zondag 13 januari 2013

Mijn voorzaten Vermaat 19: Ernst

Eerst (Ernst) [van het Duitse Huis?] is geboren vóór 1340.

Van vader van Philips Eerstz/Ernstsz is niets bekend.
Mogelijk is de volgende vermelding relevant:
133. 4 morgen land in ’t Goy, boven: de papenprove, beneden: Ernst van het Duitse huis,
en ½ morgen, boven: de heren van Oudmunster, beneden: de heren van het Duitse
huis, op de Keer naast de heren van het Duitse huis.
[J.C. Kort, Leenhoven van Vianen]



Het Duitse Huis in de Nederlandse stad Utrecht is het eeuwenoude en monumentale hoofdkwartier van de Duitse Orde in haar Nederlandse Balije. Het was en is de residentie van de Landcommandeur van de Orde.
Het huis is het tweede huis met deze naam; een eerder Duits Huis lag sinds 1231 buiten de stadsmuren ter hoogte van de Tolsteegsingel. Dit in tijden van oorlog gevaarlijk gelegen huis werd in 1345 na een plundering vervangen door een nieuw complex op een terrein aan de Springweg. Het complex bestond uit een hoofdgebouw van 50 bij 11 meter, enkele bijgebouwen en een kerk.
[Wikipedia]

Kinderen van Eerst uit onbekende relatie:
I. [misschien] Johan Eerstzn.
II. Philips Eerstzn (*vóór 1366)

We komen de naam Ernst/Eerst uitsluitend als patroniem tegen bij de oudst bekende voorvader van het geslacht Van der Mathe/Vermaat. Er is in die tak geen enkel kind of kleinkind naar hem vernoemd. Iets dergelijks zien we ook in de nazaten van Steven Philipsz, die waarschijnlijk een buitenechtelijke zoon is (mogelijk) van Philip Jansz van der Mathe (Matius), maar waar geen van zijn nazaten Philip heet. Bij de nazaten van (mogelijk zijn broer, maar wie weet zijn halfbroer?) Johan Ernstz komt de naam Ernst echter wel degelijk in het nageslacht voor, zelfs bij de nazaten van de tweede echtgenoot van diens vrouw Arentje van de Vene. Naast een "Ernst van het Duitse Huis" is er uit de leenakten ook een Ernst van Wulven bekend.
Mogelijk is Philips afkomstig uit een buitenechtelijke relatie van zijn vader Ernst en is een (half) Johan Ernstz wel een echtelijke zoon. Dat zou niet alleen het voortleven van de naam Ernst in diens nageslacht (en zelfs in dat van de stiefzoon van zijn vrouw Arentje, namelijk Herman Scade) verklaren, maar ook het overgaan van het door Philips in leen gehouden land naar anderen dan zijn eigen kinderen (namelijk naar Zweder Ernstsz en later diens dochter Arntje).
Wel is duidelijk dat er een verbinding moet zijn met het geslacht Van Vianen. Ook de namen Johan, Hendrik en Zweder komen in deze familie voor.


In het begin van de 14de eeuw trouwde ridder Hendrik (Henrick) van Vianen (ca. 1285 - 1352), Heer van Vianen, zoon van Hubrecht van Vianen en Agniese van Langerak (Langheraecke), met Katharina van Goye (Katerine Uten Goye). Deze Katharina was de tante en erfgename van een jong overleden kind Van Goye, waarvan de voornaam niet bekend is, dat in rechte lijn afstamde van de heren Van Goye. Zij beiden waren de laatste dragers van de adellijke geslachtsnaam Van Goye.
Toen op 4 april 1333 de familie en vrienden van Gijsbrecht Uten Goye er mee instemden
dat Ten Goye een leen van de graaf van Holland werd, was daarbij ook ridder Zweder van
Vianen aanwezig, een broer van Gijsbrechts zwager Hendrik van Vianen. Andere aanwezigen
waren ridder Dieric (Diederik) van Lienden, Hubrecht de Scencke van Culenburch en zijn broer Jan van Culenburch (beiden neven van moederszijde) en Gheryt (Gerard, Gerrit) van den Vliet (een zwager). Een klein gezelschapje dus maar.
Door de doelbewust op bezitsuitbreiding gerichte huwelijkspolitiek van de heren Van Vianen kwam na het overlijden van Katharina van Goye het Leenhof van Goye in het bezit van het Leenhof van de heren Van Vianen.

Johan Ernstsz was getrouwd met Arentje van der Vene, die weer een dochter was van Rumer uten Goye (een bastaard) en Feije van de Vene.

Om een idee te krijgen in welk gebied het land van Ernst en zijn zonen lag, toon ik hieronder een kaart van het gebied met daarop de verschillende heerlijkheden.

Heerlijkheden rond Houten
De huidige kasteeltoren van Schonauwen is ergens in de 14e eeuw gebouwd. Het is een van de oudste nu nog zichtbare gebouwen in de gemeente Houten. Het eerste huis stond al in de 13e eeuw op deze plaats.

De vroegste vermelding van het Schonauwen gaat terug tot het jaar 1261, als eigendom van de Norbertijnabdij van Mariënweerd (Beesd). Deze abdij had grond in zijn bezit in de pas aangelegde ontginningsgebieden. Vermoedelijk is rond 1271 ook een huis gebouwd, waar ridder Dirk Splinter van Beusichem in woont. Hij behoorde tot de Stichtse edelen die Floris V steunden. Dit huis Schonauwen draagt in die tijd verschillende namen, zoals Huis te Weteringe en Huys te Blancouwen.
Rond 1305 gaat Jan II van Culemborg flink aan het verbouwen. Het huis heet vanaf dat moment Schonauwen. Hubrecht wordt ermee beleend en noemt zich Hubrecht van Schonauwen.
Het huis wordt een imposante waterburcht. Het kasteel had een 13,5 meter hoge ronde toren dat onderdeel was van een kasteel. Dit kasteel bestond uit woonvleugels omringt door een gracht en was via een brug verbonden met een voorburcht. Hier stonden dienstwoningen, die via een gracht met de buitenwereld waren verbonden.
Om bij het kasteel te komen moest de bezoeker eerst twee bruggen passeren. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat het kasteel 15 bij 20 meter in omvang was. De gracht lag direct tegen het kasteel en was 25 tot 38 meter breed. Vermoedelijk is de toren in de 14e eeuw gebouwd. Uit de gebruikte bakstenen is duidelijk dat de toren niet van voor het jaar 1300 is.

[http://www.oudhouten.nl/content/artikelen/middeleeuwenlaat/kasteelschonauwen.html]


Het dorp 't Goy bestaat uit twee kernen die ongeveer één kilometer van elkaar verwijderd liggen. De bewoners zelf maken onderscheid tussen deze twee dorpjes en spreken over het oude Goy en het nieuwe Goy. Het oude Goy ligt rondom de kruising van de Wickenburghseweg en het Groenedijkje en bestaat uit enkele voormalige boerderijen en woonhuizen met een aantal bungalows uit de jaren zestig en zeventig. Het nieuwe Goy ligt langs de Beusichemseweg en bestaat uit [nu] enkele boerderijen en woonhuizen, een kerk en woningen uit de jaren vijftig en tachtig.
De oudste nederzetting lag midden tussen de huidige twee kernen. Tussen het Groenedijkje en de Beusichemseweg, zijn vondsten gedaan waaruit blijkt dat er al vanaf de late IJzertijd (250 v. Chr.) mensen hebben gewoond tot in de Romeinse tijd, en waarschijnlijk ook daarna. Zeker is het dat er vanaf de achtste of negende eeuw een klein dorpje onstaat dat Oostrum heet.

Het dorpje Oostrum bestond vermoedelijk uit niet meer dan enkele kleine boerderijen en een hoofdgebouw waar de meier woonde met zijn gezin. Deze was aangesteld door de graaf van het gebied om de agrarische nederzetting te beheren. Het omringende land werd bewerkt door onvrije boeren, de opbrengst kwam grotendeels ten goede aan de graaf. 't Goy en Houten maakten deel uit van het graafschap 'Opgooi' waartoe ook Odijk, Werkhoven en Wijk bij Duurstede (Dorestad) behoorden. De graven van dit graafschap woonden waarschijnlijk vanaf de tiende of elfde eeuw in hun kasteel in 't Goy. Dit kasteel stond op een terrein in de binnenbocht van de Wickenburghseweg waarlangs de bebouwing van het oude Goy gelegen is. De plek is nog goed herkenbaar als een lager gelegen terrein waaromheen nog gedeeltelijk een gracht en wal te zien zijn.
Deze graven noemden zich naar hun graafschap Opgooi en later komen zij voor als graven en heren van Goye. De nederzetting Oostrum lag enkele honderden meters te oosten van de plaats waar het kasteel van de heren van Goye stond. In de loop van de Middeleeuwen concentreerde de bebouwing zich rondom het kasteel en de kerk die bij het kasteel werd gesticht. Deze nederzetting blijft tot in de dertiende eeuw de naam Oostrum houden, daarna wordt deze naam verdrongen door de naam van het kasteel en heet het dorpje 't Goy.
[http://geschiedenis.houteninzicht.nl/]

Luchtfoto terrein kasteel Ten Goye
Het huis Ten Goye wordt voor het eerst in 1259 genoemd. Het kasteel was gelegen op de hogere gronden van de Houtense stroomrug, wat wijst op een hoge ouderdom. Mogelijk dateert het nog uit de 11e of misschien zelfs nog de 10e eeuw.
Geschiedenis De oudste geschiedenis van het kasteel Ten Goye is in nevelen gehuld, omdat het een allodiaal goed betreft, dat van vader op zoon overging, zonder dat daar een akte voor hoefde te worden opgesteld. In 1259 wordt het huis zijdelings genoemd, als Ghiselbertus (I) van Goye 13 morgen land, gelegen in 't Goy naast zijn huis, met de bisschop van Utrecht, Hendrik van Vianden, ruilt.
Daarna wordt het weer in 1317 genoemd, als het door Gwijde van Avesnes, bisschop van Utrecht, belegerd wordt. Aanleiding hiertoe was waarschijnlijk onenigheid tussen de bisschop en de voogden van de minderjarige Gijsbrecht (V) van Goye. Bij de belegering van het kasteel werden de zwaarste belegeringswerktuigen, waaruit we opmaken, dat het een aanzienlijk slot moet zijn geweest. De bisschop weet het kasteel te veroveren, maar verwoest het niet. Niet lang na de verovering sterft de bisschop plotseling aan een 'haestelicke siecte' op 29 mei 1317, waarna de voogden het kasteel weer terug veroveren.
Gijsbrecht (V) draagt als hij zelf meerderjarig is geworden, zijn kasteel "mitten voirburghe ende mitten hofstede, daer 't op staet, ten uteren cante toe van der uterste cinghelen" op aan de graaf van Holland, Willem III. Hij krijgt het direct terug in erfleen en het kasteel wordt een "open huis" voor de Graaf. Gijsbrecht trouwde met Marie van Heukelom en het echtpaar kreeg één kind, dat jong sterft en waarvan zowel het geslacht als de naam niet bekend is. Niet lang na zijn belening sterft Gijsbrecht en omdat hij geen nakomelingen heeft, vererft het kasteel op zijn zus Catharina, die trouwde met Hendrik I van Vianen, waarmee het kasteel in handen komt van de Heren van Vianen.

Tussen 1353 en 1355 vond een oorlog plaatst tussen de graaf van Holland en de Bisschop van Utrecht. De heren van Vianen en Culemborg steunden de Graaf tijdens deze oorlog en hierdoor raakte kasteel Ten Goye in de strijd betrokken, omdat de Graaf het nu ook als "open huis" gebruikte. Het kasteel werd belegerd en ernstig beschadigd.
Noodgedwongen sloten de heren van Vianen en Culemborg op 22 oktober 1355 vrede met de bisschop van Utrecht, waarbij werd vastgelegd, "... dat men dat huys ten Goye niet meer tymmeren noch vesten en sal in geenre manieren, behoudeliken dat ment in reke houden mach van dake, van vensteren ende van andere saicken, des't van noden, niet ontberen en mach". Dit betekent, dat alleen de hoogstnoodzakelijke reparaties aan het kasteel plaats mochten vinden, waardoor het niet weer een kasteel van militair belang zou worden.
Een jaar later sluit de Graaf van Holland ook vrede met de Bisschop en de stad Utrecht, waarbij bepaald werd, dat de Bisschop en de Graaf zouden meebetalen aan het herstel van het kasteel ten Goye. Ghiselbrecht van Vianen en den Goye ontvangt van de Graaf 4000 Utrechtse ponden. Een zelfde bedrag werd ook van de Bisschop en de stad Utrecht geëist.

Hoe lang de wederopbouw heeft geduurd is niet bekend, maar het kasteel zal nog niet zo lang in oude luister hersteld zijn, als het in 1380 opnieuw belegerd wordt. Dit keer is het Bisschop Floris van Wevelinchofen, die zijn leger naar het kasteel stuurde. De aanleiding tot dit beleg was de weigering van Reynout van Vianen zijn aanspraken op de Utrechtse bisschopszetel op te geven. Reynout, broer van de heer van Vianen, was door de tegenpaus Clemens VII benoemd, terwijl de paus Urbanus VI Floris benoemd had. Na de inname van het kasteel, werd Reynout gedwongen Floris als bisschop te erkennen.
In 1428 wordt Ten Goye voor de laatste keer afzonderlijk in leen gegeven. Jacoba van Beieren geeft het in dat jaar in leen aan Jan van Vianen. Daarna wordt het steeds met andere Viaanse leengoederen in leen gegeven.
Op 9 april 1493 komen we de laatste vermelding van het kasteel in de archieven tegen als het Kapittel van St. Marie een hofstede beleend aan Antonys Ghisbert Staelssone. De hofstede grensde westelijk aan 'den heerwech bij den Huse van den Goey'.
Tussen 1636 en 1639 wordt er een lijst opgesteld van Ridderhofsteden door de Staten van Utrecht. Ten Goye komen we hierop niet tegen, waardoor we vermoeden, dat het kasteel toen al een ruïne was. Van het Kapittel van St. Marie wordt in 1640 een tiendkaart gemaakt, waarop het vroegere kasteelterrein wordt aangegeven als boomgaard.

Afbeeldingen van het kasteel zijn niet bewaard gebleven, omdat het kasteel al verdwenen was, voordat de eerste topografische tekenaars door Nederland trokken. Wel is het gedeeltelijk omgrachte kasteelterrein nog terug te vinden. Dit terrein heeft een grootte van ca. 140 x 90 m. Op het noordelijke gedeelte stond het hoofdgebouw, op een verhoging, die 1,5 m hoger was dan het zuidelijke deel. In zijn glorietijd moet het kasteel uit meerdere woonvleugels en toren hebben bestaan, met een versterkte voorburcht en omgeven door wallen en een dubbele omgrachting.
De buitenste omgrachting en omwalling waren tot ver in de 20e eeuw duidelijk zichtbaar, maar deze zijn grotendeels verdwenen bij een herinrichting van het terrein, waarbij de gracht met grond van de kop van de buitenste wal werd dichtgegooid.

Op de zuid- en oostzijde van de wal werden in de jaren 60 van de 20e eeuw een aantal bungalows gebouwd. Hierbij is toen nauwelijks archeologisch onderzoek uitgevoerd.
In de jaren 70 van de 20e eeuw, werd er een tuin aangelegd, waarbij restanten van een 14e eeuwse steenoven werden ontdekt. Het lijkt aannemelijk dat deze steenoven in gebruik werd genomen na de verwoesting van het kasteel in 1355.
Het kasteelterrein is nu gesplistst in twee delen, eigendom van twee verschillende personen. Waar nu fruitbomen staan, stond waarschijnlijk vroeger de hoofdburcht, terwijl het andere deel ingericht is als tuin. Bij de aanleg van een vijver in 1980 kwamen hier zware funderingen te voorschijn.

Bewoners 

ca 1259 - 1271 Ghiselbertus (I) Uten Goye, getrouwd met Mabelia van den Arkel
1271 - 1300 Giselbrecht (II) Uten Goye
1300 - 1313 Ghijsebrecht (III) Uten Goye, getrouwd met NN van Woerden
1313 - 1316 Ghisbrecht (IV) Uten Goye, getrouwd met Margriete van Beusichem
1316 - 1334/5 Gijsbrecht (V) Uten Goye, getrouwd met Marie van Heukelom
1334/5 - ca 1350 Catharina uten Goye, getrouwd met Hendrik I van Vianen
ca 1350 - 1352 Hendrik I van Vianen
1352 - 1389 Ghiselbrecht van Vianen en den Goye
1389 - 1392 Zweder van Vianen, (broer), getrouwd met Mechteld van Zuijlen
1392 - 1440 Johan van Vianen Heer van Noordeloos en Nieuwkoop

Het kasteelterrein is nu in gebruik als boomgaard en tuin. Wel is er nog een restant van wallen en grachten te herkennen. Het terrein is moeilijk te vinden. Het terrein is niet toegankelijk.

[http://www.kasteleninutrecht.eu/Goye.htm]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen