maandag 21 december 2020

Steven Philipsz - goud uit de Gortsteeg?

De tegenwoordige Havenstraat in Utrecht (voorheen Gortsteeg)

De Utrechtse uitdrukking "dat is goud uit de Gortsteeg" verwijst op een aantal manieren naar iets wat er niet (meer) is. In de volksmond geeft het aan dat iemand zich rijker voordoet dan hij is of dat iets nep is. Volgens bronnen gaat dit terug op de oudste naam van de tegenwoordige Havenstraat, namelijk Gordelsteeg (later verkort tot Gortsteeg), die zou wijzen op het aanwezig zijn van quincailleurs: makers van vergulde snuisterijen die aan de gordel gedragen werden [https://nl.wikipedia.org/wiki/Haverstraat_(Utrecht)]. 
Ook de messemakers moeten in elk geval halverwege de 16e eeuw hier hun bedrijf hebben uitgeoefend, zoals Marcel S.F. Kemp beschrijft in een recente publicatie in Ons Voorgeslacht ("De ware Philips in beeld", OV 736, pp. 562-1567). Kemp toont daarin op overtuigende wijze aan dat de oorspronkelijk uit Utrecht afkomstige Rotterdamse messemaker Steven Philipsz, van wie enkele kinderen zich Vermaet gaan noemen, geen buitenechtelijke nazaat is uit de familie Van der Mathe/Vermaat uit Schonauwen, maar een zoon van de op last van Alva op 22 december 1568 geëxecuteerde messemaker Philips Evertsz, die tijdens zijn leven woonde in de Gortsteeg in Utrecht in het huis De Kelck.
Na de terechtstelling van zijn vader wordt Steven op 4 december 1569 als 10-jarige "ingenomen" in het Gereformeerd Burgerweeshuis in Utrecht. Zijn moeder Anna Aelbertsdr is al tijdens de Vasten van 1565 overleden. In latere jaren wordt hij voor enkele stuivers per dag uitbesteed aan zijn zwager Wouter Aelbertsz, eveneens een messemaker, die als weduwnaar getrouwd is met Steven's zus Aeltgen.

Waarom vestigde Steven zich in Rotterdam? Dit zou verband kunnen houden met de omstandigheid dat in de eerste periode van de Tachtigjarige Oorlog de stad Utrecht sterker RK-gezind en daarmee Spaansgezind bleef, terwijl Rotterdam al vrij snel overwegend Protestant was. Voor iemand wiens vader op last van Alva is vermoord lijkt dat geen onbegrijpelijke keuze. 
Hij heeft hem in elk geval geen windeieren gelegd. Ondanks zijn bescheiden komaf (enige jaren later wil men de erfenis van een ver familielid uitsluitend beneficiair aanvaarden, dat wil zeggen alleen de baten en niet de (waarschijnlijk hogere) bijbehorende schulden) en het feit dat hij al vroeg wees is, weet Steven een solide basis te leggen voor economische voorspoed: zijn zoon Steven is hoofdman van het St. Eloij-gilde in Rotterdam en zijn achterkleinzoon Anthonij Govertsz Vermaat (1689-1762) brengt het tot pachter van de gemeenelandsmiddelen in Delft, een functie waarvoor men het nodige kapitaal moest bezitten.

Het gezin van Philips Evertsz

[bron: Marcel S.F. Kemp - De ware Philips in beeld, Ons Voorgeslacht 736 pp. 562-567]

Philips Evertsz is geboren ongeveer 1518 , messemaker, woonde "in de Kelck" in de Gortsteeg te Utrecht, werd in 1568 op last van Alva geëxecuteerd "meteen sweerde".
Philips trouwde (1) vóór 1546 met Anna Aelbertsdr. Anna is overleden tijdens de Vasten van 1565 in UtrechtAnna was de halfzus van Alidt Hendricksdr van Vreen, die als weduwe van Adriaen van Wely trouwde met Hendrick Gerritsz, waard in "De Witte Zwaan".
Philips trouwde (2) vóór 02-12-1565 in Utrecht (Buurkerk) met Adriaentje Adriaensdr.
Uit het 1e huwelijk:
1 Evert Philipsz. Evert is overleden na 28-12-1576.
2 Aelbert Philipsz. Aelbert is overleden vóór 17-04-1626 in Utrecht "int St. Loijengasthuis nalatend huisvrouw int Dolhuis en mundige kinderen". Van het overlijden is aangifte gedaan op 17-04-1626. Hij is begraven in Utrecht (Buurkerk).
Aelbert trouwde met Aertgen Aertsdr. Aertgen is overleden vóór 23-05-1636 in Utrecht "wed van Aelbert Philipsz in Cruysgasthuis, op het kerkhof aldaar".
3 Aeltgen Philipsdr. Aeltgen is overleden na 21-07-1603. Aeltgen trouwde vóór 1567 met Wouter Aelbertsz, messemaker, wonend in de Gortsteeg te UtrechtIn 1594 testeren Wouter Aelbertsz en Aeltgen Philipsdr op de langstlevende van hen beiden. Wouter is overleden na 21-07-1603 .
4 Cunera Philipsdr. Cunera is overleden vóór 27-01-1593. Cunera trouwde vóór 28-12-1576 met Bernt Gerijtsz, glasmaker, woont 1593, 1600 aan de Springweg WZ. Bernt is overleden vóór 09-05-1606 in Utrecht.
5 Oeltgen (Vultgen) Philipsdr. Oeltgen is overleden op 26-05-1600. Oeltgen trouwde vóór 03-11-1587 met Cornelis Jansz van Royen, smid, zoon van Elysabeth Jan Cornelisz de sackedragers weduwe. Cornelis is overleden in 1592.
6 Catryna Philipsdr. Catryna is overleden vóór 28-12-1576.
7 Steven Philipszmessenmaker, afkomstig uit Utrecht, geboren rond 1558 (afgeleid), woont Rotterdam in de Lombartstraat (1584), in een huis waar de Lelie uithangt 1600 (gekocht in 1594, smid, geboren vóór 04-12-1559 in Utrecht. Op 4-12-1569 als 10-jarige jongen "ingenomen" in het Gereformeerd Burgerweeshuis. Hij is begraven op 12-06-1621 in Rotterdam [bron: DTB Rotterdam inv. 39 Begraven Kerkmeesters , index nummer nr.197, fol.1.].
Steven trouwde (1) op 07-07-1584 in Rotterdam [bron: DTB Rotterdam Trouw gereformeerd] met Maritgen GerritsMaritgen woont in de Lombartstraat "In de drie Schaepkens" [Marcel S.F. Kemp - Parenteel Luytgen Woutersz (in Utrechtse Parentelen voor 1650, deel I, "Ons Voorgeslacht" (2010), p. 135]. Maritgen is overleden vóór 27-02-1598 [bron: Marcel S.F. Kemp - Parenteel Luytgen Woutersz (in Utrechtse Parentelen voor 1650, deel I, "Ons Voorgeslacht" (2010), p. 135].
Steven trouwde (2) op 13-09-1598 in Delft [bron: Marcel S.F. Kemp - Parenteel Luytgen Woutersz (in Utrechtse Parentelen voor 1650, deel I, "Ons Voorgeslacht" (2010), p. 135] met Neeltge Gerets, nadat zij op 30-08-1598 in Rotterdam in ondertrouw zijn gegaan [bron: DTB Rotterdam Trouw gereformeerd]. Neeltge woont Papestraat in Delft, weduwe van Pieter Martensz [Marcel S.F. Kemp - Parenteel Luytgen Woutersz (in Utrechtse Parentelen voor 1650, deel I, "Ons Voorgeslacht" (2010), p. 135]. Neeltge is geboren in 1559 [bron: Marcel S.F. Kemp - Parenteel Luytgen Woutersz (in Utrechtse Parentelen voor 1650, deel I, "Ons Voorgeslacht" (2010), p. 135]. Neeltge is overleden na 28-09-1631, minstens 72 jaar oud: ze treedt nog als doopgetuige op bij twee kleindochters Neltge, daarna niet meer.

Een verklaring voor het gebruik van de geslachtsnaam Vermaet leveren de nieuwe gegevens in elk geval niet op. Kemp noemt in dit verband de vermelding uit 1517 van een "Evert de Mesmaker", die wellicht dezelfde is als de "Evert Vermaet" die in 1491 een aantal keren wordt vermeld in de Vechtkeuren en trekt vervolgens een heel dun potloodstreepje naar de Amersfoortse familie Van der Maeth.
Ik betwijfel dat. Deze familie bleef consequent Rooms-Katholiek tot ver in de 18e eeuw en zelfs zodanig, dat mag worden vermoed dat het feit dat de in 1619 terechtgestelde raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt, wiens moeder een Van der Maath was, mede vanwege die familieconnecties in de verdachtenbank belandde. Ook een verbinding met de (eveneens rabiaat RK) familie Van der Maat uit Achtersloot bij IJsselstein acht ik om die reden niet waarschijnlijk. Blijft nog over een verbinding met de familie(s) Vermaat uit Ameide en Tienhoven aan de Lek, van wie in elk geval bekend is dat zij de (samengetrokken) geslachtsnaam Vermaet (voor Van der Mathe) al tientallen jaren eerder gebruikten dan de nakomelingen van Cornelis Philipsz van der Mathe in Rhoon en Poortugaal.

De opmerking van Kemp "... dat aansluiting op de Parenteel Luytgen Woutersz uitgesloten is: het Rotterdamse uitstapje kan dan ook in zijn geheel vervallen. Maar voor mogelijke afstammelingen van déze Vermaten is er toch ook goed nieuws." geldt in elk geval niet voor nazaten van Steven Philipsz in de mannelijke lijn: met de bovengenoemde Anthonij stierf deze immers al in 1762 uit.

Ten slotte blijkt, ondanks bescheiden komaf en lastige jeugd, mogelijk het karakter van Steven Philipsz ook uit zijn handtekening, die zeker enige oefening en ontwikkeling laat zien.

Handtekening Steven Philipsz




zaterdag 22 augustus 2020

De "grote akte"

Op 14 februari 1747 wordt een akte opgemaakt die een goed overzicht geeft van de samenstelling op die datum van een deel van "mijn" tak van de familie en waarnaar ik om die reden verwijs als de “grote akte”. 


Hij is te vinden in Streekarchief Voorne-Putten, inventarisnummer 047 Ambacht Simonshaven en Schuddebeurs, nr. 644 en hij luidt als volgt:
“Bastiaan Vermaat, won. te Charlois, voor zichzelf en voor zijn zwager en zuster Jan Dammisz Duimdam en Trijntje Vermaat, won. in Brielle, Ariaantje Vermaat, meerderjarige ongehuwde dochter, won. onder Hekelingen, Ariaantje van Vendelo, meerderjarige ongehuwde dochter, won. in Nieuwenhoorn, naast Neeltje, Teuntje, Martijntje en Cornelia van Vendelo, alle vier minderjarig, kinderen van Cathalijntje Vermaat, getr. geweest met Jacobus van Vendelo, welke voorn. Bastiaan, Trijntje, Ariaantje, Cathalijntje met Annetje Vermaat (getr. geweest met Leendert van der Arent, twee minderjarige kinderen Ariaantje en Anna van der Arent) kinderen zijn geweest van Cornelis Vermaat, verder Jochum Munt, won. in Zuidland, als armmeester van de Heiligegeestarmen van Zuidland, voor Jacob Vermaat en nog vier minderjarige kinderen van Willem Vermaat, Jan Hokken, won. in Brielle, voor zichzelf en voor zijn zuster Trijntje Hokke, wed. van Pieter van der Lugt, won. te Hellevoetsluis, met de minderjarige Jacoba en Teuntje Hokke kinderen van Teuntje Vermaat, getr. geweest met Jacob Hokke, Hendrik Vermaat, won. te Geervliet, welke voorn. Willem Teuntje en Hendrik Vermaat kinderen zijn van wijlen Jan Vermaat, nog Jan Vermaat, won. onder Hekelingen, en wijlen Philippus Vermaat (twee minderjarige kinderen Ary en Adriana Vermaat) als kinderen van Ary Vermaat, nog Ary Vermaat, won. te Geervliet, voor zichzelf en voor zijn zuster Teuntje Vermaat, wed. van Jacob Langendoen, won. te Spijkenisse, die met de hieronder gemachtigde Philippus Vermaat en wijlen Aaltje Vermaat (getr. geweest met Engel Bakker, minderjarige dochter Cornelia) kinderen waren van Philippus Vermaat, en nog Philippus Vermaat, won. te IJsselmonde, en Teunis Vermaat, won. te Spijkenisse, voor zichzelf en voor hun zuster Annetje Vermaat, meerderjarige ongehuwde dochter te Zwartewaal, welke Philippus, Teunis en Annetje zijn kinderen van Maarten Vermaat, welke gemelde Cornelis, Jan, Ary, Philippus en Maarten Vermaat vijf broers waren van Pi[...]”

Helaas breekt hij af na de eerste twee letters van wat waarschijnlijk Pieter Philipsz Vermaat (na 1676-1743) moet zijn. Ook wat de reden is van deze vertegenwoordiging is, wordt niet vermeld, maar vermoedelijk heeft het te maken met een boedelscheiding of een gezamenlijke verkoop na het (zonder levende kinderen) overlijden in 1746 van Teuntje Pietersdr Vermaat (1700-1746), het enige overlevende kind van Pieter Philipsz Vermaat en Willemtje Ariensdr Roobol.
Naast de zes broers, allen zonen van Philip Cornelisz Vermaat (1640-1684) en Teuntje Jans Laeckenkooper (voor 1647-1691), bestond het gezin nog uit Cornelis en Barber (beiden als peuter gestorven) en de eveneens jong gestorven dochters Maartje (1660) en Barber (1667).

Hieronder bespreek ik stuk voor stuk de broers met hun genoemde (en dus op 14-02-1747 nog levende) kinderen en eventueel kleinkinderen, in (vermoedelijke) volgorde van ouderdom. Die volgorde is onderwerp van discussie, omdat behalve van Cornelis (1668) en Jan (1670) de doopdata van de broers onbekend zijn: in die periode heeft het Doopboek van Spijkenisse een lacune. Ik plaats de broers op dezelfde volgorde als de akte (voor Cornelis en Jan wordt die bevestigd door de doopdata, dus die aanname lijkt mij terecht), waarbij ik Pieter op basis van de datum van zijn eerste huwelijk tussen Jan en Arij plaats.

Groep 1: de kinderen van Cornelis Philipsz Vermaat (1668-1722) en Ariaantje Jansdr Blijenburg (ong. 1666-1709) / Aaltje Bastiaansdr Munter (1677-1750)
“Bastiaan Vermaat, won. te Charlois, voor zichzelf en voor zijn zwager en zuster Jan Dammisz Duimdam en Trijntje Vermaat, won. in Brielle, Ariaantje Vermaat, meerderjarige ongehuwde dochter, won. onder Hekelingen, Ariaantje van Vendelo, meerderjarige ongehuwde dochter, won. in Nieuwenhoorn, naast Neeltje, Teuntje, Martijntje en Cornelia van Vendelo, alle vier minderjarig, kinderen van Cathalijntje Vermaat, getr. geweest met Jacobus van Vendelo, welke voorn. Bastiaan, Trijntje, Ariaantje, Cathalijntje met Annetje Vermaat (getr. geweest met Leendert van der Arent, twee minderjarige kinderen Ariaantje en Anna van der Arent) kinderen zijn geweest van Cornelis Vermaat”

De volgorde van de kinderen is aantoonbaar niet chronologisch: Bastiaan en Ariaantje zijn de twee jongste kinderen (maar de enig overlevende) uit Cornelis’ tweede huwelijk, terwijl Cathalijntje op basis van de leeftijd van haar kinderen ouder moet zijn dan haar eerder genoemde zus Trijntje.
  • Bastiaan Cornelisz Vermaat (1712-1772) is de enige zoon van dit gezin met kinderen. Uit zijn 1e huwelijk met Marijtje Bastiaansdr bij de Molen (1711-1743) had hij alleen een jong gestorven zoontje, uit zijn 2e huwelijk met Neeltje Barendsdr van Brakel (1719-1792) had hij in 1747 alleen dochter Maria (1745), maar er zouden nog 4 kinderen volgen. Zijn oudere broer Jan (1696-1743) is kinderloos overleden en wordt dus niet in de akte genoemd.
  • Trijntje Cornelisse Vermaat (±1704-1775) is in 1744 getrouwd met haar 2e echtgenoot Jan Damisz Duindam (1695-1761), terwijl ze uit haar 1e huwelijk met Teunis Michielsz Gouwentak (ong. 1700-1743) drie jong gestorven kinderen had. 
  • Ariaantje Cornelisse Vermaat (1717-1783) was op het moment van opstellen van de akte nog ongehuwd, maar zou zeer kort daarna in het huwelijk treden met Lambregt Jansz van der Sluijs (1719-1785), met wie ze 7 kinderen kreeg. 
  • Cathalijntje Cornelisse Vermaat (ong. 1694-1742) was in 1747 al overleden, maar haar echtgenoot Jacobus Hendriksz van Vendelo (ook wel Hoekendijk genoemd, 1688-1771) was nog in leven, evenals vier van haar achttien(!) kinderen: 
    • Neeltje Jacobsdr van Vendelo (1723-1790), minderjarig 
    • Teuntje Jacobsdr van Vendelo (1732-1748), minderjarig 
    • Martijntje Jacobsdr van Vendelo (1733-1791), minderjarig 
    • Cornelia Jacobsdr van Vendelo (1737-?), minderjarig 
  • Annetje Cornelisdr Vermaat (1706-1741) was in 1747 evenals haar zus Cathalijntje en broer jan al overleden, maar haar echtgenoot Leendert Arentsz van der Arent (1701-1758) nog niet. Twee van hun drie kinderen zijn ook nog in leven: 
    • Ariaantje Leendertsdr van der Arent (1738-?), minderjarig 
    • Johanna Leendertsdr van der Arent (1741-1795), minderjarig 
Groep 2: de kinderen van Jan Philipsz Vermaat (1670-1741) en Trijntje Willemsdr Hoogwerf (1668-1717)
“Jochum Munt, won. in Zuidland, als armmeester van de Heiligegeestarmen van Zuidland, voor Jacob Vermaat en nog vier minderjarige kinderen van Willem Vermaat, Jan Hokken, won. in Brielle, voor zichzelf en voor zijn zuster Trijntje Hokke, wed. van Pieter van der Lugt, won. te Hellevoetsluis, met de minderjarige Jacoba en Teuntje Hokke kinderen van Teuntje Vermaat, getr. geweest met Jacob Hokke, Hendrik Vermaat, won. te Geervliet, welke voorn. Willem Teuntje en Hendrik Vermaat kinderen zijn van wijlen Jan Vermaat”

Van de 7 kinderen van Jan en Trijntje is er één (Magdalena) als baby, één (Maartje) als peuter en zijn er twee (Philip en Magdaleentje) als tieners overleden. Van de drie overige kinderen, die alle drie nakomelingen hebben en waarschijnlijk daarom genoemd worden, is alleen zoon Hendrik nog in leven.
  • Willem Jansz Vermaat (1699-1744) is, evenals zijn 1e vrouw Neeltje Jacobsdr van der Waal (1704-vóór 1735), al overleden, maar zijn 2e vrouw Lena Pietersdr Nobel (1711-1801) is nog in leven. Uit zijn twee huwelijken heeft Willem zes kinderen, van wie er merkwaardigerwijs met “Jacob Vermaat en nog vier minderjarige kinderen” slechts vijf genoemd worden:
    • Jacob Willemsz Vermaat (1732-1793), minderjarig 
    • Trijntje Vermaat (1736-1748), minderjarig 
    • Pieter Willemsz Vermaat (1738-?), minderjarig 
    • Neeltje Willemsdr Vermaat (1742-1770), minderjarig 
    • Willempje Willemsdr Vermaat (1744-1804), minderjarig 
        Opvallend is dat Jacob’s oudere broer Jan Willemsz Vermaat (1730-1798), evenals Jacob             een zoon uit Willem’s 1e huwelijk, niet genoemd wordt? Waarom niet? Een mogelijke                 verklaring is dat hij – zelf in 1747 immers ook nog minderjarig – gerekend moet worden             tot de “nog vier minderjarige kinderen” en dat Pieter al vóór 1747 overleden is. Ik heb tot         nu toe van Pieter ook geen spoor kunnen vinden.
  • Teuntje Jansdr Vermaat (1693-1734) is al overleden, maar haar echtgenoot Jacob Jacobsz Hokke (1691-1760) wel, evenals vier van hun elf kinderen:
    • Jan Jacobsz Hokke (1721-1751) 
    • Trijntje Jacobsdr Hokke (1723-1783), in feite minderjarig, maar inmiddels weduwe en daarmee meerderjarig 
    • Jacoba Jacobsdr Hokke (1727-1795), minderjarig 
    • Teuntje Jacobsdr Hokke (1731-1787), minderjarig 
  • Hendrik Jansz Vermaat (1705-?), inmiddels weduwnaar van Lijntje Gerritsdr den Houting (1700-1739) en in 1747 van zeker één en mogelijk vier levende kinderen (van de elf). Ook van Hendrik is na 1747 geen spoor meer te vinden. 
Groep 3: het kind van Pieter Philipsz Vermaat (ong. 1672-1743) en Willemtje Ariensdr Roobol (ong. 1660-1729)
Zoals hierboven reeds zichtbaar worden de kinderen van Pieter niet genoemd in het zichtbare deel van de “grote akte”. Uit zijn 1e huwelijk kreeg Pieter, behalve twee ongedoopte (mogelijk dood geboren) kinderen in 1718 en 1719 slechts één kind, namelijk:
  • Teuntje Pietersdr Vermaat (1700-1746), eerst (kinderloos) getrouwd met Bastiaan Hendriksz Coomans (1695-1731), hertrouwd (één, als baby gstorven, kind) met Pieter Huijbrechtsz den Boer (1696-1761)
Pieter was schout van Hoogvliet en Poortugaal en, getuige zijn eerste testament van 10-10-1713, niet zonder bezit:
"Pieter Philips Vermaet en zijn vrouw Willemtje Arents Robol, wonende onder Hoogvliet, benoemen elkaar tot enig erfgenaam. De kinderen ontvangen bij overlijden van de eerststervende een bedrag van 4.000 gulden, evenals lijfgoederen en sieraden. Bij hertrouwen van de langstlevende ontvangen zij 8.000 gulden of ter keuze van de langstlevende een derde deel van de gehele gezamenlijke boedel. Bij kinderloos hertrouwen ontvangt de familie van de gestorvene 6.000 gulden of ter keuze van de langstlevende een vierde van de gezamenlijke boedel."
Het is echter waarschijnlijk zijn laatste testament van 22-10-1739, dat aanleiding was voor de “grote akte”:
"Pieter Philipsz Vermaet, gewezen schout van Poortugaal en Hoogvliet, overleden september 1743 te Pernis, heeft in zijn testament van 22-10-1739 voor notaris Jan Swinnas te Rotterdam zijn enige dochter Teuntje Pieterse Vermaat, in haar leven laatst huisvrouw van Pieter Huibregts den Boer, haar leven lang het overschietende vruchtgebruik vermaakt van ca. 84 gem. land, waarvan hij de eigendom, omdat zijn dochter kinderloos is, vermaakt heeft aan de nakomelingen van zijn broers. De voogden over eventuele minderjarigen moet zijn dochter bij notariële akte aanstellen. Teuntje Pieters Vermaat is op 9-12-1746 te Pernis overleden zonder kinderen na te laten en zonder voogden over minderjarige erfgenamen te benoemen. Schout en schepenen hebben nu als voogden en administrateurs aangesteld Aart Huibregtse den Boer en Joost van Dijk, beiden won. in Pernis. Zij hebben de weduwnaar Pieter Huibregtse den Boer verzocht staat en inventaris te maken." 

“Dat nooit!” moet de familie gedacht hebben en zal daarom met de “grote akte” alvast een voorschot hebben genomen op het bepalen van de lijst van erfgenamen. De rol van Aart Huijbrechtsz den Boer en Joost van Dijk was echter geensins uitgespeeld, zoals we kunnen lezen in een volgende akte, die tevens weergeeft wat de een deel van verdere inhoud van de “grote akte” moet zijn:
"Aart Huybregtsz den Boer en Joost van Dijk, te Pernis op 25-2-1747 aangesteld als voogden over de minderjarige erfgenamen van Pieter Vermaet, en Philippus Vermaet, meestertimmerman te Rotterdam, voor zichzelf en pp. (acte van 14-2-1747 voor notaris Levinus Silvergieter te Rotterdam) voor de gezamenlijke meerderjarige erfgenamen van voorn. Pieter Vermaet, hebben op 18-5-1747 te Hekelingen publiek verkocht en transporteren nu aan Theunis Vermaet een huisje, schuurtje en erf in de polder van Brabant aan de Vierambachtenboezemkade voor 100 g. contant." 

Groep 4: de kinderen van Arij Philipsz Vermaat (ong. 1674-1713) en Ariaantje Ewoutsdr Conijnendijk (1674-1706) / Maartje Cornelisdr Paling (1682-1742)
“Jan Vermaat, won. onder Hekelingen, en wijlen Philippus Vermaat (twee minderjarige kinderen Ary en Adriana Vermaat) als kinderen van Ary Vermaat”

Arij en zijn eerste vrouw Ariaantje hebben slechts één zoon, maar dat is wel de enige van hun kinderen die in 17174 nog in leven is. Twee kinderen van Arij en zijn tweede vrouw Maartje (Cornelis en Teuntje) overlijden als kleuter, het derde overlijdt in 1741.
  • Jan Arijsz Vermaat (17-12-1753) is een zoon uit Arij’s 2e huwelijk en is getrouwd met Johanna Leendertsdr Bakker (1706-1784) en ten tijde van de “grote akte” zijn zes van zijn zeven kinderen geboren.
  • Philippus Arijsz Vermaat (1704-1741) is een zoon uit Arij’s 1e huwelijk, die in 1747 al overleden is, terwijl zijn echtgenote Johanna Teunisdr Kruijne (1716-1778) nog leeft, evenals twee van hun vier kinderen: 
    • Adrianus Philipsz Vermaat (1734-1793), minderjarig 
    • Adriana Philipsdr Vermaat (1739-1795), minderjarig 
Groep 5: de kinderen van Philip Philipsz Vermaat (ong. 1696-1737) en Cornelia Ariensdr van der Schoor (1685-?)
“Ary Vermaat, won. te Geervliet, voor zichzelf en voor zijn zuster Teuntje Vermaat, wed. van Jacob Langendoen, won. te Spijkenisse, die met de hieronder gemachtigde Philippus Vermaat en wijlen Aaltje Vermaat (getr. geweest met Engel Bakker, minderjarige dochter Cornelia) kinderen waren van Philippus Vermaat”

Philip zelf was in 1747 al overleden, maar van zijn vrouw heb ik dat nog niet kunnen vaststellen. Van hun vijf kinderen overleed er één (Arij) heel jong en was ook dochter Aaltje inmiddels overleden:
  • Arij Philipsz Vermaat (1712-1781), getrouwd met Maria Jansdr Leegweg (1712-1774) met op dat moment twee minderjarige kinderen die ook volwassen zouden worden (er waren er al twee jong gestorven) en er zouden er nog drie volgen).
  • Teuntje Philipsdr Vermaat (1707-1774), getrouwd met de inmiddels overleden Jacob Cornelisz Langendoen (1703-1737). Hun zoon Cornelis wordt hier niet genoemd en is dus waarschijnlijk al overleden. 
  • Philippus Philipsz Vermaat (1715-1783), getrouwd met Sara Abelsdr van der Bijl (1709-1770), van wie één kind ongedoopt was overleden en wier enige zoon Philippus een paar maanden later geboren zou worden. Blijkbaar wordt Philippus elders in de akte ergens voor gemachtigd, maar het is (nog) niet duidelijk waarvoor. 
  • Aaltje Philipsdr Vermaat (1711-1740) is overleden, haar man Engel Leendertsz Bakker (1692-1777) is in leven, evenals hun dochter: 
    • Cornelia Engelsdr Bakker (1732-1799), minderjarig 
Groep 6: de kinderen van Maarten Philipsz Vermaat (ong. 1678-1739) en Neeltje Jansdr Paling (ong. 1683-1708) / Neeltje Teunisdr Verhulp (ong. 1690-1761)
“Philippus Vermaat, won. te IJsselmonde, en Teunis Vermaat, won. te Spijkenisse, voor zichzelf en voor hun zuster Annetje Vermaat, meerderjarige ongehuwde dochter te Zwartewaal, welke Philippus, Teunis en Annetje zijn kinderen van Maarten Vermaat”

Het enige kind uit Maarten’s 1e huwelijk overleed als zuigeling, terwijl uit zijn 2e huwelijk Teuntje, Jakes, Jacques en Jacques waarschijnlijk jong overleden (enkelen zeker eveneens als zuigeling). Van de waarschijnlijk vier overige kinderen worden er echter slechts drie genoemd: dochter Neeltje (1719-?), die vóór 1809 getrouwd zou zijn met Dammis Arijsz van Kralingen (1727-1809), ontbreekt vreemd genoeg in de akte. Dit kan er op duiden dat ze geen dochter is van Maarten Philipsz, maar van een andere Maarten Vermaat. Aan de andere kant is het Dammis van Kralingen die in 1771 het overlijden aangeeft van "sijn swager" Teunis Vermaat.
  • Philip Maartensz Vermaat (1711-vóór 1784), getrouwd met Centje Jansdr de Jong (1707-1784) had op dat moment één levende dochter (het eerste kind overleed als baby) en zou nog twee zonen krijgen, van wie de jongste ook als baby overleed.
  • Teunis Maartensz Vermaat (1714-1771) zou in 1751 trouwen met Neeltje Arijsdr van Kralingen (1717-1789) en twee van hun vier kinderen, Arij en Agnietie, zouden de volwassen leeftijd bereiken. 
  • Annetje Maartensdr Vermaat (1718-?), in 1747 nog ongetrouwd, zou achtereenvolgens trouwen met Jan Cornelisz Roobol (1689-1755), Jan Huibregtsz Kok (1718-1759 en Hendrik Reijersz van Eijk (1731-1817). Uit haar eerste huwelijk had ze twee, waarschijnlijk jong overleden, kinderen.

De kwestie Van Kralingen

Inschrijving overlijden Dammis van Kralingen in Spijkenisse in 1809

Bij het overlijden van Dammis van Kralingen in 1809 is Dammis “weduwnaar van Neeltje Vermaat”. Welke Neeltje dat is, wordt echter niet vermeld en ook hun trouwinschrijving heb ik niet kunnen vinden. Mocht het gaan om Neeltje Maartensdr Vermaat, zoals ik een tijdlang heb gedacht, dan is het vreemd dat de huwelijksinschrijving onvindbaar is én dat Neeltje niet genoemd wordt in de "grote akte".

Het overlijden van Teunis Maartensz Vermaat (1714-1771) wordt als volgt aangegeven: "28 dito heeft Dammis van Kralingen aangeving gedaan van t lijk van sijn swager Theunis Vermaat overleden alhier onder de classis pro deo".

In een akte van 22 april 1762 worden zowel Teunis Vermaat, diens vrouw Neeltje van Kralingen als haar broer Dammis genoemd: "Dammis van Cralingen en Theunis Vermaat, getr. met Neeltje Ariens van Cralingen, samen nagelaten kinderen en enige en universele erfgenamen ab intestato van hun overleden moeder Angenietje Mol. wed. van Ary Dammisz van Cralingen, beiden won. in Spijkenisse, hebben verkocht en transporteren aan Heyndrik Koppenol, mede won. in Spijkenisse, een huis (Q nr. 61) en erf aan de oostzijde van de Voorstraat aldaar, voor 723 g. contant. De huur van het achterste gedeelte is tot mei 1763 voor Maartje Claas Mol."

Uit deze akte blijken twee belangrijke zaken: Dammis en Neeltje zijn broer en zus, zodat het deze Dammis moet zijn die het overlijden van “sijn swager” Teunis Vermaat aangeeft in 1771, en het patroniem van Dammis en Neeltje is “Arijs”.

Aangezien Dammis zijn hele leven in Spijkenisse woont, zou hij ook daar vermeld moeten zijn. Daarnaast is het goed denkbaar dat hij, als hij al na het overlijden (na 10-04-1774) van zijn eerste vrouw Neeltje Ingelsdr Bakker is hertrouwd, dat gedaan heeft met de (dan nog ongetrouwde) zus van zijn overleden zwager Teunis.

Het is echter eveneens mogelijk dat men bij het optekenen van het overlijden van Dammis een fout gemaakt heeft, aangezien Dammis' eerste vrouw ook Neeltje heette en zijn zus Neeltje getrouwd was met een Vermaat. In 1809 was Dammis' zus immers al 20 jaar overleden en haar man Teunis al bijna 40 jaar.

In dat geval is Neeltje Maartensdr Vermaat mogelijk helemaal niet getrouwd en was zij in 1747 ook niet meer in leven. Dat zou tevens een verklaring zijn voor het feit dat zij in de "grote akte" (waarover meer in een andere blogpost) niet genoemd wordt. 

Bij nader inzien lijkt mij dat ook de meest waarschijnlijke optie.

donderdag 13 augustus 2020

Verschrijving in Spijkenisse?

Waar en wanneer overleed Jannetje Maartens Braat? Uit de ondertrouwinschrijving van 9-9-1779 is duidelijk dat jan Philipsz Vermaat, op dat moment woonachtig te Amstelveen, al weduwnaar is van Jannetje. Dat sluit dus uit dat Jannetje te Hekelingen overleden is op 10-12-1782, zoals op veel plekken op internet wordt gesuggereerd. Die inschrijving [DTB Hekelingen begraven 1752-1805 [Streekarchief Voorne-Putten, p. 29/84]] luidt: “10 Decb: heeft Klaas Braat aangegeeven t Lijk van zijn kind Jannetje pro deo ... memorie". Dit is geen overlijdensaangifte van een getrouwde jonge vrouw van 22.

De vermelding uit Spijkenisse van 24 februari 1778: "24 febuarij Werd aangegeven het lijk van Annetje Braat  pro deo" [DTB Spijkenisse begraven gaarder 1696-1805 [Streekarchief Voorne-Putten, p. 210/278]] vermeldt echter een Annetje. En dat terwijl Jannetje's zus Annetje pas in 1827 overlijdt. 
Ik hield het daarom een tijdlang op een schrijffout in Spijkenisse. 

Er was echter nog een andere mogelijkheid: aangezien Jan in 1776 in Amstelveen en in 1779 in Nieuwer-Amstel woont, is het mogelijk dat Jannetje daar overleden is. De mogelijkheid lag nog meer voor de hand na de ontdekking van de doop van een dochter Jannetje van Jan en Jannetje in Amstelveen op 25 mei 1777!

Doopinschrijving Jannetje Vermaat in Amstelveen op 25-5-1777

Na enig zoekwerk dook eindelijk ook de begraafinschrijving van moeder Jannetje Braat op:

Begraafinschrijving Jannetje Maartens Braat op 29-6-1778 in Amstelveen


zondag 7 juni 2020

Jan Cornelisz Monster, een trouwlustig man en (waarschijnlijk) een bigamist

Jan Cornelisz Monster mag met recht een trouwlustig man worden genoemd. Hij is weduwnaar van Johanna Goedendorp, met wie hij trouwde vóór 1772 en met wie hij 5 kinderen kreeg, als hij met Cornelia Pieters Vermaat trouwt. Bij de doop van hun dochter Jannetje in 1785 staat in de marge: "N.b. deeze persoonen zijn nog maar 2 maanden getrouwt geweest". Zijn huwelijk met Cornelia was dus duidelijk een “moetje”.

Na zijn huwelijk met Cornelia (onder)trouwt hij op 26-2/18-4-1790 te Oud-Vossemeer met Thona de Graaf.

Huwelijksinschrijving Jan Monster met Thona de Graaf 

Terzijde: de DTB-akten uit Zeeland die nog bestaan, zijn vaak afschriften of uittreksels van onderzoekers. De originelen zijn in 1939 verplaatst naar – meende men – (brand)veiliger locaties, maar als gevolg van het bombardement van 17 mei 1940 ging een groot deel van de archieven in vlammen op[i].

Er is hier iets vreemds aan de hand, aangezien Thona wordt vermeld als weduwe van Jacob Marinussse Lindhout, terwijl deze zelfde Thona de Graaf op 16-11-1811 te Oud-Vossemeer overlijdt, nog steeds als weduwe van Jacob Lindhout, aangegeven door haar zoon Mattheus Lindhout (die het zou moeten kunnen weten).

Fragment overlijdensakte Thona de Graaf

Wanneer Jan op 16-7-1794 te Zierikzee trouwt met Agneta Jobse, is hij dus een bigamist. Heeft hij Thona gewoon laten zitten? Of kwamen ze samen tot de slotsom dat ze beter zonder elkaar verder konden gaan, maar wilden ze zich de schande (en de moeite) van een scheiding besparen? Aangezien er Jan bij zijn vierde huwelijk blijkbaar geen strobreed in de weg gelegd wordt, vermoed ik het laatste.
Agneta is geboren in 1766, dus ze is ruim 15 jaar jonger dan hij. Samen krijgen ze in elk geval (in 1796) dochter Maartje, maar bij haar overlijden op 01-08-1806 wordt aangegeven dat er 4 kinderen in het gezin aanwezig zijn.

Huwelijksinschrijving Jan Monster x Barendina Hillemans

Op 25-1-1807 trouwt Jan voor de vijfde maal, nu met Barendina Hillemans uit Haamstede, weduwe van Barend de Vries. Dit is opnieuw een "moetje", aangezien hun dochter Janna al op 22-2-1807 gedoopt wordt. Janna overlijdt op 6-7-1807. Een tweede dochter Janna, gedoopt 6-11-1808, overlijdt 13-6-1809. Ook zoon Cornelis, gedoopt 11-3-1810 wordt niet oud: hij overlijdt op 7-5-1810. Jan overlijdt zelf op 18-4-1812 te Noordgouwe. Waarschijnlijk zonder het te weten is hij dan nog geen halfjaar “bigamist-af”.

Het feit dat er in zijn vijfde huwelijk tweemaal een dochter Janna genoemd wordt, doet vermoeden dat Jan's oudste dochter Jannetje dan niet meer in leven is.
Dochter Maartje uit zijn derde huwelijk bevalt (ongehuwd) in juni 1819 van een zoon Jan, die al op 30-9-1819 te Zonnemaire overlijdt. Kort daarna, op 8-10-1819 trouwt ze met Adrianus Schrijver. Ze overlijdt Noordgouwe 29-1-1878.
Agneta en Jan blijken ook nog een dochter Cornelia (van 1799) te hebben (wat doet vermoeden dat uit Jan's tweede huwelijk met Thona de Graaf geen kinderen geboren zijn, aangezien dochter Cornelia vernoemd moet zijn naar Jan's eerste vrouw Cornelia Vermaat), die op 20-11-1822 te Ouwerkerk trouwt met Adriaan van der Pijl.
Jan's vijfde echtgenote Barendina overlijdt op 81-jarige leeftijd te Noordgouwe op 21-11-1847.

De kinderen van Jan Cornelisz Monster[ii]
(*x) de vier kinderen die in 1806 nog in leven zijn

Uit het huwelijk met Johanna Goedendorp:
[1] Pleun
[2] Cornelis
[3] Maartje (~Oostvoorne, 5-9-1773 †Rockanje, 7-4-1834) (*1)
[4] Pleuntje (~Oostvoorne, 5-9-1773 †Nieuwenhoorn, 31-12-1821) (*2)
[5] Johanna (~Rockanje, 23-1-1780 †Rockanje, 3-1780)

Uit het huwelijk met Cornelia Vermaat:
[6] Jannetje (~Rockanje, 16-3-1785 †Rockanje vóór 1790)

Uit het huwelijk met Thona de Graaf:
[geen kinderen bekend]

Uit het huwelijk met Agneta Jobs:
[7] Job (~Zierikzee, 24-10-1794 []Zierikzee, 1795)
[8] Jan Cornelis (~Zierikzee, 12-12-1795 []Zierikzee, 22-2-1796)
[9] Maartje (*Noordgouwe, 16-12-1796 ~Ñoordgouwe, 25-12-1796 †Noordgouwe, 29-1-1878) (*3)
[10] Cornelia (~Zierikzee, 20-1-1799 †Ouwerkerk, 1-3-1851) (*4)

Uit het huwelijk met Barendina Hillemans:
[11] Janna (*Noordgouwe, 16-2-1807 †Noordgouwe, 6-7-1807)
[12] Janna (*Noordgouwe, 22-10-1808 †Noordgouwe, 13-6-1809) 
[13] Kornelis (*Noordgouwe, 26-2-1810 ~Noordgouwe, 11-3-1810 †Noordgouwe, 7-5-1807)


[i] Zie https://www.zeeuwsarchief.nl/blog/middelburg-verliest-haar-geheugen/
[ii] Met dank aan Genealogie Linse: https://www.genealogieonline.nl/
genealogie-linse-en-verwanten/I23513.php

vrijdag 5 juni 2020

Doorbijten met resultaat: het gezin van Huijgh Ariensz van Prooijen en Geertruij Ariensdr Vermaat compleet

Vaak is het een kwestie van doorbijten: zoeken, verder zoeken, in de breedte zoeken, weer terugkeren, desnoods een tijdje de zaken laten bezinken. Vooropgesteld dat wat je zoekt ook nog daadwerkelijk bestaat (ik blogde al eens over het doopboek van Berghem), zul je door vasthoudend te zijn uiteindelijk resultaat boeken. Labor improbus omnia vincit? Daarover een andere keer.

In het "Vermaat-boek" ben ik inmiddels aangekomen bij B-XII-3, oftewel de 3e vrouw in de 12e generatie, gerekend vanaf oerstamvader Eerst [van het Duitse Huis?]. Het gaat hierbij om Geertruij Ariens Vermaat, de vierde dochter (en de derde met die voornaam) van Arien Philipsz Vermaat (1619-1674) en diens tweede echtgenote Pleuntje Leenders [Biersen]. Geertruij is waarschijnlijk dubbel vernoemd, namelijk naar Arein's moeder Geertje Jansdr Bos, maar ook naar zijn eerste echtgenote Geertje Ariens Hellou.
Geertruij trouwde met Huijgh Ariensz van Prooijen, maar toen ik begon met het beschrijven van dit gezin, ontbraken er nog veel gegevens. Zo wist ik niet wanneer Geertruij overleden was, wanneer Huijgh gedoopt en overleden was en van slechts twee van hun (toen volgens mij zeven) kinderen had ik de overlijdensdatum gevonden.

Gelukkig heeft de Hervormde Gemeente van Oud Beijerland een groot aantal bewerkingen van hun DTB-registers online gezet (zie https://hervormdoudbeijerland.nl/historie/archief/), zodat ik niet alleen van Huijgh en Geertruij, maar ook van een aantal van hun (jong gestorven) kinderen de begraafvermelding kon vinden.
Huijgh werd op 19-1-1667 te Oud Beijerland gedoopt als zoon van Arien Huijghen [van Prooijen] en Soetje Joosten [Roos]. Doopgetuigen waren Arij Willemsz de Baen, en Annichje Joppe "sijn huysvrouw". Geertruij werd te Oud Beijerland begraven op 14-03-1707: "14-03 vrouw van Huijgh van Proeijen bk, gk, kerk 8-10-0". Huigh trouwde daarna nog tweemaal, eerst op 11-05-1708 met Ariaantje Willems Pervaas uit Poortugaal (met wie hij nog twee kinderen kreeg, die echter jong overleden) en op 7-5-1717 met Neeltje Pieters van der Weijde uit Nieuw Beijerland. Huijgh wordt begraven te Oud Beijerland op 30-7-1718. Precies twee maanden later wordt zoon Huijgh uit dit derde huwelijk gedoopt, wat aanleiding geeft tot deze op het eerste gezicht wat cryptische inschrijving: "Huijch overleden wiens naam was Huijch van Proijen en Neeltje Pieters van der Weijde, Arij Huijgen van Proijen en desselfs huysvrouw Neeltje Pieters van der Weijde".

Huijgh en Geertruij blijken namelijk nog een kind te hebben (en waarschijnlijk is het ook hun eerste), namelijk Arij. Deze Arij Huijghen van Prooijen (onder)trouwt te Oud Beijerland op 15-5/2-6-1715 met een Neeltje Pieters van der Weijde uit Nieuw Beijerland, maar dit is een andere Neeltje dan de derde echtgenote van zijn vader. Volgens de trouwinschrijving is Arij geboren in Oud Beijerland, maar zijn doop is niet te vinden in Oud Beijerland (en ook niet in Nieuw Beijerland, waar zijn moeder vandaan komt). Arij wordt 16-12-1779 te Oud Beijerland begraven. Hij is overigens het enige gezinslid van wie ik de gegevens nog niet compleet heb.

De jong gestorven kinderen Pleunie van 1693 en Philippus van 1697 blijken terug te vinden in het Begraafboek: Pleunie wordt begraven op 19-2-1695 ("kind van Huijgh van Proijen bk, gk, kerk 4-0-0") en Philippus op 6-11-1700 ("kind van Huijgh van Proijen gk, kerk 4-0-0") en deze vermeldingen passen ook prima bij de latere dopen van een zusje respectievelijk broertje met dezelfde naam op een latere datum.

Ook dochter Pleuntje (gedoopt 1695) is maar juist volwassen geworden: zij wordt op 18-jarige leeftijd begraven te Oud Beijerland op 4-11-1713 ("dochter van Huijgh van Prooijen bk, gk, hof 2-10-0"). De aanduiding dochter in plaats van kind wekte bij mij al de indruk dat het om een ouder kind moest gaan.

Van dochter Soetje (1702-1756) en zoon Philip (1704-1749) had ik alle gegevens al, maar toch zouden zij een rol spelen in het opsporen van de nog ontbrekende gegevens van hun broer Pieter en hun zus Cornelia.
Beiden treden namelijk een aantal keren op als doopgetuigen bij kinderen van Soetje of Philip in Rotterdam. Daar vond ik na enig speurwerk eerst het huwelijk en later ook het tweede huwelijk en de begraafinschrijving van Pieter. Hij bleek te zijn overleden te Rotterdam en op 1-11-1781 te zijn begraven te Kralingen.

Mijn zoektocht naar Cornelia duurde het langst. Een tijdlang kwam ik niet verder dan vermeldingen als doopgetuige in 1732 en 1736, maar daarna was ze niet te traceren. Uiteindelijk bleek haar naam daarna te worden gespeld als van Proyen in plaats van van Prooijen en daarmee had ik vrij snel beet: ze trouwde in 1739, haar overlijden werd 28-3-1769 te Kralingen aangegeven en daar is ze op 31-3-1769 ook in de kerk begraven.

Inschrijving overlijden Cornelia Huijghen van Prooijen


woensdag 3 juni 2020

De connecties van Arien Philipsz Vermaat (1619-1674)

Hoewel Arien het in 1666 schopt tot schout van Nieuw Beijerland, valt al eerder op welke getuigen hij voor de doop van zijn kinderen weet te mobiliseren. Bij Philip 1 zijn dat “de heer van Strevelshoek” (zie A), “jonker van Meerdervoort” (zie B) en Petrus Buijtendijck (zie C), bij Cornelis “de heer Cornelis van Bevere, Heer van Strevelshoek” (A), “de Heer Cornelis Pompe, Heer van Meerdervoort” (B) en Petrus Buijtendijck (C), bij Geertruij 1 “de Heer Repelaer” (zie D), bij Geertruij 2 “juffrouw Adriana van Bevere, vrouw van Meerdervoort” (zie E) en “juffrouw Maria Walbeeke” (zie F), bij Adriaantje 1 “Adriane van Beveren Vrouw van Meerdervoort” (E), bij Geertruij 3 “juffrouw Adriana de Bevere vrouw van Meerdervoort” (E) en bij Philip 2 “de heer Cornelis Pompe, Heer van Meerdervoort” (B).

Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek

(A) Cornelis van Beveren (ook de Bevere) (1591-1663) was ridder, heer van Strevelshoek, West-IJsselmonde en Kleine Lindt. Hij stamt uit het adellijke patriciërsgeslacht Van Beveren en bekleedde vele verschillende functies, zoals:
· burgemeester van Dordrecht (1628–1629, 1637–1638, 1642–1643, 1645–1646 en 1649–1650)
· raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland (1618–1642)
· baljuw en dijkgraaf van het Land van Strijen
· curator van de Academie te Leiden
· gecommitteerde in het College van de Staten-Generaal (1646–1647), van de Gecommitteerde Raden (1628–1630, 1643–1644 en 1654–1656)
· ordinaris gecommitteerde ter dagvaart van de Staten van Holland en West-Friesland
· buitengewoon gezant van de Staten der Verenigde Nederlanden bij de koning van Denemarken en Noorwegen en de stad Hamburg (1631) en bij Karel I, koning van Engeland, Schotland en Ierland (1636).
Op 1 december 1660 werd Van Beveren evenals Cornelis de Graeff en Johan de Witt door de Staten van Holland aangesteld als lid van de commissie ter educatie van prins Willem III van Oranje-Nassau, "het kind van staat".
Van Beveren trouwde met Christina Pijl, dochter van Johan Pijl en Mondena de Jonge.

De broers Michiel (l) en Cornelis (r) Pompe van Meerdervoort, omstreeks 1652 geschilderd door Aelbert Cuyp
 
(B) Heer Cornelis Pompe van Meerdervoort (1639-1680), zoon van Michiel Pompe van Meerdervoort, Ridder, Heer van Meerdervoort, Hendrik-Ido-Ambacht en Schildmans-Kinderen-Ambachten, enz. Hij werd op speciaal bevel van de Franse koning Lodewijk XIV door diens ambassadeur Jaques-Auguste du Tou tot ridder geslagen en begiftigd met de Orde van Sint Michiel op 23 September 1661. Hij was schout en Oud-Raad in Dordrecht in 1662, raad en Rentmeester-Generaal van Zuid-Holland in 1671. Verder was hij baljuw en dijkgraaf van het Lande van Strijen, evenals baljuw van Wieldrecht in 1661. Hij werd benoemd tot dijkgraaf van de Zwijndrechtse Waard op 22.april 1663. Cornelis trouwde op 7 Februari 1652 met Vrouwe Alida van Beveren, (de oudste dochter van Heer Jakob van Beveren, Heer van Zwijndrecht, schout, burgemeester, etc. in Dordrecht, en Vrouwe Johanna de Witt, dochter van Jacob de Witt uit Dordrecht en daarmee de zus van de bekende broers Johan en Cornelis de Witt).

(C) ds. Petrus Buijtendijck (1623-1692) was een zoon van ds. Gosewinus Hendriksz Buijtendijck uit Dordrecht en zonder twijfel een goede bekende van de families Van Beveren en Pompe, die belangrijke functies hadden in het Dordtse stadsbestuur en verschillende belangen in de Hoekse Waard.

Wapen van de familie Repelaer

(D) De heer Repelaer: waarschijnlijk Hugo Repelaer (1620-1669), raad, schepen en burgemeester van Dordrecht.

De Meerdervoortskapel in de Grote Kerk in Dordrecht [foto: André den Haan]

(E) Juffrouw Adriana de Bevere vrouw van Meerdervoort (1618-1678) was de moeder van (B). De Meerdervoortskapel in de Grote Kerk in Dordrecht is gesticht door Michiel Pompe van Meerdervoort, zijn vrouw Adriana van Beveren, Cornelis Pompe van Meerdervoort en zijn vrouw Alida van Beveren. Het hek is gebeeldhouwd door H. de Vos in 1677 in Louis XIV-stijl. Boven de deur staat een monogram C.P. v. M. en A. v. B. (Cornelis Pompe van Meerdervoort en Alida van Beveren. In de kapel liggen begraven:
Michiel Pompe van Meerdervoort Michielsz. (1613-1639)
Adriana van Beveren (1618-1678), zijn vrouw
Cornelis Pompe van Meerdervoort (1639-1680), hun zoon
Alida van Beveren (1640-1680), zijn vrouw

Bij de doop van Arij (1668) en daarna treden uitsluitend familieleden als doopgetuigen op. Misschien had Arien zijn illustere kennissen niet langer nodig om de aandacht op zich te vestigen, aangezien hij inmiddels tot schout van Nieuw Beijerland benoemd was. Heel lang heeft hij overigens niet van deze positie kunnen genieten: hij stierf in 1674.

maandag 1 juni 2020

Willem Hermanus Vermaat: vier vrouwen, nul kinderen

Van Willem Hermanus Vermaat (1881-1953), die zich in de VS William Harry noemt, is niet zoveel bekend. Hij verlaat Nederland al in april 1904, hoewel daarvan in de registers van Ellis Island vooralsnog niets te vinden is . Het eerste spoor is zijn huwelijk in 1909 met Christina Josephine Baxter (1883-vóór 1929), die sinds 13-07-1907 weduwe is van Roy Little en een zoontje John (geboren 28-05-1903) heeft. Op 16-05-1910 eindigt de zwangerschap van Christina na 7 maanden voortijdig. Het doodgeboren jongetje wordt 3 dagen later begraven.

Doodgeboren zoontje van Willem en Christina op 16 mei 1910

Willem is op 21-04-1915 genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger en hij laat zich (of moet zich laten) registreren in 1918 voor eventuele oproeping als soldaat in WO I. Zijn beroep is dan steam engineer en volgens het formulier heeft hij grijze ogen en zwart haar.

Registratie van Willem voor WO I in 1918

Het duurt tot na de Eerste Wereldoorlog voor Willem Nederland weerziet. In 1919 doet hij een aanvraag voor een paspoort met als doel zijn moeder in Nederland te bezoeken. Hij verklaart sinds 1904 het land niet verlaten te hebben. De reden dat we dit allemaal weten is overigens niet dat de paspoorten zijn aangevraagd, maar dat ze kort daarna, met een kostuum van Willem waarin ze zaten (waarschijnlijk in de binnenzak), uit de woning zijn gestolen.
Behalve hun foto’s kennen we nu ook hun handtekeningen. Ze wonen Daly Street 225 in Philadelphia.

Verklaring dat de originele paspoorten gestolen zijn

Wanneer het vertrek plaatsvond is niet terug te vinden. De bedoeling was om eind november 1919 scheep te gaan en mogelijk is dat één of twee weken later geworden. Het verzoek om duplicaten van de paspoorten dateert van 25-11-1919. In Nederland zal het echtpaar verbleven hebben bij familie en mogelijk inderdaa
d bij Willem’s moeder (hoewel Margaretha Krekelaar in januari 1920 al 68 jaar oud werd). Uit de registers blijkt vervolgens dat Willem en Christina aan boord van het s.s. Nieuw Amsterdam op 30-01-1920 vertrekken uit de haven van Rotterdam en op 11-02-1920 in New York arriveren.
Van de jaren tot 1929 heb ik geen gegevens kunnen vinden. Zeker is dat Christina overleden is vóór juli 1929, aangezien Willem op 06-07-1929 in ondertrouw gaat met zijn tweede echtgenote, Johanna Kapel. Helaas zijn de huwelijksbijlagen uit die periode verloren gegaan. Dit tweede huwelijk was overigens strak gepland: op dezelfde dag dat het gesloten werd in ’s-Gravenhage vertrok het echtpaar met het s.s. Rotterdam uit Rotterdam naar New York, waar men 07-08-1929 aankwam. Voor Johanna moet de schok groot geweest zijn. Ze kwam op 12 oktober 1929 weer terug in Nederland. "Ik heb haar regelmatig bij familie ontmoet, eind 50-, begin 60-er jaren. Zij is namelijk zo ongeveer per kerend schip teruggekomen naar Den Haag, "omdat ze niet kon wennen in Amerika". Zij woonde in de Elandstraat, hield de naam Vermaat in volle glorie aan, en is, voor zover ik me kan herinneren, ergens midden 60-er jaren overleden in het verzorgingstehuis in de Morsestraat," herinnert zich Frans Koster, een kleinzoon van Willem’s oudste broer Hendrik Cornelis. Wel is opvallend dat Johanna uiteindelijk, in januari 1950 toch een scheiding aanvroeg. Ze overleed overigens op 10-12-1970 te ’s-Gravenhage.
Willem zal intussen niet stil. Uit 1931 is er een marriage license voor Willem met Adeline Marion Wills en uit 1935 voor Willem met Helen M. Rupp. Let op dat een marriage license niets meer is dan een juridisch document dat iemand toestaat een huwelijk aan te gaan, terwijl het bewijs van een daadwerkelijk gesloten huwelijk een marriage certificate is. Het is dus niet zeker of Willem ook werkelijk bigamist was: hij was immers tot 1950 officieel nog altijd getrouwd met Johanna.
We komen in de census van 1940 in Salem C
ity een Adeline Wills tegen als verpleegster in een ziekenhuis, afkomstig uit Wisconsin, 33 jaar oud en met huwelijkse staat divorced. Adeline overlijdt in 1947. Opvallend is dat Willem in zijn registratie voor WO II bij de “person who will always know your address” een Madeline Wills opgeeft: hij woont op Greenwich Street 441 in Philadelphia, terwijl deze Madeline op nummer 434 woont.
Van de Helen M. Rupp, Willem’s vierde echtgenote, is nog het minst bekend. Mogelijk is ze dezelfde als de Helen M. Rupp die geboren werd op 11-11-1911 en overleed op 24-01-2000, hoewel die bij de census van 1940 de huwelijkese staat “single” heeft in plaats van het verwachte “married” of “divorced”. Dan is er nog een Helen Rupp, die als dochter van Chas H Rupp en Helen Zeckman geboren werd op 27-07-1911 te Philadelphia werd geboren .
Willem overleed in 1953 in Philadelphia en werd begraven in Roslyn, Montgomery, Pennsylvania (USA).

Grafsteen van Willem Hermanus "William Harry" Vermaat


maandag 25 mei 2020

De zoektocht naar Lijsbeth Jansdr Mortons

Bij haar huwelijk in 1674 met Nicolaes Vermaat wordt aangegeven dat Lijsbeth Mortons weduwe van Nicolaes van Kerkum is. Het gaat daarbij om Nicolaes (Claes) Ambrosiusse van Kerckum/Kerchem, die in Brielle een aantal kinderen laat dopen: in 1656 (moeder Lijsbet Thomas, getuige Jenneke Coel), 1666 (geen moeder vermeld, getuigen Ambrosius van Kerckhem en Maria van Wouw), in 1669 (moeder Lijsbeth Cornelis, getuige Catrijntje van Kerchem) en ten slotte in 1673 (moeder Lijsbet Jans, getuige Gerrit van Kercken). Alleen bij deze laatste doop is de moeder “onze” Lijsbeth Mortons. Ook op 1-10-1670 wordt een kind Ambrosius gedoopt, dit keer als zoon van Nicolaas van der Wiell en Lucretia Kerckrink. Getuigen zijn Cornelis van der Wiell en Elisabeth van Kerckem. Deze laatste zou ook “onze” Lijsbeth kunnen zijn, aangezien ze juist enkele maanden met Nicolaes van Kerckum getrouwd was. Je ziet vaker dat pasgetrouwde vrouwen als een vorm van vruchtbaarheidsgeloof als doopgetuige optreden.

In het ONA van Brielle komen zowel een Gerrit Claesz van Kerckum, een Ambrosius Claesz van Kerckum als een Claes Ambrosius van Kerckum voor. Deze laatste zou de eerste man van Lijsbeth moeten zijn. De (onder)trouwvermelding van “Nicolaes van Kerckum, weduwnaar, woonend in 's Heer Dam[...] Ambacht met Lijsbeth Jans Mortons J:D woonend Langestraet” heeft plaats op 24-8/7-9-1670[i].


Trouwinschrijving van het eerste huwelijk van Lijsbeth Jansdr Mortons 
Dit betekent dat Lijsbeth tussen 1640 en 1655 geboren moet zijn. Aangezien Lijsbeth bij haar huwelijk met Nicolaes van Kerckum als J:D: wordt vermeld, kan zij niet dezelfde zijn als de Elisabeth Mortons die als weduwe van Jan van Houtven in juli 1660 te Brielle trouwt met de soldaat Mathijs Bresee. Ook hier zit het Algemeen Nederlandsch Familieblad er dus naast.

Maar wanneer Lijsbeth in Brielle gedoopt is, wie zijn dan haar ouders? Er is een Jan Jorisz Mortons in Brielle in de juiste periode, die met zijn vrouw Maertgen Ariens de volgende kinderen heeft, gedoopt te Brielle:
Maijken ~27-3-1647, getuigen Joris Morton en Willemtie Jans
Ariaentie ~12-2-1649, getuigen Jannetie Engels en Belitge Jans
Margrieta ~2-3-1653 getuige Belitge Jans
Dus geen dochter Lijsbeth!

Wie wel een dochter Elisabeth laten dopen in Brielle, zijn Jan Rogierse (of Jorisse) met zijn vrouw Maria/Maritge Willems, en wel op 16-8-1649 (getuigen zijn Jan Willems en Jannetje Rogiers).
Meer kinderen van dit echtpaar zijn:
[onzeker] Trijntje ~4-12-1647, vader vermeld als Jan Jansse)
Willem ~12-2-1651, getuige Jannetje Rogiers
Annetie ~5-1-1652, vader vermeld als Jan Jorisse, getuigen Willem Hendrix, Ariana Rogierse
Anna ~22-4-1655, vader vermeld als Jan Jorisse, getuige Lijsbeth Claes Ook Neeltje Mortons, de doopgetuige bij Lijsbeth’s eerste kind uit haar tweede huwelijk, Cornelia, brengt ons hier niet verder, evenmin als Johannes Celser, Aagje Jans 
(mogelijk dezelfde als de vrouw van Willem Willemsz [Backer], die in 1663 en 1664 kinderen laat dopen in Brielle en dus mogelijk een schoonzus is van Maritge Willems) en Maartje Huge.

[i] DTB Brielle trouwen 1668-1684 [Streekarchief Voorne-Putten, p. 81/410]

zondag 24 mei 2020

Willem Pieter Vermaat aan de wandel - een geval van ADHD avant la lettre?

Bijna nooit thuis en toch 6 kinderen verwekken. Willem Pieter Vermaat heeft op veel plaatsen gewerkt en op bijna evenveel plaatsen kwam hij ook in moeilijkheden. Het lijkt op een geval van ADHD avant la lettre.

Willem Pieter Vermaat (1877-1924) is de vierde zoon en het zevende van de 12 kinderen van Arend Vermaat (1848-1922) en Leentje de Baan (1846-1888). Het complete gezin waarin hij opgroeide is nog groter: in zijn twee huwelijken verwekte vader Arend in totaal 23 kinderen, van wie er 9 de volwassenheid niet bereikten.

Mogelijk is het met Willem allemaal begonnen met het overlijden van zijn moeder toen hij net 11 jaar oud was. Zijn vader hertrouwde in 1890 met de ruim 22 jaar jongere Annetje van der Voorde, bij wie hij al in 1889 een buitenechtelijke dochter had. Bij haar huwelijk was Annetje pas 18 jaar en dus ongeveer 6 jaar ouder dan Willem. Dat zal de verhoudingen niet beter gemaakt hebben.

Willem gaat aan de slag als bootwerker in Den Helder en treedt in 1906 voor de eerste keer in het huwelijk. In de huwelijksbijlagen is een proces-verbaal aangetroffen, waarin wordt beschreven dat Willem, omdat hij nog geen 30 jaar oud is, de toestemming van zijn vader nodig heeft om dit huwelijk te kunnen aangaan. De vader weigert deze toestemming echter te geven. Heeft hij een vooruitziende blik, kende hij het karakter van zijn zoon beter dan die wilde toegeven? Of had hij simpelweg geen vertrouwen in de goede afloop? Heel veel recht van spreken had hij zelf ook niet.
Bij de kantonrechter wordt besloten dat deze weigering onvoldoende grond heeft. Het huwelijk gaat dus door. Zoon Leonardus wordt geboren in 1906 en dat lijkt erop te duiden dat dit huwelijk een "moetje" is, zoals zo vaak in die tijd. Ook Willem en Elisabeth hebben echter al een "voorkind": dochter Leentje uit 1904. Mogelijk heeft Elisabeth Willem bij de tweede zwangerschap voor het blok gezet.

Willem is echter niet in de wieg gelegd voor huisvader. Wel verwekt hij in totaal 6 kinderen, van wie er 5 de volwassenheid bereiken.

De relatief lange perioden tussen de geboorte van Leonardus (1906) en Johanna Maria (1910) kunnen worden verklaard doordat Willem eerst wegens diefstal (in Amsterdam in 1907) en later wegens “eenvoudige belediging” en dronkenschap (in 1908: één dag + f 1,- boete en twee dagen + f 2,- boete) tweemaal een tijdje in de gevangenis heeft doorgebracht. 


Signalement Willem Pieter Vermaat, veroordeeld voor diefstal en 18-06-1907 vrijgekomen
Willem moet na zijn eerste veroordeling in 1907 als mijnwerker aan de slag zijn gegaan in Heerlen, want uit die plaats dateren zijn tweede en derde veroordeling.

Willem Pieter Vermaat wegens “eenvoudige belediging” één dag in de gevangenis van 's-Hertogenbosch in 1908
Willem Pieter Vermaat wegens dronkenschap aansluitend twee dagen in de gevangenis van 's-Hertogenbosch in 1908
Vervolgens moet hij enige tijd in Veenhuizen hebben doorgebracht. Hij komt op 12-05-1910 vanuit Veenhuizen naar Rotterdam, waar hij op 08-03-1911 weer vertrekt naar Leuvenheim bij Brummen: hij wordt daar 13-03-1911 ingeschreven met als beroep opperman. Ik heb nog niet in de registers van Veenhuizen kunnen vinden waarom hij daar was. Blijkbaar heeft hij vooraf een periode van verlof gehad die lang genoeg was om een kind te verwekken. Dochter Johanna Maria wordt geboren op 16 augustus 1910 in Hellevoetsluis.

Willem Pieter Vermaat op "doorreis"
Intussen blijft het gezin van Willem ingeschreven in Monnickendam. Op de gezinskaart staat bij de eerste inschrijving vermeld “vrouw en kind zijn niet weg geweest” en bij de tweede “de man Willem Pieter Vermaat vermoedelijk in Noord Amerika”. Hij zou daar tussen 1911 en 1915 geweest kunnen zijn, hoewel ik hem niet heb kunnen vinden in de registers van Ellis Island. Mogelijk was er sprake van een gerucht: in het bevolkingsregister van Brummen is geen datum van uitschrijving vermeld.
Op 10-09-1909 schrijft het gezin zich overigens in in Hellevoetsluis, waarbij Willem wel vermeld wordt, maar zonder verdere gegevens of datum van inschrijving. Op 14-10-1910, dus nog geen 2 maanden na de geboorte van Johanna Maria, vertrekken Elisabeth en haar kinderen naar Hoogstraat 8 te Den Helder, “bij ouders”. Terwijl zijn vrouw en kinderen in Hellevoetsluis zijn, woont Willem in Rotterdam. Voor zover ik heb kunnen nagaan (de geboorteakten uit Den Helder zijn nog niet digitaal opvraagbaar) heeft Willem geen enkele keer zijn kinderen zelf aangegeven bij de Burgerlijke Stand. Was hij steeds "in de buurt" om vlug een kind te verwekken, of zijn de kinderen die zijn achternaam dragen helemaal niet van hem? Aangezien Elisabeth steeds ofwel in de buurt van haar eigen ouders, ofwel die van haar schoonouders heeft gewoond, geloof ik wel dat Willem de vader van deze kinderen is. Mogelijk had de scheiding niet plaatsgevonden als Willem niet zonodig met een andere vrouw had willen trouwen.

In 1916 schrijft het gezin zich, nu met Willem, in Anna Paulowna in. Zoon Hendrik is dan inmiddels al geboren in Den Helder. Dochter Elisabeth, in 1917 geboren in Anna Paulowna, overlijdt daar in 1918. Op de overlijdensakte wordt vermeld dat haar ouders "beiden zonder bekende woonplaats" zijn.

Vrij kort na de geboorte van de jongste dochter Jannetje Jansje volgt dan, na 12 jaar waarin Willem voornamelijk aan de wandel geweest is, de scheiding, waarschijnlijk omdat Willem zijn zinnen op een andere vrouw gezet heeft. Willem laat er geen gras over groeien: 12 dagen na de scheiding treedt hij op 30 oktober 1918 voor de tweede keer in het huwelijk. Dit tweede huwelijk eindigt met zijn overlijden: hij overlijdt op 26 februari 1924 te Amsterdam en op 24-12-1924 treedt zijn tweede echtgenote, Engelina Gesina van Rietschote, in het huwelijk met Abraham van der Horst. Zij overlijdt uiteindelijk pas in 1970 op 89-jarige leeftijd.
Elisabeth hertrouwt met Hein van Brederode, die zich ook over haar kinderen ontfermt. Op de persoonskaart van zoon Hendrik in ’s-Gravenhage staat tenminste vermeld “stiefzoon van Hein van Brederode”. Elisabeth overlijdt in 1953 te Haarlem.

Fragmentgenealogie Willem Pieter Vermaat:
Willem Pieter Vermaat, marinier, matroos ter koopvaardij, bootwerker, z.v. Arend Vermaat en Leentje de Baan, geb. Oudenhoorn 19-01-1877 om 19:00[i], overl. Amsterdam 26-02-1924 om 15:30[ii], otr./tr. (1) Den Helder 28-01/08-02-1906[iii] (echtsch. Den Helder 10-10-1918[iv]) met Elisabeth Bosch, geb. Monnickendam 02-08-1885 om 22:00[v], overl. Haarlem 10-12-1953 om 11:00[vi], d.v. Leonardus Bosch en Adriana Johanna Buijtendijk, otr./tr. (2) Amsterdam 19/30-10-1918[vii] met Engelina Gesina van Rietschote, geb. Amsterdam 09-02-1881 om 12:00[viii], overl. Amsterdam 29-06-1970[ix], d.v. Willem van Rietschote en Tietje Sikkema.

[i] BSG Oudenhoorn 1877 Akte 4: get.: Johannes Katoen, 77 jaar, metselaar; Jan Frederik Straatman, 47 jaar, veldwachter
[ii] BSO Amsterdam 1924 Akte 1338: aang.: Paulus Kesselen, 50 jaar, aanspreker; Feije Schaafsma, 45 jaar, aanspreker
[iii] BSH Den Helder 1906 Akte 12: get.: ouders bruid (moeder bruid kan niet schrijven, dus tekent niet); Dirk van der Made, 35 jaar, scheerder; Johannes Keijsper, 33 jaar, marinier; Johannes van der Wiel, 33 jaar, marinier; Monse Roode, 31 jaar, matroos; erkenning van 1 kind met de naam Leentje
[iv] BSH Den Helder 1906 Akte 12
[v] BSG Monnickendam 1885 Akte 45: Middenlaan; get.: Aderjaan de Boo, 27 jaar, agent van politie, wonend Monnickendam; Adrianus Brinkkemeyer, 32 jaar, kastelein, wonend Monnickendam
[vi] BSO Haarlem 1953 Akte 1445: aang.: Maarten Rooij, 64 jaar, begrafenisondernemer
[vii] BSH Amsterdam 1918 Akte reg. 6i fol.21v Akte 900: get.: Johan Henri Herman Hooge, 35 jaar, behanger, zwager bruid; Abraham van der Putte, 29 jaar, spoorwegarbeider, zwager bruid
[viii] BSG Amsterdam 1881 (folio 3 februari tot 9 maart, p. 43v) Akte 1458: Egelantierstraat 81; get.: Johannes van Rietschote, 59 jaar, vergulder, wonend Palmstraat 40; Klaas Sikken Sikkema, 56 jaar, smid, wonend Nieuwer Amstel
[ix] BSO Amsterdam 1970 Akte 8-29

vrijdag 22 mei 2020

De afkomst van Wouter Visser

Het was jaren geleden al toeval dat ik stuitte op het bestaan van Wouter Visser en zijn huwelijk met Bastiaantje Klaasse Vermaat, het enige kind van Nicolaas Philipsz Vermaat en Geertruij Everts Herweijer dat de volwassenheid bereikt heeft. Bij het controleren van de akte van Bastiaantje's huwelijk met Cornelis Bastiaansz de Raad (zelf een zoon van Bastiaan Cornelisz de Raad en Grietje Jansdr Vermaat) werd ik verrast door de vermelding dat Bastiaantje "weduwe van Wouter Visser" was.
Weliswaar was het huwelijk van Wouter en Bastiaantje daarna snel gevonden (15-4/19-5-1757 in Nieuw Beijerland), maar over de afkomst van Wouter was daar alleen te vinden dat hij woonde in de Hitzert, de toenmalige benaming voor wat nu Zuid Beijerland heet. Op internet was nog te vinden dat zijn patroniem Jansz zou zijn, maar geen geboorte- en overlijdensdatum. Aangezien Bastiaantje op 15 oktober 1762 hertrouwde met Cornelis de Raad, moest Wouter voor die datum overleden zijn.

Vandaag begon ik met het zoeken op de termen "Wouter Visser" en "Zuid Beijerland" en trof zowaar een overzicht aan van de akten van indemniteit van Zuid Beijerland, waarin Wouter tweemaal genoemd wordt: eenmaal in combinatie met Bastiaantje:

Van Nieuw-Beyerland 30-11-1757
Voor de perzoon van Bastiaantie Klaasse Vermaat (Huijsvrouw van Wouter Visser) geteekent door R.G. Bartz V.D.M. den 30 novemb 1757.

en de andere keer zelf:
Van Goudswaard 03-04-1757
Voor den perzoon van Wouter Visser getekent den 3 april door C.A. Hovendaal.

Deze tweede vermelding was interessant, aangezien ik tot dan toe de doop van Wouter vóór 1710 had geschat en in Zuid Beijerland (waar het doopboek pas in 1710 begint) gezocht had.
Toen ik vervolgens de ondertrouwinschrijving uit Nieuw Beijerland nog eens bekeek, zag ik dat het patroniem van Wouter niet Jansz maar Jacobsz is.

Vervolgens ging ik in Zuid Beijerland in het gaardersarchief  op zoek naar het overlijden van Wouter, dat geregistreerd bleek te zijn op 7 januari 1762. Daarna bleek het vinden van een Wouter Jacobsz Visser uit Goudswaard niet moeilijk meer: de website van Wouter Claes leverde zoals zo vaak een binnendoortje naar de doopvermelding te Goudswaard op 16 oktober 1735 van Wouter, zoon van Jacob Woutersz Visser en Sijgje Jansdr Reedijk, met als getuige Pietertje Claasdr Bes.


Doopinschrijving op 16-10-1735 van Wouter Jacobsz Visser