zondag 7 juni 2020

Jan Cornelisz Monster, een trouwlustig man en (waarschijnlijk) een bigamist

Jan Cornelisz Monster mag met recht een trouwlustig man worden genoemd. Hij is weduwnaar van Johanna Goedendorp, met wie hij trouwde vóór 1772 en met wie hij 5 kinderen kreeg, als hij met Cornelia Pieters Vermaat trouwt. Bij de doop van hun dochter Jannetje in 1785 staat in de marge: "N.b. deeze persoonen zijn nog maar 2 maanden getrouwt geweest". Zijn huwelijk met Cornelia was dus duidelijk een “moetje”.

Na zijn huwelijk met Cornelia (onder)trouwt hij op 26-2/18-4-1790 te Oud-Vossemeer met Thona de Graaf.

Huwelijksinschrijving Jan Monster met Thona de Graaf 

Terzijde: de DTB-akten uit Zeeland die nog bestaan, zijn vaak afschriften of uittreksels van onderzoekers. De originelen zijn in 1939 verplaatst naar – meende men – (brand)veiliger locaties, maar als gevolg van het bombardement van 17 mei 1940 ging een groot deel van de archieven in vlammen op[i].

Er is hier iets vreemds aan de hand, aangezien Thona wordt vermeld als weduwe van Jacob Marinussse Lindhout, terwijl deze zelfde Thona de Graaf op 16-11-1811 te Oud-Vossemeer overlijdt, nog steeds als weduwe van Jacob Lindhout, aangegeven door haar zoon Mattheus Lindhout (die het zou moeten kunnen weten).

Fragment overlijdensakte Thona de Graaf

Wanneer Jan op 16-7-1794 te Zierikzee trouwt met Agneta Jobse, is hij dus een bigamist. Heeft hij Thona gewoon laten zitten? Of kwamen ze samen tot de slotsom dat ze beter zonder elkaar verder konden gaan, maar wilden ze zich de schande (en de moeite) van een scheiding besparen? Aangezien er Jan bij zijn vierde huwelijk blijkbaar geen strobreed in de weg gelegd wordt, vermoed ik het laatste.
Agneta is geboren in 1766, dus ze is ruim 15 jaar jonger dan hij. Samen krijgen ze in elk geval (in 1796) dochter Maartje, maar bij haar overlijden op 01-08-1806 wordt aangegeven dat er 4 kinderen in het gezin aanwezig zijn.

Huwelijksinschrijving Jan Monster x Barendina Hillemans

Op 25-1-1807 trouwt Jan voor de vijfde maal, nu met Barendina Hillemans uit Haamstede, weduwe van Barend de Vries. Dit is opnieuw een "moetje", aangezien hun dochter Janna al op 22-2-1807 gedoopt wordt. Janna overlijdt op 6-7-1807. Een tweede dochter Janna, gedoopt 6-11-1808, overlijdt 13-6-1809. Ook zoon Cornelis, gedoopt 11-3-1810 wordt niet oud: hij overlijdt op 7-5-1810. Jan overlijdt zelf op 18-4-1812 te Noordgouwe. Waarschijnlijk zonder het te weten is hij dan nog geen halfjaar “bigamist-af”.

Het feit dat er in zijn vijfde huwelijk tweemaal een dochter Janna genoemd wordt, doet vermoeden dat Jan's oudste dochter Jannetje dan niet meer in leven is.
Dochter Maartje uit zijn derde huwelijk bevalt (ongehuwd) in juni 1819 van een zoon Jan, die al op 30-9-1819 te Zonnemaire overlijdt. Kort daarna, op 8-10-1819 trouwt ze met Adrianus Schrijver. Ze overlijdt Noordgouwe 29-1-1878.
Agneta en Jan blijken ook nog een dochter Cornelia (van 1799) te hebben (wat doet vermoeden dat uit Jan's tweede huwelijk met Thona de Graaf geen kinderen geboren zijn, aangezien dochter Cornelia vernoemd moet zijn naar Jan's eerste vrouw Cornelia Vermaat), die op 20-11-1822 te Ouwerkerk trouwt met Adriaan van der Pijl.
Jan's vijfde echtgenote Barendina overlijdt op 81-jarige leeftijd te Noordgouwe op 21-11-1847.

De kinderen van Jan Cornelisz Monster[ii]
(*x) de vier kinderen die in 1806 nog in leven zijn

Uit het huwelijk met Johanna Goedendorp:
[1] Pleun
[2] Cornelis
[3] Maartje (~Oostvoorne, 5-9-1773 †Rockanje, 7-4-1834) (*1)
[4] Pleuntje (~Oostvoorne, 5-9-1773 †Nieuwenhoorn, 31-12-1821) (*2)
[5] Johanna (~Rockanje, 23-1-1780 †Rockanje, 3-1780)

Uit het huwelijk met Cornelia Vermaat:
[6] Jannetje (~Rockanje, 16-3-1785 †Rockanje vóór 1790)

Uit het huwelijk met Thona de Graaf:
[geen kinderen bekend]

Uit het huwelijk met Agneta Jobs:
[7] Job (~Zierikzee, 24-10-1794 []Zierikzee, 1795)
[8] Jan Cornelis (~Zierikzee, 12-12-1795 []Zierikzee, 22-2-1796)
[9] Maartje (*Noordgouwe, 16-12-1796 ~Ñoordgouwe, 25-12-1796 †Noordgouwe, 29-1-1878) (*3)
[10] Cornelia (~Zierikzee, 20-1-1799 †Ouwerkerk, 1-3-1851) (*4)

Uit het huwelijk met Barendina Hillemans:
[11] Janna (*Noordgouwe, 16-2-1807 †Noordgouwe, 6-7-1807)
[12] Janna (*Noordgouwe, 22-10-1808 †Noordgouwe, 13-6-1809) 
[13] Kornelis (*Noordgouwe, 26-2-1810 ~Noordgouwe, 11-3-1810 †Noordgouwe, 7-5-1807)


[i] Zie https://www.zeeuwsarchief.nl/blog/middelburg-verliest-haar-geheugen/
[ii] Met dank aan Genealogie Linse: https://www.genealogieonline.nl/
genealogie-linse-en-verwanten/I23513.php

vrijdag 5 juni 2020

Doorbijten met resultaat: het gezin van Huijgh Areinsz van Prooijen en Geertruij Ariensdr Vermaat compleet

Vaak is het een kwestie van doorbijten: zoeken, verder zoeken, in de breedte zoeken, weer terugkeren, desnoods een tijdje de zaken laten bezinken. Vooropgesteld dat wat je zoekt ook nog daadwerkelijk bestaat (ik blogde al eens over het doopboek van Berghem), zul je door vasthoudend te zijn uiteindelijk resultaat boeken. Labor improbus omnia vincit? Daarover een andere keer.

In het "Vermaat-boek" ben ik inmiddels aangekomen bij C-XII-3, oftewel de 3e vrouw in de 12e generatie, gerekend vanaf oerstamvader Eerst [van het Duitse Huis?]. Het gaat hierbij om Geertruij Ariens Vermaat, de vierde dochter (en de derde met die voornaam) van Arien Philipsz Vermaat (1619-1674) en diens tweede echtgenote Pleuntje Leenders [Biersen]. Geertruij is waarschijnlijk dubbel vernoemd, namelijk naar Arein's moeder Geertje Jansdr Bos, maar ook naar zijn eerste echtgenote Geertje Ariens Hellou.
Geertruij trouwde met Huijgh Ariensz van Prooijen, maar toen ik begon met het beschrijven van dit gezin, ontbraken er nog veel gegevens. Zo wist ik niet wanneer Geertruij overleden was, wanneer Huijgh gedoopt en overleden was en van slechts twee van hun (toen volgens mij zeven) kinderen had ik de overlijdensdatum gevonden.

Gelukkig heeft de Hervormde Gemeente van Oud Beijerland een groot aantal bewerkingen van hun DTB-registers online gezet (zie https://hervormdoudbeijerland.nl/historie/archief/), zodat ik niet alleen van Huijgh en Geertruij, maar ook van een aantal van hun (jong gestorven) kinderen de begraafvermelding kon vinden.
Huijgh werd op 19-1-1667 te Oud Beijerland gedoopt als zoon van Arien Huijghen [van Prooijen] en Soetje Joosten [Roos]. Doopgetuigen waren Arij Willemsz de Baen, en Annichje Joppe "sijn huysvrouw". Geertruij werd te Oud Beijerland begraven op 14-03-1707: "14-03 vrouw van Huijgh van Proeijen bk, gk, kerk 8-10-0". Huigh trouwde daarna nog tweemaal, eerst op 11-05-1708 met Ariaantje Willems Pervaas uit Poortugaal (met wie hij nog twee kinderen kreeg, die echter jong overleden) en op 7-5-1717 met Neeltje Pieters van der Weijde uit Nieuw Beijerland. Huijgh wordt begraven te Oud Beijerland op 30-7-1718. Precies twee maanden later wordt zoon Huijgh uit dit derde huwelijk gedoopt, wat aanleiding geeft tot deze op het eerste gezicht wat crytische inschrijving: "Huijch overleden wiens naam was Huijch van Proijen en Neeltje Pieters van der Weijde, Arij Huijgen van Proijen en desselfs huysvrouw Neeltje Pieters van der Weijde".

Huijgh en Geertruij blijken namelijk nog een kind te hebben (en waarschijnlijk is het ook hun eerste), namelijk Arij. Deze Arij Huijghen van Prooijen (onder)trouwt te Oud Beijerland op 15-5/2-6-1715 met een Neeltje Pieters van der Weijde uit Nieuw Beijerland, maar dit is een andere Neeltje dan de derde echtgenote van zijn vader. Volgens de trouwinschrijving is Arij geboren in Oud Beijerland, maar zijn doop is niet te vinden in Oud Beijerland (en ook niet in Nieuw Beijerland, waar zijn moeder vandaan komt). Arij wordt 16-12-1779 te Oud Beijerland begraven. Hij is overigens het enige gezinslid van wie ik de gegevens nog niet compleet heb.

De jong gestorven kinderen Pleunie van 1693 en Philippus van 1697 blijken terug te vinden in het Begraafboek: Pleunie wordt begraven op 19-2-1695 ("kind van Huijgh van Proijen bk, gk, kerk 4-0-0") en Philippus op 6-11-1700 ("kind van Huijgh van Proijen gk, kerk 4-0-0") en deze vermeldingen passen ook prima bij de latere dopen van een zusje respectievelijk broertje met dezelfde naam op een latere datum.

Ook dochter Pleuntje (gedoopt 1695) is maar juist volwaasen geworden: zij wordt op 18-jarige leeftijd begraven te Oud Beijerland op 4-11-1713 ("dochter van Huijgh van Prooijen bk, gk, hof 2-10-0"). De aanduiding dochter in plaats van kind wekte bij mij al de indruk dat het om een ouder kind moest gaan.

Van dochter Soetje (1702-1756) en zoon Philip (1704-1749) had ik alle gegevens al, maar toch zouden zij een rol spelen in het opsporen van de nog ontbrekende gegevens van hun broer Pieter en hun zus Cornelia.
Beiden treden namelijk een aantal keren op als doopgetuigen bij kinderen van Soetje of Philip in Rotterdam. Daar vond ik na enig speurwerk eerst het huwelijk en later ook het tweede huwelijk en de begraafinschrijving van Pieter. Hij bleek te zijn overleden te Rotterdam en op 1-11-1781 te zijn begraven te Kralingen.

Mijn zoektocht naar Cornelia duurde het langst. Een tijdlang kwam ik niet verder dan vermeldingen als doopgetuige in 1732 en 1736, maar daarna was ze niet te traceren. Uiteindelijk bleek haar naam daarna te worden gespeld als van Proyen in plaats van van Prooijen en daarmee had ik vrij snel beet: ze trouwde in 1739, haar overlijden werd 28-3-1769 te Kralingen aangegeven en daar is ze op 31-3-1769 ook in de kerk begraven.

Inschrijving overlijden Cornelia Huijghen van Prooijen


woensdag 3 juni 2020

De connecties van Arien Philipsz Vermaat (1619-1674)

Hoewel Arien het in 1666 schopt tot schout van Nieuw Beijerland, valt al eerder op welke getuigen hij voor de doop van zijn kinderen weet te mobiliseren. Bij Philip 1 zijn dat “de heer van Strevelshoek” (zie A), “jonker van Meerdervoort” (zie B) en Petrus Buijtendijck (zie C), bij Cornelis “de heer Cornelis van Bevere, Heer van Strevelshoek” (A), “de Heer Cornelis Pompe, Heer van Meerdervoort” (B) en Petrus Buijtendijck (C), bij Geertruij 1 “de Heer Repelaer” (zie D), bij Geertruij 2 “juffrouw Adriana van Bevere, vrouw van Meerdervoort” (zie E) en “juffrouw Maria Walbeeke” (zie F), bij Adriaantje 1 “Adriane van Beveren Vrouw van Meerdervoort” (E), bij Geertruij 3 “juffrouw Adriana de Bevere vrouw van Meerdervoort” (E) en bij Philip 2 “de heer Cornelis Pompe, Heer van Meerdervoort” (B).

Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek

(A) Cornelis van Beveren (ook de Bevere) (1591-1663) was ridder, heer van Strevelshoek, West-IJsselmonde en Kleine Lindt. Hij stamt uit het adellijke patriciërsgeslacht Van Beveren en bekleedde vele verschillende functies, zoals:
· burgemeester van Dordrecht (1628–1629, 1637–1638, 1642–1643, 1645–1646 en 1649–1650)
· raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland (1618–1642)
· baljuw en dijkgraaf van het Land van Strijen
· curator van de Academie te Leiden
· gecommitteerde in het College van de Staten-Generaal (1646–1647), van de Gecommitteerde Raden (1628–1630, 1643–1644 en 1654–1656)
· ordinaris gecommitteerde ter dagvaart van de Staten van Holland en West-Friesland
· buitengewoon gezant van de Staten der Verenigde Nederlanden bij de koning van Denemarken en Noorwegen en de stad Hamburg (1631) en bij Karel I, koning van Engeland, Schotland en Ierland (1636).
Op 1 december 1660 werd Van Beveren evenals Cornelis de Graeff en Johan de Witt door de Staten van Holland aangesteld als lid van de commissie ter educatie van prins Willem III van Oranje-Nassau, "het kind van staat".
Van Beveren trouwde met Christina Pijl, dochter van Johan Pijl en Mondena de Jonge.

De broers Michiel (l) en Cornelis (r) Pompe van Meerdervoort, omstreeks 1652 geschilderd door Aelbert Cuyp
 
(B) Heer Cornelis Pompe van Meerdervoort (1639-1680), zoon van Michiel Pompe van Meerdervoort, Ridder, Heer van Meerdervoort, Hendrik-Ido-Ambacht en Schildmans-Kinderen-Ambachten, enz. Hij werd op speciaal bevel van de Franse koning Lodewijk XIV door diens ambassadeur Jaques-Auguste du Tou tot ridder geslagen en begiftigd met de Orde van Sint Michiel op 23 September 1661. Hij was schout en Oud-Raad in Dordrecht in 1662, raad en Rentmeester-Generaal van Zuid-Holland in 1671. Verder was hij baljuw en dijkgraaf van het Lande van Strijen, evenals baljuw van Wieldrecht in 1661. Hij werd benoemd tot dijkgraaf van de Zwijndrechtse Waard op 22.april 1663. Cornelis trouwde op 7 Februari 1652 met Vrouwe Alida van Beveren, (de oudste dochter van Heer Jakob van Beveren, Heer van Zwijndrecht, schout, burgemeester, etc. in Dordrecht, en Vrouwe Johanna de Witt, dochter van Jacob de Witt uit Dordrecht en daarmee de zus van de bekende broers Johan en Cornelis de Witt).

(C) ds. Petrus Buijtendijck (1623-1692) was een zoon van ds. Gosewinus Hendriksz Buijtendijck uit Dordrecht en zonder twijfel een goede bekende van de families Van Beveren en Pompe, die belangrijke functies hadden in het Dordtse stadsbestuur en verschillende belangen in de Hoekse Waard.

Wapen van de familie Repelaer

(D) De heer Repelaer: waarschijnlijk Hugo Repelaer (1620-1669), raad, schepen en burgemeester van Dordrecht.

De Meerdervoortskapel in de Grote Kerk in Dordrecht [foto: André den Haan]

(E) Juffrouw Adriana de Bevere vrouw van Meerdervoort (1618-1678) was de moeder van (B). De Meerdervoortskapel in de Grote Kerk in Dordrecht is gesticht door Michiel Pompe van Meerdervoort, zijn vrouw Adriana van Beveren, Cornelis Pompe van Meerdervoort en zijn vrouw Alida van Beveren. Het hek is gebeeldhouwd door H. de Vos in 1677 in Louis XIV-stijl. Boven de deur staat een monogram C.P. v. M. en A. v. B. (Cornelis Pompe van Meerdervoort en Alida van Beveren. In de kapel liggen begraven:
Michiel Pompe van Meerdervoort Michielsz. (1613-1639)
Adriana van Beveren (1618-1678), zijn vrouw
Cornelis Pompe van Meerdervoort (1639-1680), hun zoon
Alida van Beveren (1640-1680), zijn vrouw

Bij de doop van Arij (1668) en daarna treden uitsluitend familieleden als doopgetuigen op. Misschien had Arien zijn illustere kennissen niet langer nodig om de aandacht op zich te vestigen, aangezien hij inmiddels tot schout van Nieuw Beijerland benoemd was. Heel lang heeft hij overigens niet van deze positie kunnen genieten: hij stierf in 1674.

maandag 1 juni 2020

Willem Hermanus Vermaat: vier vrouwen, nul kinderen

Van Willem Hermanus Vermaat (1881-1953), die zich in de VS William Harry noemt, is niet zoveel bekend. Hij verlaat Nederland al in april 1904, hoewel daarvan in de registers van Ellis Island vooralsnog niets te vinden is . Het eerste spoor is zijn huwelijk in 1909 met Christina Josephine Baxter (1883-vóór 1929), die sinds 13-07-1907 weduwe is van Roy Little en een zoontje John (geboren 28-05-1903) heeft. Op 16-05-1910 eindigt de zwangerschap van Christina na 7 maanden voortijdig. Het doodgeboren jongetje wordt 3 dagen later begraven.

Doodgeboren zoontje van Willem en Christina op 16 mei 1910

Willem is op 21-04-1915 genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger en hij laat zich (of moet zich laten) registreren in 1918 voor eventuele oproeping als soldaat in WO I. Zijn beroep is dan steam engineer en volgens het formulier heeft hij grijze ogen en zwart haar.

Registratie van Willem voor WO I in 1918

Het duurt tot na de Eerste Wereldoorlog voor Willem Nederland weerziet. In 1919 doet hij een aanvraag voor een paspoort met als doel zijn moeder in Nederland te bezoeken. Hij verklaart sinds 1904 het land niet verlaten te hebben. De reden dat we dit allemaal weten is overigens niet dat de paspoorten zijn aangevraagd, maar dat ze kort daarna, met een kostuum van Willem waarin ze zaten (waarschijnlijk in de binnenzak), uit de woning zijn gestolen.
Behalve hun foto’s kennen we nu ook hun handtekeningen. Ze wonen Daly Street 225 in Philadelphia.

Verklaring dat de originele paspoorten gestolen zijn

Wanneer het vertrek plaatsvond is niet terug te vinden. De bedoeling was om eind november 1919 scheep te gaan en mogelijk is dat één of twee weken later geworden. Het verzoek om duplicaten van de paspoorten dateert van 25-11-1919. In Nederland zal het echtpaar verbleven hebben bij familie en mogelijk inderdaa
d bij Willem’s moeder (hoewel Margaretha Krekelaar in januari 1920 al 68 jaar oud werd). Uit de registers blijkt vervolgens dat Willem en Christina aan boord van het s.s. Nieuw Amsterdam op 30-01-1920 vertrekken uit de haven van Rotterdam en op 11-02-1920 in New York arriveren.
Van de jaren tot 1929 heb ik geen gegevens kunnen vinden. Zeker is dat Christina overleden is vóór juli 1929, aangezien Willem op 06-07-1929 in ondertrouw gaat met zijn tweede echtgenote, Johanna Kapel. Helaas zijn de huwelijksbijlagen uit die periode verloren gegaan. Dit tweede huwelijk was overigens strak gepland: op dezelfde dag dat het gesloten werd in ’s-Gravenhage vertrok het echtpaar met het s.s. Rotterdam uit Rotterdam naar New York, waar men 07-08-1929 aankwam. Voor Johanna moet de schok groot geweest zijn. Ze kwam op 12 oktober 1929 weer terug in Nederland. "Ik heb haar regelmatig bij familie ontmoet, eind 50-, begin 60-er jaren. Zij is namelijk zo ongeveer per kerend schip teruggekomen naar Den Haag, "omdat ze niet kon wennen in Amerika". Zij woonde in de Elandstraat, hield de naam Vermaat in volle glorie aan, en is, voor zover ik me kan herinneren, ergens midden 60-er jaren overleden in het verzorgingstehuis in de Morsestraat," herinnert zich Frans Koster, een kleinzoon van Willem’s oudste broer Hendrik Cornelis. Wel is opvallend dat Johanna uiteindelijk, in januari 1950 toch een scheiding aanvroeg. Ze overleed overigens op 10-12-1970 te ’s-Gravenhage.
Willem zal intussen niet stil. Uit 1931 is er een marriage license voor Willem met Adeline Marion Wills en uit 1935 voor Willem met Helen M. Rupp. Let op dat een marriage license niets meer is dan een juridisch document dat iemand toestaat een huwelijk aan te gaan, terwijl het bewijs van een daadwerkelijk gesloten huwelijk een marriage certificate is. Het is dus niet zeker of Willem ook werkelijk bigamist was: hij was immers tot 1950 officieel nog altijd getrouwd met Johanna.
We komen in de census van 1940 in Salem C
ity een Adeline Wills tegen als verpleegster in een ziekenhuis, afkomstig uit Wisconsin, 33 jaar oud en met huwelijkse staat divorced. Adeline overlijdt in 1947. Opvallend is dat Willem in zijn registratie voor WO II bij de “person who will always know your address” een Madeline Wills opgeeft: hij woont op Greenwich Street 441 in Philadelphia, terwijl deze Madeline op nummer 434 woont.
Van de Helen M. Rupp, Willem’s vierde echtgenote, is nog het minst bekend. Mogelijk is ze dezelfde als de Helen M. Rupp die geboren werd op 11-11-1911 en overleed op 24-01-2000, hoewel die bij de census van 1940 de huwelijkese staat “single” heeft in plaats van het verwachte “married” of “divorced”. Dan is er nog een Helen Rupp, die als dochter van Chas H Rupp en Helen Zeckman geboren werd op 27-07-1911 te Philadelphia werd geboren .
Willem overleed in 1953 in Philadelphia en werd begraven in Roslyn, Montgomery, Pennsylvania (USA).

Grafsteen van Willem Hermanus "William Harry" Vermaat


maandag 25 mei 2020

De zoektocht naar Lijsbeth Jansdr Mortons

Bij haar huwelijk in 1674 met Nicolaes Vermaat wordt aangegeven dat Lijsbeth Mortons weduwe van Nicolaes van Kerkum is. Het gaat daarbij om Nicolaes (Claes) Ambrosiusse van Kerckum/Kerchem, die in Brielle een aantal kinderen laat dopen: in 1656 (moeder Lijsbet Thomas, getuige Jenneke Coel), 1666 (geen moeder vermeld, getuigen Ambrosius van Kerckhem en Maria van Wouw), in 1669 (moeder Lijsbeth Cornelis, getuige Catrijntje van Kerchem) en ten slotte in 1673 (moeder Lijsbet Jans, getuige Gerrit van Kercken). Alleen bij deze laatste doop is de moeder “onze” Lijsbeth Mortons. Ook op 1-10-1670 wordt een kind Ambrosius gedoopt, dit keer als zoon van Nicolaas van der Wiell en Lucretia Kerckrink. Getuigen zijn Cornelis van der Wiell en Elisabeth van Kerckem. Deze laatste zou ook “onze” Lijsbeth kunnen zijn, aangezien ze juist enkele maanden met Nicolaes van Kerckum getrouwd was. Je ziet vaker dat pasgetrouwde vrouwen als een vorm van vruchtbaarheidsgeloof als doopgetuige optreden.

In het ONA van Brielle komen zowel een Gerrit Claesz van Kerckum, een Ambrosius Claesz van Kerckum als een Claes Ambrosius van Kerckum voor. Deze laatste zou de eerste man van Lijsbeth moeten zijn. De (onder)trouwvermelding van “Nicolaes van Kerckum, weduwnaar, woonend in 's Heer Dam[...] Ambacht met Lijsbeth Jans Mortons J:D woonend Langestraet” heeft plaats op 24-8/7-9-1670[i].


Trouwinschrijving van het eerste huwelijk van Lijsbeth Jansdr Mortons 
Dit betekent dat Lijsbeth tussen 1640 en 1655 geboren moet zijn. Aangezien Lijsbeth bij haar huwelijk met Nicolaes van Kerckum als J:D: wordt vermeld, kan zij niet dezelfde zijn als de Elisabeth Mortons die als weduwe van Jan van Houtven in juli 1660 te Brielle trouwt met de soldaat Mathijs Bresee. Ook hier zit het Algemeen Nederlandsch Familieblad er dus naast.

Maar wanneer Lijsbeth in Brielle gedoopt is, wie zijn dan haar ouders? Er is een Jan Jorisz Mortons in Brielle in de juiste periode, die met zijn vrouw Maertgen Ariens de volgende kinderen heeft, gedoopt te Brielle:
Maijken ~27-3-1647, getuigen Joris Morton en Willemtie Jans
Ariaentie ~12-2-1649, getuigen Jannetie Engels en Belitge Jans
Margrieta ~2-3-1653 getuige Belitge Jans
Dus geen dochter Lijsbeth!

Wie wel een dochter Elisabeth laten dopen in Brielle, zijn Jan Rogierse (of Jorisse) met zijn vrouw Maria/Maritge Willems, en wel op 16-8-1649 (getuigen zijn Jan Willems en Jannetje Rogiers).
Meer kinderen van dit echtpaar zijn:
[onzeker] Trijntje ~4-12-1647, vader vermeld als Jan Jansse)
Willem ~12-2-1651, getuige Jannetje Rogiers
Annetie ~5-1-1652, vader vermeld als Jan Jorisse, getuigen Willem Hendrix, Ariana Rogierse
Anna ~22-4-1655, vader vermeld als Jan Jorisse, getuige Lijsbeth Claes Ook Neeltje Mortons, de doopgetuige bij Lijsbeth’s eerste kind uit haar tweede huwelijk, Cornelia, brengt ons hier niet verder, evenmin als Johannes Celser, Aagje Jans 
(mogelijk dezelfde als de vrouw van Willem Willemsz [Backer], die in 1663 en 1664 kinderen laat dopen in Brielle en dus mogelijk een schoonzus is van Maritge Willems) en Maartje Huge.

[i] DTB Brielle trouwen 1668-1684 [Streekarchief Voorne-Putten, p. 81/410]

zondag 24 mei 2020

Willem Pieter Vermaat aan de wandel - een geval van ADHD avant la lettre?

Bijna nooit thuis en toch 6 kinderen verwekken. Willem Pieter Vermaat heeft op veel plaatsen gewerkt en op bijna evenveel plaatsen kwam hij ook in moeilijkheden. Het lijkt op een geval van ADHD avant la lettre.

Willem Pieter Vermaat (1877-1924) is de vierde zoon en het zevende van de 12 kinderen van Arend Vermaat (1848-1922) en Leentje de Baan (1846-1888). Het complete gezin waarin hij opgroeide is nog groter: in zijn twee huwelijken verwekte vader Arend in totaal 23 kinderen, van wie er 9 de volwassenheid niet bereikten.

Mogelijk is het met Willem allemaal begonnen met het overlijden van zijn moeder toen hij net 11 jaar oud was. Zijn vader hertrouwde in 1890 met de ruim 22 jaar jongere Annetje van der Voorde, bij wie hij al in 1889 een buitenechtelijke dochter had. Bij haar huwelijk was Annetje pas 18 jaar en dus ongeveer 6 jaar ouder dan Willem. Dat zal de verhoudingen niet beter gemaakt hebben.

Willem gaat aan de slag als bootwerker in Den Helder en treedt in 1906 voor de eerste keer in het huwelijk. In de huwelijksbijlagen is een proces-verbaal aangetroffen, waarin wordt beschreven dat Willem, omdat hij nog geen 30 jaar oud is, de toestemming van zijn vader nodig heeft om dit huwelijk te kunnen aangaan. De vader weigert deze toestemming echter te geven. Heeft hij een vooruitziende blik, kende hij het karakter van zijn zoon beter dan die wilde toegeven? Of had hij simpelweg geen vertrouwen in de goede afloop? Heel veel recht van spreken had hij zelf ook niet.
Bij de kantonrechter wordt besloten dat deze weigering onvoldoende grond heeft. Het huwelijk gaat dus door. Zoon Leonardus wordt geboren in 1906 en dat lijkt erop te duiden dat dit huwelijk een "moetje" is, zoals zo vaak in die tijd. Ook Willem en Elisabeth hebben echter al een "voorkind": dochter Leentje uit 1904. Mogelijk heeft Elisabeth Willem bij de tweede zwangerschap voor het blok gezet.

Willem is echter niet in de wieg gelegd voor huisvader. Wel verwekt hij in totaal 6 kinderen, van wie er 5 de volwassenheid bereiken.

De relatief lange perioden tussen de geboorte van Leonardus (1906) en Johanna Maria (1910) kunnen worden verklaard doordat Willem eerst wegens diefstal (in Amsterdam in 1907) en later wegens “eenvoudige belediging” en dronkenschap (in 1908: één dag + f 1,- boete en twee dagen + f 2,- boete) tweemaal een tijdje in de gevangenis heeft doorgebracht. 


Signalement Willem Pieter Vermaat, veroordeeld voor diefstal en 18-06-1907 vrijgekomen
Willem moet na zijn eerste veroordeling in 1907 als mijnwerker aan de slag zijn gegaan in Heerlen, want uit die plaats dateren zijn tweede en derde veroordeling.

Willem Pieter Vermaat wegens “eenvoudige belediging” één dag in de gevangenis van 's-Hertogenbosch in 1908
Willem Pieter Vermaat wegens dronkenschap aansluitend twee dagen in de gevangenis van 's-Hertogenbosch in 1908
Vervolgens moet hij enige tijd in Veenhuizen hebben doorgebracht. Hij komt op 12-05-1910 vanuit Veenhuizen naar Rotterdam, waar hij op 08-03-1911 weer vertrekt naar Leuvenheim bij Brummen: hij wordt daar 13-03-1911 ingeschreven met als beroep opperman. Ik heb nog niet in de registers van Veenhuizen kunnen vinden waarom hij daar was. Blijkbaar heeft hij vooraf een periode van verlof gehad die lang genoeg was om een kind te verwekken. Dochter Johanna Maria wordt geboren op 16 augustus 1910 in Hellevoetsluis.

Willem Pieter Vermaat op "doorreis"
Intussen blijft het gezin van Willem ingeschreven in Monnickendam. Op de gezinskaart staat bij de eerste inschrijving vermeld “vrouw en kind zijn niet weg geweest” en bij de tweede “de man Willem Pieter Vermaat vermoedelijk in Noord Amerika”. Hij zou daar tussen 1911 en 1915 geweest kunnen zijn, hoewel ik hem niet heb kunnen vinden in de registers van Ellis Island. Mogelijk was er sprake van een gerucht: in het bevolkingsregister van Brummen is geen datum van uitschrijving vermeld.
Op 10-09-1909 schrijft het gezin zich overigens in in Hellevoetsluis, waarbij Willem wel vermeld wordt, maar zonder verdere gegevens of datum van inschrijving. Op 14-10-1910, dus nog geen 2 maanden na de geboorte van Johanna Maria, vertrekken Elisabeth en haar kinderen naar Hoogstraat 8 te Den Helder, “bij ouders”. Terwijl zijn vrouw en kinderen in Hellevoetsluis zijn, woont Willem in Rotterdam. Voor zover ik heb kunnen nagaan (de geboorteakten uit Den Helder zijn nog niet digitaal opvraagbaar) heeft Willem geen enkele keer zijn kinderen zelf aangegeven bij de Burgerlijke Stand. Was hij steeds "in de buurt" om vlug een kind te verwekken, of zijn de kinderen die zijn achternaam dragen helemaal niet van hem? Aangezien Elisabeth steeds ofwel in de buurt van haar eigen ouders, ofwel die van haar schoonouders heeft gewoond, geloof ik wel dat Willem de vader van deze kinderen is. Mogelijk had de scheiding niet plaatsgevonden als Willem niet zonodig met een andere vrouw had willen trouwen.

In 1916 schrijft het gezin zich, nu met Willem, in Anna Paulowna in. Zoon Hendrik is dan inmiddels al geboren in Den Helder. Dochter Elisabeth, in 1917 geboren in Anna Paulowna, overlijdt daar in 1918. Op de overlijdensakte wordt vermeld dat haar ouders "beiden zonder bekende woonplaats" zijn.

Vrij kort na de geboorte van de jongste dochter Jannetje Jansje volgt dan, na 12 jaar waarin Willem voornamelijk aan de wandel geweest is, de scheiding, waarschijnlijk omdat Willem zijn zinnen op een andere vrouw gezet heeft. Willem laat er geen gras over groeien: 12 dagen na de scheiding treedt hij op 30 oktober 1918 voor de tweede keer in het huwelijk. Dit tweede huwelijk eindigt met zijn overlijden: hij overlijdt op 26 februari 1924 te Amsterdam en op 24-12-1924 treedt zijn tweede echtgenote, Engelina Gesina van Rietschote, in het huwelijk met Abraham van der Horst. Zij overlijdt uiteindelijk pas in 1970 op 89-jarige leeftijd.
Elisabeth hertrouwt met Hein van Brederode, die zich ook over haar kinderen ontfermt. Op de persoonskaart van zoon Hendrik in ’s-Gravenhage staat tenminste vermeld “stiefzoon van Hein van Brederode”. Elisabeth overlijdt in 1953 te Haarlem.

Fragmentgenealogie Willem Pieter Vermaat:
Willem Pieter Vermaat, marinier, matroos ter koopvaardij, bootwerker, z.v. Arend Vermaat en Leentje de Baan, geb. Oudenhoorn 19-01-1877 om 19:00[i], overl. Amsterdam 26-02-1924 om 15:30[ii], otr./tr. (1) Den Helder 28-01/08-02-1906[iii] (echtsch. Den Helder 10-10-1918[iv]) met Elisabeth Bosch, geb. Monnickendam 02-08-1885 om 22:00[v], overl. Haarlem 10-12-1953 om 11:00[vi], d.v. Leonardus Bosch en Adriana Johanna Buijtendijk, otr./tr. (2) Amsterdam 19/30-10-1918[vii] met Engelina Gesina van Rietschote, geb. Amsterdam 09-02-1881 om 12:00[viii], overl. Amsterdam 29-06-1970[ix], d.v. Willem van Rietschote en Tietje Sikkema.
[i] BSG Oudenhoorn 1877 Akte 4: get.: Johannes Katoen, 77 jaar, metselaar; Jan Frederik Straatman, 47 jaar, veldwachter
[ii] BSO Amsterdam 1924 Akte 1338: aang.: Paulus Kesselen, 50 jaar, aanspreker; Feije Schaafsma, 45 jaar, aanspreker
[iii] BSH Den Helder 1906 Akte 12: get.: ouders bruid (moeder bruid kan niet schrijven, dus tekent niet); Dirk van der Made, 35 jaar, scheerder; Johannes Keijsper, 33 jaar, marinier; Johannes van der Wiel, 33 jaar, marinier; Monse Roode, 31 jaar, matroos; erkenning van 1 kind met de naam Leentje
[iv] BSH Den Helder 1906 Akte 12
[v] BSG Monnickendam 1885 Akte 45: Middenlaan; get.: Aderjaan de Boo, 27 jaar, agent van politie, wonend Monnickendam; Adrianus Brinkkemeyer, 32 jaar, kastelein, wonend Monnickendam
[vi] BSO Haarlem 1953 Akte 1445: aang.: Maarten Rooij, 64 jaar, begrafenisondernemer
[vii] BSH Amsterdam 1918 Akte reg. 6i fol.21v Akte 900: get.: Johan Henri Herman Hooge, 35 jaar, behanger, zwager bruid; Abraham van der Putte, 29 jaar, spoorwegarbeider, zwager bruid
[viii] BSG Amsterdam 1881 (folio 3 februari tot 9 maart, p. 43v) Akte 1458: Egelantierstraat 81; get.: Johannes van Rietschote, 59 jaar, vergulder, wonend Palmstraat 40; Klaas Sikken Sikkema, 56 jaar, smid, wonend Nieuwer Amstel
[ix] BSO Amsterdam 1970 Akte 8-29

vrijdag 22 mei 2020

De afkomst van Wouter Visser

Het was jaren geleden al toeval dat ik stuitte op het bestaan van Wouter Visser en zijn huwelijk met Bastiaantje Klaasse Vermaat, het enige kind van Nicolaas Philipsz Vermaat en Geertruij Everts Herweijer dat de volwassenheid bereikt heeft. Bij het controleren van de akte van Bastiaantje's huwelijk met Cornelis Bastiaansz de Raad (zelf een zoon van Bastiaan Cornelisz de Raad en Grietje Jansdr Vermaat) werd ik verrast door de vermelding dat Bastiaantje "weduwe van Wouter Visser" was.
Weliswaar was het huwelijk van Wouter en Bastiaantje daarna snel gevonden (15-4/19-5-1757 in Nieuw Beijerland), maar over de afkomst van Wouter was daar alleen te vinden dat hij woonde in de Hitzert, de toenmalige benaming voor wat nu Zuid Beijerland heet. Op internet was nog te vinden dat zijn patroniem Jansz zou zijn, maar geen geboorte- en overlijdensdatum. Aangezien Bastiaantje op 15 oktober 1762 hertrouwde met Cornelis de Raad, moest Wouter voor die datum overleden zijn.

Vandaag begon ik met het zoeken op de termen "Wouter Visser" en "Zuid Beijerland" en trof zowaar een overzicht aan van de akten van indemniteit van Zuid Beijerland, waarin Wouter tweemaal genoemd wordt: eenmaal in combinatie met Bastiaantje:
Van Nieuw-Beyerland 30-11-1757
Voor de perzoon van Bastiaantie Klaasse Vermaat (Huijsvrouw van Wouter

Visser) geteekent door R.G. Bartz V.D.M. den 30 novemb 1757.
en de andere keer zelf:
Van Goudswaard 03-04-1757

Voor den perzoon van Wouter Visser getekent den 3 april door C.A. Hovendaal.
Deze tweede vermelding was interessant, aangezien ik tot dan toe de doop van Wouter vóór 1710 had geschat en in Zuid Beijerland (waar het doopboek pas in 1710 begint) gezocht had.
Toen ik vervolgens de ondertrouwinschrijving uit Nieuw Beijerland nog eens bekeek, zag ik dat het patroniem van Wouter niet Jansz maar Jacobsz is.

Vervolgens ging ik in Zuid Beijerland in het gaardersarchief  op zoek naar het overlijden van Wouter, dat geregistreerd bleek te zijn op 7 januari 1762. Daarna bleek het vinden van een Wouter Jacobsz Visser uit Goudswaard niet moeilijk meer: de website van Wouter Claes leverde zoals zo vaak een binnendoortje naar de doopvermelding te Goudswaard op 16 oktober 1735 van Wouter, zoon van Jacob Woutersz Visser en Sijgje Jansdr Reedijk, met als getuige Pietertje Claasdr Bes.


Doopinschrijving op 16-10-1735 van Wouter Jacobsz Visser

maandag 18 mei 2020

Gerrit Woudenberg en Evertje Woudenberg, halfbroer en halfzus, zwager en schoonzus

Gerrit Woudenberg (Laren NH 17-06-1899) en zijn halfzus Evertje Woudenberg (Anna Paulowna 09-04-1899) schelen twee maanden en ze hebben dezelfde vader, maar niet dezelfde moeder. Toch was vader Jan met allebei hun moeders getrouwd. Het bevolkingsregister van Anna Paulowna laat zien hoe dan mogelijk is.

het gezin Woudenberg - Van Eekeren - Poortvliet in Anna Paulowna
Jan Woudenberg had uit zijn huwelijk met Dieuwertje van Eekeren drie dochters: Adriana (1896), Maartje (1897) en Evertje (1899). Dieuwertje overleed op 21-08-1901, maar al een tijd daarvoor had Jan een relatie aangeknoopt met Hendrika Wilhelmina Poortvliet, de moeder van Gerrit en later nog van een zoon Adrianus (1904). Hendrika trok op 14-02-1903, de dag van haar huwelijk met Jan, bij het gezin in als nieuwe moeder. Dat duurde overigens niet lang: ze overleed op 21-02-1910. Jan trouwde voor de derde keer in 1917 te Andijk, nu met Maria Magedalena van Dalfsen, die in 1931 te Anna Paulowna overleed. Jan overleed te Anna Paulowna in 1949, 81 jaar oud. 

Doordat zowel Gerrit als Evertje met een kind van Willem Pieter Vermaat en Elisabeth Bosch trouwden, werden ze, behalve halfbroer en halfzus, tevens zwager en schoonzus van elkaar.

zaterdag 2 mei 2020

"Geen woorden, maar daden" - Stadsarchief Rotterdam stelt teleur

Onder deze zinspreuk staat een bekende voetbalclub uit Rotterdam bekend en de Rotterdammers laten zich graag op die manier kenschetsen. Blijkbaar heeft het Stadsarchief Rotterdam daar ook last van gehad, toen het van de ene op de andere dag (ik vermoed van 30 april op 1 mei 2020) zonder verdere aankondiging de scans van de gezinskaarten uit het bevolkingsregister voor 1940 onzichtbaar maakte. In plaats van de bijbehorende scan krijgen we nu dit te zien:
Uiteraard is het zo dat het gebruik van persoonsgegevens in verband met de AVG beperkt is. Daar staat tegenover dat de  betreffende personen in grote meerderheid inmiddels overleden zijn en - niet onbelangrijk - het feit dat andere archieven anders met deze materie omgaan.
Op dit punt is - opnieuw! - het Stadsarchief Gemeente Amsterdam met zijn ruimere publicatieverzameling een beter richtpunt.

"Eerst denken, dan doen" lijkt me voor het Stadsarchief Rotterdam een betere leidraad voor de toekomst.

Naschrift 3 mei 2020: goed nieuws: de gezinskaarten zijn weer zichtbaar!

donderdag 30 april 2020

De omzwervingen van Izak van Lien

Izak van Lien was het vierde kind van de metselaar Hendrik van Lien (1840-1929) en de dienstbode Kornelia Vermaat (1839-1889). Hij werd geboren te Nieuwenhoorn op 30 mei 1867.
Uit het militair stamboek van Izak van Lien 1/2
Op 13-5-1887 werd Izak als "loteling" (dus als dienstplichtige) ingedeeld bij het 4e Regiment Infanterie. Op 14-9-1888 gaat hij met groot verlof. 
In 1889 overlijdt Izak's moeder en mogelijk was dat voor hem een reden om het ouderlijk huis weer te verlaten. Vanaf 24-3-1890 woont hij in Amsterdam op Mariniersplein 70 bij zijn zus Anna Cornelia. Op 3-11-1890 keert hij terug naar het leger. Op 15-11-1890 gaat hij opnieuw met groot verlof, maar op 22-1-1891 meldt hij zich vrijwillig als soldaat en op 24-1-1891 wordt hij overgenomen door de “koloniale troepen” voor een periode van 6 jaar, met gratificatie van f 300,- . Hij vertrekt eerst naar de kazerne in Harderwijk en daarna naar Nederlands Indië. Op 3-4- 1899 keert hij terug in Rotterdam. Hij wordt daarna vermeld als “gepensioneerd NOI militair”.
Uit het militair stamboek van Izak van Lien 2/2
Waarschijnlijk heeft hij de eerste jaren daarna weer in Nieuwenhoorn gewoond. We pikken het spoor op aan het eind van 1907. Izak was toen 40 jaar en bevond zich mogelijk in wat je tegenwoordig een midlife crisis zou noemen. Hij kwam op 12-12-1907 van Nieuwenhoorn naar Rotterdam, vertrok 14-2-1908 naar Nijmegen. Kwam daarvandaan op 27-10-1908 weer naar Rotterdam, vertrok 14-12-1908 naar Ruyterweg 48 te Den Helder. Daarna ging hij op 11-5-1909 vanuit Den Helder naar Rotterdam, maar vertrok 7-9-1909 naar Invalidenhuis Bronbeek te Arnhem. Daar hield hij het blijkbaar maar kort uit, want hij kwam 7-10-1909 vanuit Arnhem naar Winterswijk en vertrok 18-2-1909 daarvandaan naar Rotterdam. Die reis duurde een paar dagen, want hij kwam 23-2-1910 van Winterswijk in Rotterdam. Hij vertrok 24-2-1912 naar de Prins Hendrikkazerne te Nijmegen. Vervolgens moet hij een grote reis hebben gemaakt, want hij arriveert 14-1-1913 vanuit Batavia in Rotterdam, zat vanaf 24-2-1914 drie dagen in de gevangenis van Breda na een veroordeling wegens “het zich in kennelijken staat van dronkenschap bevinden op de openbaren weg”, vertrok 8-6-1914 naar KKU Invalidenhuis te Arnhem. Kwam op 26-10-1914 vanuit Amsterdam naar Rotterdam en vertrok vandaar 6-9-1916 naar Putten (Gld), Voorthuizerweg bij C. Vos. Kwam op 16-2-1917 weer in Amsterdam. Izak ging op 19-10-1917 vanuit Amsterdam naar de tuinbouwkolonie Filadelfia tussen Vries en Tynaarlo.

De tuinbouwkolonie Filadelfia tussen Vries en Tynaarlo
Van daaruit vertrok hij op 14-1-1918 weer naar Amsterdam. Uiteindelijk overleed hij daar op 30 juni 1922 om elf uur ’s avonds, 55 jaar oud. Zijn overlijden werd aangegeven door twee rechercheurs, dus mogelijk is hij als venter bij een beroving om het leven gekomen.

woensdag 29 april 2020

Een kind “geboren in onegt en bloedschande”

Vermelding Lijsbeth, dochter van Lijsbeth Vermaat in de Gaarder van Poortugaal
Zeer waarschijnlijk wisten de meeste inwoners van Poortugaal aan het einde van de 18e eeuw wie de vader moest zijn van het tweede buitenechtelijke kind van Lijsbeth Pietersdr Vermaat. Het begrip bloedschande betekende in die tijd niet noodzakelijk incest: ook relaties met zwagers of aangetrouwde ooms vielen erbinnen. 

Kijkend naar de mogelijke kandidaten, zien we dat Lijsbeth’s zussen Neeltje, Maartje en Annetje respectievelijk in Barendrecht, Vlaardingen en Strijen woonden, waardoor een relatie met de bijbehorende zwagers niet voor de hand ligt. Ook haar vader komt niet in aanmerking, aangezien hij al in 1777 is overleden. De tweede man van haar moeder, Jan Noordzij, doet in 1806 aangifte van Lijsbeth’s overlijden en is dus een mogelijke kandidaat.

Het meest voor de hand ligt volgens mij echter Lijsbeth’s vier jaar oudere broer Johannes, die ongetrouwd was en ten tijde van de gebeurtenissen bijna 30 jaar oud.
De dorpsbewoners zullen indertijd beseft hebben dat een begraafboek geen chronique scandaleuse is en dat de kwade geruchten uiteindelijk door de werking van de tijd veel van hun venijn zouden gaan verliezen. Wel is het opvallend dat, waar de meeste kinderen vrij snel na hun geboorte gedoopt worden, dit bij Lijsbeth’s dochtertje Lijsbeth ruim twee maanden duurde. En gezien haar overlijden, 2½ week later, ook net op tijd kwam.

Of toch net te vroeg misschien.

Lijsbeth Pietersdr Vermaat, d.v. Pieter Johannesz Vermaat en Marijtje Jacobsdr Meindert, ged. Poortugaal 24-12-1775[i], overl. aang. Poortugaal 16-04-1806[ii]. Lijsbeth bleef ongehuwd.
Uit een onbekende relatie:
1 Pietertje
2 Lijsbeth, geb./ged. Poortugaal 21-06/01-09-1799[iii], overl. aang. Poortugaal 17-09-1799[iv], begr. Poortugaal 19-09-1799[v].


[i] VVP III, p. 19
[ii] DTB Poortugaal overlijden 1806-1811 [Nat. Archief, p. 3/14]; "16-4-1806 aangegeven door Jan Noordzij als Schoonvader {bedoeld is stiefvader} het lijk van Elizabeth Vermaat 30 jaar Poortugaal Dorp ongehuwd nalatende 1 kind buiten de egt verwekt" [VVP VII, p. 93]
[iii] VVP III, p. 35: Getuigen Marietje Jacobs Meindert en Willempje Willems Hoogwerf
[iv] DTB Poortugaal gaarder begraven 1763-1805 [Nat. Archief, p. 70/93]: "De wed: A. Oosthoek geeft aan het lijk van een kind van Lijsbeth Piet: &maat, in onegte & bloedschande verwekt, oud 12 weeken, voor onvermogend en pro deo" {in marge: "oud 12 weeken in onegte & bloedschande"}
[v] DTB Poortugaal lijsten van overledenen met import op begraven 1787, 1789-1802 [Nat. Archief, p. 42/53]: "19e dito begr: het lijk van een kind van Lijsb: Pietrdr &maat voor pro deo"

Doopvermelding Lijsbeth Lijsbethsdr Vermaat op 1-9-1799

maandag 20 april 2020

Een Van der Valk sterft (jong) op zee ...

Toen Maartje Pieters Vermaat (1769-1848), de tweede dochter van Pieter Johannesz Vermaat (1738-1777) en Marijtje Jacobs Meindert (1747-1813) op 13 februari 1792 te Vlaardingen in ondertrouw ging met Reijer Andriesz van der Valk, kon ze niet vermoeden dat haar man bijna een halve eeuw zou overleven en ook twee van haar zonen aan de zee zou verliezen.
Ondertrouw Maartje Pieters Vermaat en Reijer Andriesz van der Valk
Reijer werd op 12 december 1762 te Vlaardingen gedoopt, als zoon van Andries Reijersz van der Valk en Annetje Cornelisdr van Hoogteilingen. Als getuigen traden op zijn grootouders van vaderszijde Reijer van der Valk en Jannetje Pieters [van der] Boom.

Maartje en Reijer trouwden op 5 maart 1792 in Vlaardingen en kregen vier kinderen: Andries (geboren 9 september 1792, bootsman van beroep en in 1851 te Rotterdam overleden), Pieter (1794), Jan (1796) en ten slotte dochter Annetje (te Vlaardingen geboren in 1798 en aldaar overleden in 1874).

Maartje en Reijer trouwden in een moeilijke tijd. Waar de patriotten enkele jaren eerder met veel enthousiasme de uit Frankrijk geïmporteerde vrijheid, gelijkheid en broederscap had omarmd, toonde de Bataafse Republiek inmiddels zijn ware aard: een door de Fransen in het zadel geholpen en gehouden oligarchie van anti-Oranjegezinden. Engeland en Pruisen beschouwden de Republiek als overloper en kondigden een zeeblokkade af. Als gevolg van de daardoor nog dieper wordende economische malaise zakten de Nederlandse staatsobligaties op de beurs naar 20% van hun aanvankelijke waarde en ging in 1799 de eens zo machtige VOC zelfs failliet.

Reijer was zeeman, maar door de Engelse blokkade kwam van varen weinig. Toch waren er mensen die dat bleven proberen en voor Reijer liep dat slecht af. De akte van bekendheid, als bijlage toegevoegd aan de huwelijksakte van zoon Andries in 1823 in Middelburg, wordt dat als volgt beschreven: "... Cornelis van der Sjouw, zeeman, Simon Hoogerwerf, zeeman, Jacobus van der Meijden, stuurman en Adrianus Hoogerwerf, zeeman, allen woonachtig binnen Vlaardingen, verklaren dat in augustus 1799 Reijer van der Valk als matroos op het hoekschip genaamd Vriendschap met deszelfs gehele equipage behouden is aangekomen in IJsland en vandaar op 9 september is afgezeild, doch na zeven dagen zeilens door de Engelschen genomen en op Hitland opgebragt is, dat genoemde Reijer van der Valk met nog 4 andere manschappen is overgezet op het Engelse brikschip genaamd de Hond, welk brikschip twee dagen na deszelfs vertrek van Hitland onder de Orcades waarschijnlijk met man en muis vergaan is, als zijnde aldaar kort daarna eenige goederen komen aandrijven, waaruit dat verongelukken is gepresumeerd geworden ..." [Huwelijksbijlagen Middelburg 1823 Akte 35]

Hitland is de oude naam voor Shetland (een hit is een klein paard) en met de Orcaden worden de Orkney-eilanden bedoeld.
In een eerdere blogpost (http://vermaatisdenaam.blogspot.com/2013/01/opgebracht-en-omgekomen.html) besteedde ik al aandacht aan de genoemde scheepstypen van hoekschip en brik
Hier wil ik het hebben over de twee zonen van Reijer, Pieter en Jan, die evenals hun oudste broer en hun vader weliswaar kiezen voor het zeemansleven, en die evenals hun vader op vrij jonge leeftijd op zee omkomen.
Zoon Pieter bleef op zee als opvarende van het schip Sophia Anna op de "kolvisscherij" (vissen op kabeljauw en heilbot), dat met man en muis verging in maart 1815 

Van zoon Jan kon ik een tijd lang de overlijdensakte niet vinden en zeer waarschijnlijk is die ook niet in de Burgelijke Stand opgenomen.
Jan trouwde te Middelburg op 16 september 1824 met de dienstbode Adriana Nijssen. dat was kantje boord, want twee dagen later beviel Adriana al van een dochter, die - naar Jan's moeder - Maartje genoemd werd. Maartje overlijdt op 16-5-1825 te Middelburg en dat was lange tijd het laatste spoor dat ik van Jan vinden kon.

Na (vruchteloos) te hebben gezocht in de BS-akten en tienjarentafels van Vlaardingen besloot ik het nog eens in Middelburg te proberen, maar nu met het kompas alleen gericht op Adriana. Al vrij snel had ik beet: op 25 oktober 1862 overleed Adriana te Middelburg, echter met als echtgenoot de zeilmaker Willem Jacob Heijliger. Dit echtpaar bleek op 6 maart 1834 te Middelburg getrouwd. Het kostte weinig moeite om de huwelijksbijlagen te vinden, waarin zich zonder twijfel de overlijdensakte van Jan van der Valk zou moeten bevinden. En daar vond ik dit:

Overlijdensakte Jan Reijersz van der Valk
In het Frans verklaren de getuigen Etienne Cadet Bignoreau, 30 jaar, scheepskapitein, wonend Les Sables d'Olonne, kapitein van de brik Epervier de Nauter, en Mauricio Marcho, 29 jaar, bootsman, wonend Genua, dat Jan van der Valk, aangemonsterd als kok aan boord van de genoemde brik, op de avond van 9 september 1829 om 21:00 uur is overleden.
De plaats waar dit gebeurde, staat een stuk lager in de akte: Santiago de Cuba.

De haven van Santiago de Cuba, zoals Jan van der Valk hem mogelijk gezien heeft
Op het schip met de naam Varende Havik, liggend in een haven in de tropen, bevonden zich naast een kok uit Vlaardingen blijkbaar een bootsman uit Genua en een kapitein uit een kustplaats tussen La Rochelle en Saint Nazaire. Jan werd door zijn maten overigens wat te jong ingeschat: volgens de akte was hij 28 jaar, in werkelijkheid 33.

De havenmond van Santiago de Cuba

zondag 19 april 2020

Arie Vermaat (1856-1888) pleegde zelfmoord op Ambon

Arie Vermaat, zoon van Klaas Vermaat (1831-1859) en Lijntje Maria Kuipers (1836-1904) kwam als foerier, in dienst van het KNIL, met het schip Voorwaarts op 28 augustus 1876 aan in Batavia. Hij doorliep een vrij standaard carrièrepad: benoemd tot 2e luitenant op 28-7-1880, geplaatst bij het 3e Depot-bataljon (waarschijnlijk Soerabaija), overgeplaatst naar het garnizoen Atjeh op 2-11-1882, weer overgeplaatst naar het 3e Depot-bataljon op 3-12-1883 en ten slotte overgeplaatst naar het garnizoen Amboina op 31-12-1884.


Overplaatsingen van Arie 1880-1884
Parallel aan de overplaatsingen zie we dat Arie in mei 1882 in Soerabaija (Oost-Java) in het huwelijk treedt met Maria Stoelman, maar een half jaar later wordt overgeplaatst naar Atjeh (West-Sumatra), meer dan 3000 kilometer naar het westen. De overplaatsing terug naar Soerabaija heeft mogelijk te maken met de geboorte van hun dochtertje Emma, maar eind 1884 wordt Arie opnieuw overgeplaatst, nu naar Amboina (Ambon), bijna 2000 kilometer oostwaarts (bovendien overzee).
Wat er vervolgens gebeurde, is gissen. Mogelijk werd Emma ziek en kon Arie geen verlof krijgen, misschien maakte de situatie of het klimaat heb zwaarmoedig. In het militaire stamboek staat het vrij droog: overleden den 18 juli 1885 te Amboina (zelfmoord).

Arie pleegt zelfmoord op Amboina op 18 juli 1885
Op zoek naar mogelijke andere kinderen van Arie en Maria zocht ik in de pensioenboeken van het KNIL, maar vond daar niets. Wel toont het stamboek van Arie nog een merkwaardig staartje aan de kwestie:


Arie liet een schuld van f 165,- achter
Den Heer G. S. Donker te ’s Hage, die met de weduwe van deze officier is gehuwd, gevraagd f 5,= ’s mnds te storten tot aanzuivering van eene schuld per resto groot f 165. 4/22-92 No 88, Ag N 3717a
[…] dat de pogingen aangewend voor betaling der f 165,= vruchteloos zijn geweest. 4/22-92 No 88 Ag N 3717a


Blijkbaar liet Arie een schuld van 165 gulden na en heeft men geprobeerd dit geld los te krijgen van zijn weduwe, via haar tweede echtgenoot Gerard Simeon Donker. Dat deze poging vruchteloos bleek, verwondert ook de moderne lezer niet.