zondag 31 maart 2013

Schade en Van der Mathe

Onlangs deed zich een tweede mogelijkheid voor om een serie oude jaargangen van Gens Nostra over te nemen, nadat ik bij de eerste poging net achter het net viste. Deze keer was ik wel de eerste, zodat ik gistermiddag met een forse boodschappentas, gevuld met meer dan twintig jaargangen Gens Nostra naar huis reed.
Aanleiding was een interessant artikel van Bram Vermaat in Gens Nostra 7/8 van 2009, dat juist een half jaar  is verschenen voordat ik zelf lid werd van de NGV. De titel: "Schade van der Mathe, een theorie over de herkomst van de familie en de naam Vermaat".

Naar aanleiding van een aantal vermeldingen uit het Repertorium op de leenhoven van Vianen (bewerkt door J.C. Kort) komt Bram Vermaat tot een hypothese over een mogelijke verwantschap tussen de geslachten Schade en Van der Mathe. Aansluitend geeft hij ook een mogelijke reden voor het gaan voeren van de naam Van der Mathe door nazaten van Philips Eerstsz.  
De belangrijkste passages uit het repertorium zijn de volgende:

['t Goy]
136. 2 morgen land in ’t Goy, boven: Jan van den Zande (1403: beneden: Hendrik Buddinxz.), beneden: heer Zweder van Vianen (1403: boven: erven heer Zweder van Beverweerd; 1435: Gijsbert van Vianen).
18-8-1392: Filips Ernstsz., 6 fol. 40v.
6-9-1403: Ernst Jansz. abusivelijk als 3 morgen in Loerik, (zie ook nr. 176), 7 fol. 12.
19-6-1420: Zweder Ernstsz. bij overdracht door Filips Ernstsz., 9 fol. 31.
5-1-1435: Arntje, dochter van Zweder Ernstsz., 10 fol. 18.
23-12-1439: Jan van Schadewijk Gijsbertsz. bij overdracht door Arntje, dochter van Zweder
Erntstsz., 10 fol. 33v.

[Houten]
160. Het hanekoorn in het kerspel Houten, zijnde Gijsbert Scive voor 15 mud haver uit zijn erf te Houten, de nonnen van Oudwijk voor 14 mud min 1 schepel haver uit Abbenhoeve, de vrouw van Hubert van Wulven voor 10 mud min 1 schepel haver uit haar erf aldaar, Willem Hubertsz. voor 6½ mud haver uit zijn erf, Herman van Wulven voor 3 mud en 1 schepel uit zijn erf, Herman Wy voor 3 mud haver uit zijn erf, Simon Pontiaansz. te Oud-Wulven voor 3 mud en 1 schepel haver uit zijn erf, Gerard van Voorn voor 2 mud haver uit zijn erf, Egbert Hermansz. voor 2 mud haver uit zijn erf, Filips Ernstsz. voor 2 mud haver uit zijn erf, Willem Mengelaar voor 1 mud haver uit zijn erf, Johan die Witte voor 1 mud uit zijn erf, Johan Quint voor 6 schepel uit zijn erf en Herman van Kamp voor 10 mud uit zijn erf aldaar.
30-3-1386: Heer Zweder van Vianen, broer van de leenheer, bij koop, Nassaus Domein, II, inv. 750.
10-7-1392: Heer Zweder van Vianen, 6 fol. 22v-23v.


161. Een hofstede, genaamd Tielland, en 1 morgen daarnaast, (1652: zijnde tezamen 2 morgen), in Houten, boven: Gijsbert van Schadewijk (1462: Gerard Hermansz.; 1573: Ernst van Rossum), beneden: kinderen Jacob van Lokhorst (1462: de heren van het Duitse huis te Utrecht), zijnde hofleen.
31-7-1392: Ernst Jansz., te komen op zijn kinderen bij Arnout, dochter van Rumer van den
Vene, nicht van de leenheer, zijn vrouw, 6 fol. 29v.
17-8-1407: Herman Schade zoals Ernst Jansz., 7 fol. 17.
6-3-1420: Herman Schade, eventueel te komen op zijn oudste broer, zoon van Ernst Jansz. bij Arentje van den Vene, zijn moeder, 9 fol. 22.
16-8-1462: Ernst Schade Hermansz. zoals het register van 1392, 10 fol. 97v.
21-1-1496: Maurijn Ernstsz., 12 fol. 112.
28-3-1525: Herman Maurijnsz. bij dode van Maurits Ernstsz., zijn vader, met lijftocht van Metje, zijn vrouw, 13 fol. 53.
11-8-1549: Marcelis Dirksz. bij overdracht door Herman Mauritsz. en het wordt erfleen gemaakt, 17 fol. 172v-173.


162. 18 morgen land in Houten, strekkend zuidwaarts tot de wetering tussen Houten en Schalkwijk en westwaarts tot de Nuendijk, oost: Zweder van Broekhuizen en kinderen van de zuster van Filips van Houten.
26-5-1294: Dirk Osterwort, knaap, doet afstand na overdracht aan Dirk van Osterhem, die overdroeg aan deken en kapittel ten Dom te Utrecht, Ketner, Oorkondenboek Sticht Utrecht, V, nr. 2632.

[Odijk]
176. 2 morgen land in Odijk, boven: de heren van St. Marie te Utrecht (1403: beneden: heer Willem van Rhenen), beneden: Arnout Schive (1403: boven) gemeen met de leenman.
18-8-1392: Filips Ernstsz., 6 fol. 40v.
6-9-1403: Ernst Jansz., 7 fol. 12.
De volgende beleningen zijn gelijk aan nr. 136.

[Hagestein]
355. 15 morgen land in de parochie Gasperde.
17-7-1392: Jan die Brune zoals Costwijn, zijn vader, kocht van Costijn van IJsselt na opdracht, 6 fol. 25v.
Het leen 355 gesplitst in 355A en 355B.
355A. 12 morgen (1420: in de Haag; 1588: zowel binnen als buitendijks; strekkend van de Lek tot de Haagwetering; 1454: naast Willem Ben), boven (1420: de leenman; 1515: Aafje Blote; 1538: Geertruida Blote en Lambert Maasz.; 1585: executeurs van Herman Antonsz. of het manhuis van Vianen; 1608: mr. Jan van Montenegro), beneden (1420: erven Herbaren; 1515: erven Lambert Gijsbertsz.; 1538: de natuurlijke zoon van Lambert Maasz.; 1585: Amelis van Bronkhorst (!); 1588: van de Boekhorst; te den Haag; 1608: Joost Bakker Cornelisz.; 1622: van Grovestein).
17-7-1392: Hendrik Dirksz. de oude bij dode van Jan die Brune, 6 fol. 44v. 
22-2-1420: Dirk van den Oever, 9 fol. 7v.
11-8-1446: Machteld, weduwe Ludolf van Jutfaas, zoals Dirk van den Oever met lijftocht van
Wendelmoed, weduwe Hendrik van Rijsenburg, op 50 willems schilden en daarna van Joost
Abrahamsz., bastaard van Vianen, 10 fol. 53.
5-10-1454: Pieter van der Weide Jansz. bij overdracht door Jan Arnoutsz. voor Machteld, dochter van Hendrik Dirksz., weduwe Ludolf van Jutfaas, met lijftocht van Christina, weduwe Jan van der Weide, zijn moeder, 10 fol. 71v.
28-8-1495: Gozewijn van Zuilen Jansz. voor Clemens van der Weide bij dode van haar broer, 12 fol. 102.
23-4-1503: Jordaan Gijsbertsz. bij overdracht door Clementia, weduwe Gijsbert Jacobsz., zijn moeder, eventueel te komen op zijn zuster, 12 fol. 163.
15-1-1513: Lijftocht van Aleid, dochter van Herman Kroele, gehuwd met Jordaan Gijsbertsz., bevestigd door Clementia, zijn moeder, en Gijsberta, zijn zuster, 13, fol. 13v.
12-3-1515: Jan Gijsbertsz., priester, 13 fol. 22.
23-5-1532: Pieter Barbier Jansz. voor Pieter, natuurlijke zoon van heer Jan Gijsbertsz., priester, tot hij achttien is, bij overdracht door George Ludolfsz. voor Jan Gijsbertsz., diens vader, eventueel te komen op Stijne, diens zuster, of Jordaan Gijsbertsz., diens oom, 17 fol. 19.
6-5-1538: George Ludolf voor heer Jan Gijsbertsz., priester, bij overdracht door Pieter, diens zoon, te komen op Gijsbert Jordaansz., Pieters neef, die hem dan f 500.- zal betalen, 17 fol. 61v-62.
31-8-1538: Jan Joostenz. te Amersfoort voor Margaretha, zijn dochter, bij overdracht door Jan van Valkenburg voor heer Jan Gijsbertsz., priester, 17 fol. 64.

355B. 2 morgen boven de stad Vianen, strekkend van de Haagwetering over de Lekdijk tot de kil, boven: Bernard van Tull (1442: de leenheer; 1569: erven Arnout Gijsbertsz.; 1611: Laurens Jacobsz. c.s.; 1626: Paulus Hendriksz.; 1657: Dirk Cornelisz.), beneden: Belie, dochter van Hendrik van den Oever, (1442: de leenheer; 1569: Willem Pelgrimsz.; 1611: Wouter Gerardsz.; 1626: Anna Crom), (1569: jaarlijks 14 pond waardig).
22-2-1420: Dirk van den Oever zoals Jan die Brune en Hendrik Dirksz., 9 fol. 7v.
14-9-1442: Hubert van Tull ook met 4 morgen in de Haag, boven: weduwe Floris van Jutfaas of Dirk Tukker de oude, beneden: Jan van Nesse, met lijftocht van Aleid, zijn vrouw, 10 fol. 43v.
24-1-1457: Ernst Ernstsz. bij overdracht door Hubert van Tull met lijftocht van Ernst en Yke, zijn ouders, 10 fol. 77v.
5-12-1491: Ernst Schaye met lijftocht van Ernst Schaye Hermansz., zijn vader, en Ida, dochter van Maurijn Bakker, zijn moeder, waarna overdracht aan Gijsbert Arnoutsz. alias van Buren met lijftocht van Stijne, dochter van Hendrik Pietersz., diens vrouw, te versterven in de boedel met f 100.- karolus, 12 fol. 76.
23-3-1497: Jan Herman Dirksz. bij overdracht door Gijsbert Arnoutsz. alias van Buren, gehuwd met Christina, met lijftocht van Aleid, dochter van Willem Hisinc, zijn vrouw, te komen op hun jongste zoon, 12 fol. 120.
27-3-1532: Lijftocht van Geertruida, dochter van Jan Tukker, gehuwd met Jan Hermansz., te komen op zijn oudste zoon, 17 fol. 17.
23-4-1544: Allard van Waal Willemsz. voor Arnout Jan Hermansz. bij dode van diens vader, 17 fol. 114.
21-4-1552: Machteld, dochter van Jan Hermansz., bij overdracht door Arnout Jan Hermansz., haar broer, 17 fol. 197.
2-4-1562: Arnout Jan Hermansz. bij dode van Machteld, zijn zuster, waarna overdracht aan
Lambert Gijsbertsz. van Everdingen, 21 fol. 101v-102.
15-3-1569: Willem Pelgrimsz. voor Willem van Everdingen bij dode van Lambert, diens vader, LRK 289 c. Vianen fol. 10v-11, 24 fol. 23v-24, LRK 340 fol. 244v-245.
5-12-1571: Simon Pietersz. voor Aafje, dochter van Pieter Simonsz., zijn zuster, 379 weduwe
Hans van Limburg, bij overdracht door Willem van Everdingen Lambertsz., 24 fol. 105v-106. 10-5-1596: Hans van Limburg bij overdracht door Aafje Pietersdr., zijn moeder, 26 fol. 42v.

Hierbij betoogt Bram dat op basis van de vermelding bij Tielland [160] Herman Schade een zoon is van Ernst Jansz en Arentje van de Vene en dat mede op die manier het wapen van Schade ook het wapen van Van der Mathe kon worden. De kernpassage bij deze aanname is de volgende:

31-7-1392: Ernst Jansz., te komen op zijn kinderen bij Arnout, dochter van Rumer van den
Vene, nicht van de leenheer, zijn vrouw, 6 fol. 29v.
17-8-1407: Herman Schade zoals Ernst Jansz., 7 fol. 17.
6-3-1420: Herman Schade, eventueel te komen op zijn oudste broer, zoon van Ernst Jansz. bij Arentje van den Vene, zijn moeder, 9 fol. 22.

Hierin wordt inderdaad beschreven dat Ernst Jansz getrouwd is met Arentje van de Vene. Tevens wordt beschreven dat Arentje van de Vene de moeder is van Herman Schade. Wat echter ontbreekt is de vermelding dat Ernst Jansz de vader is van Herman Schade.

Ik denk dat dat ook niet het geval is. Zoals ik al in een eerdere blogpost heb betoogd (http://vermaatisdenaam.blogspot.nl/2013/02/verwantschap-met-de-familie-schade.html), lijkt de bovenstaande vermelding juist aan te geven dat de vader van Herman Schade na het overlijden van Ernst Jansz is getrouwd met diens weduwe. Herman Schade noemt Arentje daarom zijn "moeder", terwijl zij in werkelijkheid zijn stiefmoeder is. Mogelijk werpt dit ook een ander licht op de vermelding van 1407 en is de daar vermelde Herman Schade de vader van de Herman Schade die in 1420 is vermeld. Dat deze jongere Herman een zoon Ernst noemt, naar de overleden eerste echtgenoot van zijn stiefmoeder, is op zich niet vreemd.
Evenmin is het vreemd dat Tielland vererft in de lijn Schade, aangezien expliciet vermeld wordt dat Arentje van de Vene nicht van de leenheer is. De grond "hoort" daarom bij haar en gaat vervolgens over naar de nazaten van haar tweede echtgenoot.

Zo wordt de stamboom, zoals Bram Vermaat zie toont in zijn artikel (Gens Nostra 64, p. 498), enigszins anders:


Stamboom nazaten van Eerst
De hierboven geciteerde vermeldingen bieden nog twee andere interessante verbanden. Er is namelijk sprake van een Ludolf van Jutfaas, overleden voor 11-8-1446 (dan wordt namelijk Machteld Hendrik Dirkszdr. als zijn weduwe vermeld), die heel goed de vader kan zijn van de in het artikel van Bram Vermaat genoemde Scade Ludekijns soon van Jutfaes (vermeld 22-3-1450 in het Buurspraakboek van Utrecht [Gens Nostra 64 p. 501]).
Via Machteld komt dit stuk land bij Gasperde in bezit van Pieter van der Weide, via hem bij zijn zuster Clementia en via haar bij haar zoon Jorden Gijsbertsz van der Maet. Dit is een nakomeling van de familie Van der Maeth uit Amersfoort, waartoe ook Goert Thomasz van der Maet behoort, wiens zoon Thomas vanuit Amersfoort burger van Utrecht is geworden.
Het leen dat Govert, de zoon van deze Thomas ontvangt bij Achthoven brengt ons vervolgens weer vrij dicht bij een andere (ook Rooms-Katholieke) familie Van der Maet uit deze omgeving, maar die aansluiting is (nog?) niet gevonden.






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen