jeremias, Jacobus, Petrus, Bernardus, Maaijken en Jacquemijnken.
Uit het doopboek van Arnhem blijkt dat Daniel van Laeren en Janneke van Belois de volgende kinderen lieten dopen: Johanna (1-5-1627), Vincent (8-2-1629), Catharina (1630) en Vincentia (29-7-1632 - hierbij is het interessant dat als getuige een Sebastianus Jansz A[...], mr van Admiraliteijt tot Amsterdam optreedt).


Doop Vincentia van Laeren, 29 juli 1632 te Arnhem
Mogelijk is er ook nog iets af te leiden uit de doopgetuigen:
- bij Ludolph zijn dat Ludolf de Wit en Elisabeth de l'Hommel (vader en schoonzus van Adriaen)
- bij Johanna Maria zijn dat Jodocus van Laeren, predikant te IJsselstein en zijn vrouw Cornelia Heij[...] (broer en schoonzus van Catharina), alsmede Cornelis Couwenburgh van Belois (mogelijk een oom of neef van Catharina, mogelijk dezelfde als de weesmeester in 's-Gravenhage van 1662 tot 1669)
- bij Wilhelmina geen getuigen vermeld
- bij Daniel geen getuigen vermeld
- bij Henricus "de edelachtbare heren Decay en daarvoor in de plaats de domheren De Jongh en mr. Johan Servaes" (waarschijnlijk Johan Servaes van Limburg (1632-1698), deken van het kapittel van St Marie te Utrecht, zijn broer Jacob was advocaat aan het Hof van Utrecht (evenals Adriaen) en kanunnik van St Marie)
Johan Servaes van Limburg, deken van het kapittel van St. Marie in Utrecht
- bij Margaretha is dat Ludolph de Wit (vader van Adriaen, wat er op zou kunnen wijzen dat deze Margaretha binnen de familie De With gezocht moet worden)
- bij Sebastiaen I geen getuigen vermeld
- bij Sebastiaen II zijn dat juffrouw Jaquemina van Laren (oudtante van Catharina) en Jodocus van Laeren, predicant te IJsselsteijn (broer van Catharina)
- bij Gerarda is dat Jacobus Munnecus (enig overgebleven zoon van Adriaen's zus Gerarda en haar man, de schilder Hendrik Munnekes)
- bij Adrianus zijn geen getuigen vermeld
- bij Petronella zijn dat "vrouwe Petronella van Vosbergen ende Hr= Mr. Nicolaas Sager der beijde rechten doctor" (Petronella van Vosbergen was eigenaar van veel land, maar had ook dermate veel schulden dat haar dochter in 1678 haar erfenis weigerde te aanvaarden (en daarbij vertegenwoordigd werd door Ludolph Adriaensz de With, Adriaen's oudste zoon; mogelijk viel Petronella in de categorie "goede klant") (Nicolaas Sager was advovaat bij het Hof van Utrecht, een collega van Adriaen derhalve)
- bij Petrus is dat "Petrus Remussen, wedr= van joffr= Sara van Laren" (waarschijnlijk een zwager van Catharina)
- bij Maria Elisabeth tenslotte is dat Meijnardus van Dreunen (een drukker en uitgever, wonend op het "Oudemunsterkerkhof" en onder meer uitgever van een "Lyste volgens dewelcke voortaen aen de Procureurs den Ed: geregte deser Stadt voldaen ende by taxatie gepasseert sal worden haer salaris" (1671); het is niet onwaarschijnlijk dat Meinard en Adriaen nauw hebben samengewerkt aan deze uitgave, die in het geboortejaar van dochter Maria Elisabeth verscheen)



In het kader van de laatste doopgetuige is de volgende akte interessant:
Schuldbekentenis - f 600,- vanwege lening met onderpand obligatie f 1.200,- ten laste van generale middelen van Utrecht en huishuur
Aktenummer: 119
Datum: 04-12-1676
Soort akte: Schuldbekentenis
Notaris: H. VYANDT
Samenvatting: f 600,- vanwege lening met onderpand obligatie f 1.200,- ten laste van generale middelen van Utrecht en huishuur
Personen:
Schuldenaar: onmondige kinderen + Adriaen de With
Voogd: Meinardus van Dreunen
Beroep: boeckdrucker
Woonplaats: Utrecht

Schuldenaar: Catharina van Laren
Echtgenoot: wed. Adriaen de With

Schuldeiser: Daniel van Hengel
Beroep: bedienaer des goddelycken woorts
Woonplaats: Utrecht

Verwijzingen: procuratie d.d. 01-12-1676 voor gerecht van Ysselstein procuratie d.d. 03-12-1676 voor gerecht van Ysselstein
Bijzonderheden: kwitantie d.d. 20-03-1677
Toegangsnummer: 34-4 Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905
Inventarisnummer: U078a002

Vindplaats: Het Utrechts Archief

Van de dochters Gerarda, Petronella en Maria Elisabeth is het overlijden bekend omdat ze daarbij met name genoemd worden.
Van de eerste Sebastiaen mag worden aangenomen dat hij het kind is dat in 1662 begraven is, enerzijds omdat het overlijden kort na zijn geboorte plaatsvindt en anderzijds omdat er in 1663 opnieuw een zoon deze naam krijgt.
Het kind dat in 1664 is overleden moet Daniel, Henricus of Sebastiaen II zijn, het kind dat in 1667 overleed kan daarbij ook nog Adrianus of een ongedoopt kind zijn.
Opvallend is dat in het eerste geval het overleden kind niet opnieuw vernoemd is, terwijl dat met Sebastiaen wel gebeurde.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen